ColumnAaf Brandt Corstius

Ik had het zelf ook een beetje gehad met Frida Kahlo

null Beeld
Aaf Brandt Corstius

‘Ik heb het een beetje gehad met Frida Kahlo.’ Mijn man en ik maakten een wandelingetje door de buurt en stonden voor een etalage waarin Frida Kahlo-oorbellen lagen. Toen zei hij dat ineens.

Het raakte een snaar. Ik had het zelf ook een beetje gehad met Frida Kahlo, maar had het nog niet zo duidelijk verwoord in mijn hoofd.

Ik zag Frida Kahlo daar liggen, in tweevoud, als perspex oorbel, en ik had met haar te doen. En met mezelf, want ik was vrij vroeg met het aanhangen van Frida Kahlo, al zeg ik het zelf, en nu was ze verworden tot iets als zo’n gouden vossenbeeldje dat je op de schoorsteen kunt zetten, of een doodshoofdje op een sjaal, of Einstein op een T-shirt. Frida Kahlo was Einstein geworden. Een cliché.

Twintig jaar geleden was ik verliefd op een Mexicaan en verloor ik me helemaal in het leven van Frida Kahlo. Ik bezocht in Mexico-Stad haar huis, Het Blauwe Huis, geverfd in het allerbeste blauw dat ik ooit had gezien. Ik bezocht een tentoonstelling over haar leven, en kwam erachter dat ze meer was dan iemand met flinke wenkbrauwen en bloemen in haar haar – al waren die twee factoren eigenlijk al genoeg om me bovenmatig voor haar te interesseren.

Ze had als kind polio, had een moeilijk been, maakte een afgrijselijk busongeluk mee, zat jarenlang in een corset, had een kunstenaarachtige, dus akelige, relatie met de oervervelende Diego Rivera, kreeg miskramen en medische abortussen en schilderde altijd over organen die pijn deden. En bloed. Die doorgegroeide wenkbrauwen waren echt the least of her problems.

Ik kwam terug uit Mexico, verfde de muren van mijn kamer oranje, legde een Mexicaanse deken op de bank en zette een klein, blikken spiegeltje dat ik in Oaxaca op de markt had gekocht op de vensterbank. Ik was dan niet Frida Kahlo – gelukkig, overigens – maar ik had in ieder geval de styling.

En nu, door spelingen van het modelot, is zijzelf de styling, overal. Ze is een oorbel, een ketting, ze staat op T-shirts, en ze is ook een onderdeel van de inmiddels vermoeiende feministische mode, van who run the world en roze mutsjes en okselhaar en beenhaar zonder dat daar nou per se een heel diep gedachtengoed achter zit. Of bij sommige mensen wel, maar lang niet bij iedereen die zichzelf plots tot feminist gedoopt heeft. Vervelend voor de echte feministen, want die strijden voor een nogal goeie zaak, en die zaak wordt een beetje vertroebeld door mensen die beenhaar gewoon cool vinden.

En nu heeft mijn man het met Frida gehad. En ik ook. Ik moet terug naar dat Blauwe Huis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden