Column Sander Donkers

Ik ging er met boter en suiker in, voor het oog van een vol terras

Uit bioscoop Kriterion, in Amsterdam, kwam een grote, donkerbruine man in een lang, zeemleren gewaad, die zomaar een stukje met me op liep. Achteloos, dat leek althans de bedoeling, alsof hij toch die kant op moest. Maar voor onopvallendheid was deze spectaculaire verschijning duidelijk niet in de wieg gelegd. Hij had het granieten lijf van LeBron James en de geëxalteerde lichaamstaal van Liberace. Terwijl hij zich door tijd en ruimte begaf, was het of schijnwerpers hem van bovenaf volgden. Ik sluit niet helemaal uit dat hij zweefde.

Was het een gekkie met charisma, of misschien toch een wereldberoemd artiest wiens gezicht ik even niet kon thuisbrengen? Veel maakte het niet uit. Alle blikken op de terrassen zwenkten volautomatisch met hem mee. Zodoende pakte ik ook een randje van zijn shine. Altijd een opsteker, al heeft het soms zijn prijs.

‘Nog 3 euro’, kwam hij meteen tot de kern. ‘Dan heb ik mijn fiets terug!’ Zo te horen was het een emotionele zaak. Er klonk vrolijkheid door in zijn stem, maar ook hoop, en urgentie – als de tv-presentator die het volk meedeelt dat de inzamelingsactie voor het goede doel bíjna het beoogde bedrag heeft opgeleverd. Keer nog één keer die spaarpot om, lieve mensen, dan zijn we er. Kom op, u kunt het!

Het was knap, hoe hij in één zin van zíjn probleem het onze had weten te maken. En misschien was het niet onlogisch dat ook de tarieven in het bedelwezen aan inflatie onderhevig zijn. Maar 3 eu-ro?! Ergens in mijn hoofd woont nog altijd een oude zeurkous die speciaal in dit soort gevallen mopperend aan het omrekenen slaat. Dat was 6 gulden 60! Twee broden en een pak melk. Was die gast soms op zijn hoofd gevallen?

‘Of nee’, klonk het zonnig. ‘Doe eigenlijk maar 4.’

We staakten tegelijkertijd ons loopje en keken elkaar aan. Niets in zijn blik verried dat het nogal brutaal was om de toch al fikse vraagprijs nog eens te verhogen, ik zag alleen maar rust. Het was een wedstrijd geworden, besefte ik. Naarstig zocht ik naar tegenwoordigheid van geest, die zoals gewoonlijk weer eens ver te zoeken was. 8 gulden 8, bromde mijn innerlijke zeurkous.

‘Ah, kóm op man’, zei ik toen maar.

Er verscheen een grijns op zijn gezicht. Hij leunde een beetje naar achteren en spreidde zijn armen, met de zelfverzekerdheid van iemand die weet dat hij nog een grote troef achter de hand heeft.

But I’ll kíss you...’, sprak hij olijk.

Nou ja, toen moest ik lachen. En dus was ik verloren. Wat heet: ik ging er met boter en suiker in, voor het oog van een vol terras. De man lachte hartelijk met me mee, ons lachen werd schateren toen ik in mijn portemonnee alleen een briefje van 5 aantrof. En nee, hij keek niet in zijn zakken of hij ergens nog een euro wisselgeld had, integendeel, hij nam het briefje met grote vanzelfsprekendheid tussen duim en wijsvinger aan, waarna hij zich galant vooroverboog en de lippen uitnodigend tuitte.

Even later was hij in rook opgegaan, terwijl ik aan de grond genageld stond. 11 piek in de min, maar een dikke, natte klapzoen vol op de bek rijker. Toen ik er nog eens goed over nadacht, leek het me eigenlijk helemaal niet zo’n slechte deal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.