ColumnSplinter Chabot

Ik had Lucas willen zoenen, maar durfde dat niet. Een zoen diende geen politiek statement te zijn

Ik hoorde vrije vogels vliegen, die op zoek waren naar een thuis om deze nacht veilig door te brengen. Mijn schoenen vervolgden hun weg en namen mijn voeten met zich mee; en niet alleen mijn voeten. Ergens vermoedde ik dat mijn schoeisel geïnspireerd was door de rode schoentjes uit het sprookje van Hans Christian Andersen. En hoewel mijn schoenen mij niet eeuwig zouden laten dansen, verbaasde het me niks als ze hadden bedacht dat het een langere avondwandeling werd dan ikzelf had ingeschat. Problematisch vond ik dat overigens allerminst; Amsterdam en ik hadden per slot van rekening een aantal zaken te bespreken, of op z’n minst te overpeinzen.

Midden op de Nieuwmarkt keek ik om me heen. Het licht van de lampen was hier aan­weziger. En geler. Of eigenlijk: oranjegetint. Als een avondzon boven zee, die nog even de dag uitzwaait en doet vermoeden hoeveel kleuren in haar licht verstopt zitten. Ik moest aan Lucas denken. De jongen die ik lang, lang geleden, hier op het plein, in de ogen had gekeken. Hij had een potloodfijngetekend gezicht, en een glimlach die je het liefst zou willen stelen zodat je hem op je eigen gezicht kon plakken: als een prachtige pleister die niet verwijderd of vervangen mocht worden.

Ik had Lucas willen zoenen, maar durfde dat niet. Vanwege de mensen die ver weg aan de ­randen van het plein op het terras zaten, en toch te dichtbij waren. Reacties, opmerkingen of misschien zelfs goedbedoelde uitroepen – koste wat kost wilde ik dat vermijden: een zoen diende geen politiek statement te zijn.

Terwijl ik daar stond, vroeg ik me af hoeveel niet uitgevoerde knuffels, hoeveel niet gezoende monden, hoeveel niet hand-in-handwandelingen er in de straten, stegen en langs de grachten verborgen lagen. Of eigenlijk, verbroken en verbrijzeld nog voordat ze waren uitgevoerd. Knuffels, kusjes en hand-in-handmomenten die als vallende vazen in scherven waren uiteengespat. Op elke stoere straathoek, in elke bange steeg, bij elk peinzend pleintje kon een niet voltooide liefdeshandeling liggen.

Een warme traan en een gelukkige glimlach verschenen op mijn gezicht, nog voordat ik wist waarom. Maar spoedig drong de reden zich aan me op. Het kwam door Lucas, want Lucas had inmiddels een vriend gevonden. En zijn verliefdheid zichtbaar omarmd. Lucas was een hand-in-handjongen geworden.

Deze gedachte leek me op te tillen. Alsof ­iemand onzichtbare haakjes en draadjes aan mijn lichaam had gemonteerd en me als een trekpop 3 millimeter boven de vaste grond deed zweven.

Zwevend en zwierend vervolgde ik mijn weg langs de stille grachten, de slapende bomen en hier en daar een vrije vogel. In de verte wapperde een regenboogvlag fier heen en weer. Pride was in aantocht!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden