columnAaf Brandt Corstius

Ik had geen levende slang bij me, maar wel een trui, en die knoopte ik om mijn neus en mond

In Amerika, valt mij op, geven ze 2020 de schuld van alles, en niet corona. Op Instagram zag ik een Amerikaanse die schreef: ‘We stelden ons huwelijk uit, want 2020.’ Ook zijn er veel Amerikaanse memes van situaties in 2019 versus 2020. 2020 lijkt daar de zondebok. Toegegeven: 2020 omvat in Amerika nog wel iets meer shit dan bij ons.

Ik wilde de pont naar Amsterdam-Noord op fietsen, toen ik bedacht dat je op de pont een mondkap moet dragen, maar die was ik vergeten. Gelukkig bedacht ik me op hetzelfde moment nog iets: op het Jeugdjournaal had ik een man gezien die in de bus een grote, levende slang als mondkap droeg. Niemand zei er wat van. Het leek me ook handig voor social distancing.

Ik had geen levende slang bij me, maar wel een trui, en die knoopte ik om mijn neus en mond. Ik zag er nu uit als een krankzinnige, of als iemand die heel last minute heeft besloten een bank te beroven, maar ik had geen zin om te wachten op de volgende pont. En niemand hield me tegen.

Op de terugweg was het anders. Ik wilde weer de pont op gaan met mijn trui om mijn hoofd toen een medewerker tegen me zei dat dat niet mocht. ‘Maar het beschermt net zo goed als een mondkap, mummelde ik. Het mocht niet, zei hij. Ik wilde nog zeggen: ‘Maar er was een man op het Jeugdjournaal die een grote levende slang...’, maar ik voelde dat in discussie gaan niet zou helpen, en dat het punt over de grote levende slang heel moeilijk over te brengen was met een trui om mijn hoofd.

De man verwees me naar de frietkraam een paar honderd meter verderop, waar je friet én mondkapjes kon kopen – ingewikkelde combinatie, trouwens. Maar de pont vertrok bijna, dus die zou ik dan missen.

Een andere passagier zag het allemaal gebeuren en bood mij snel een mondkap aan. Hij opende zijn tas en haalde er een plastic boterhamzakje vol mondkapjes uit. ‘Ik vind het heel lief, maar ik ben nogal paranoïde’, riep ik snel – het is ongelofelijk hoe eerlijk je wordt als je haast hebt – ‘Ik fiets wel naar de frietkraam!’

Ik zat nu in veel lastige situaties tegelijk: ik had ruzie met de man van de pont, ik ging de pont bijna missen, ik had nog steeds een wintertrui om mijn hoofd en de aardige man die me zijn kapje had aangeboden, was zwart, waardoor ik ineens bang was dat hij dacht dat ik een racist was, wat ik helemaal niet ben, ik ben gewoon iemand die het lastig vindt om de mondkap van een vreemde aan te nemen.

Het was allemaal ontzettend 2020. Ik kocht een mondkap bij de frietkraam. Heel 2020.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden