ColumnEva Posthuma de Boer

Ik had de haatzaaiers mijn lerares Engels, juf Spanjer gegund

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers - een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Les van juf Spanjer

Mijn lerares Engels was pinnig en streng. Geen lol mee te beleven, zoals met Ben van biologie (Bioben) die meeging naar de Dampkring om jointjes met ons te roken, of met Baardrijkskunde, die op schoolreis stomdronken orerend over kleisoorten op zijn kont de trap af hobbelde. Juf Spanjer daarentegen duldde geen geklets in de les, en stuurde je weg als je je huiswerk niet had gemaakt – ze gaf Engels en ze deed Engels, zeg maar. Toen ik in de vierde zat, nodigde ze me voor het eerst bij haar thuis uit. Mijn ouders waren vaak op reis, zij woonde alleen – was het niet gezellig samen te eten? Ik vond haar plotse aardigheid tamelijk verwarrend, maar durfde de uitnodiging niet af te slaan. Ze ontving me hartelijk, kookte heerlijk en gaf me een boek mee: If Bealestreet could talk van James Baldwin. ‘Echt iets voor jou’, zei ze. Een paar weken later bracht ik het terug, en leende ze me To kill a mockingbird van Harper Lee – ook echt iets voor mij, vond ze. Het waren de eerste grotemensenboeken die ik las. Ze hakten er diep in. Neeltje Spanjer overleed een jaar na mijn eindexamen. Ze was 43.

James Baldwin, 1970.Beeld Eddy Posthuma de Boer

Echt iets voor mij – waarom vond ze dat? Die vraag speelt soms nog door mijn hoofd. Beide romans gaan over een zwarte man die vals wordt beschuldigd en veroordeeld, de ene voor moord, de andere voor verkrachting. Er is weinig wat een mens woester maakt dan niet geloofd te worden als je de waarheid vertelt. De machteloosheid ten opzichte van mensen die weigeren naar je te luisteren, hun oordeel hoe dan ook al geveld hebben: gekmakend. Donkere mensen hadden daar vaker mee te maken dan blanken, dat was in 1960 zo, toen Harper Lee haar roman schreef, en in 1974, bij het verschijnen van If Bealestreet could talk, nog steeds. Met dank aan Martin Luther King waren sommige omstandigheden dan wel iets verbeterd, de stigma’s waren er niet minder op geworden. Weer een dik decennium later, in 1989, kregen vijf donkere jongens in New York een verkrachting in de schoenen geschoven. Hoe vals die beschuldiging was, is te zien in de serie When they see us, waarin ook duidelijk wordt dat niemand minder dan zakenman Donald Trump destijds het hardst schreeuwde om hun veroordeling.

Hoe is het nu? Neeltje Spanjer leeft al dertig jaar niet meer, wat zou ik haar vertellen? Dat diezelfde Trump met zijn haatzaaiende idiotie heel de wereld verstiert. Dat ook in ons land mensen naar de macht dingen die op verdeeldheid uit zijn, die zomaar wat roepen, die beschuldigingen uiten op basis van huidskleur, haarkleur, vooroordeel. 

Ik had ze mijn lerares gegund. En ik zou ieder van die vooringenomen figuren graag twee boeken lenen. Hier, echt iets voor jou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden