column Arthur van Amerongen

Ik gids een snotterende Pieter Waterdrinker door mijn oude studentenstad Jeruzalem

Toen ik in Jeruzalem woonde, ontwikkelde ik een diep mededogen voor de reisleiders die de oude stad onveilig maakten. Vaak waren het morsige types met een onverholen haat tegen de mensheid en tegen de toerist in het bijzonder. Daar sjokten ze dan in de bloedhitte over de Via Dolorosa, met een vlaggetje in de hand, gevolgd door een kudde zwetende onnozelaars.

In het reisgezelschap bevond zich altijd wel een gepensioneerde onderwijzer met een ringbaardje (pratende kut) die riep: ‘hohoho, u zegt nu wel dat de Heilige Grafkerk gebouwd is op de tombe van de Heere Jezus, maar volgens mijn informatie werd onze Zaligmaker elders begraven.’

Vandaag gids ik Pieter Waterdrinker door Jeruzalem. Zelf geeft hij rondleidingen in Moskou en strooit dan à la de gebroeders Goncourt achteloos met feitjes over beroemde schrijvers, faits divers die variëren van hardnekkige geslachtsziekten tot drankproblemen, overspel en gokschulden. Hij zit dus niet te wachten op trivia over de graven van Christus.

Over Jacob Israël de Haan, de Joodse dichter die Jeruzalem-correspondent was van het Handelsblad, weet Pieter alles al. 

Pijpelijntjes was jarenlang zijn lijfboek. Toch schrikt hij van mijn onthulling dat De Haan zich vergreep aan minderjarige Arabische herdersjongens met slechte gebitten.

Ik vertel Waterdrinker over de kroeg van Sarkis in de Armeense wijk van de oude stad. Het was een ruim uitgevallen pissoir waar mohammedanen, Armeniërs en Irakese Joden op kratten spotgoedkope arak zaten te slempen.

Ik woonde ernaast tijdens mijn studie aan de Hebreeuwse Universiteit, eind jaren tachtig. 

Sarkis, rochelend en krom als een hoepel van de reuma, had ooit in het badhuis de piepjonge Bilal zonder diens instemming bereden. 

Via Dolorosa. Beeld Gabriël Kousbroek

Toch zaten de twee iedere avond gebroederlijk te triktrakken. Bilal, nakomeling van een zwarte moslimslaaf,  begon steeds weer over het incident. ‘Ga vast naar het badhuis, schatje Sarkis, was je poepertje en wacht op mij’,  brulde hij dan en swaffelde zijn angstaanjagende kinderarm op het triktrakbord. Steeds weer barstte de klandizie in schaterlachen uit.

Bij de Klaagmuur draag ik een Zionslied voor van Juda Halevi.

‘Mijn hart is in het oosten, maar ik leef in een uithoek van het westen.’

Halevi (1075-1141) woonde in Andalusië en was net als ik balling en feestbeest. De denker/dichter verlangde altoos naar Jeruzalem, waar hij uiteindelijk zou sterven.

Waterdrinker snottert: je bent een gevoelige reisleider, Tuurtje. Mis je Jeruzalem zo erg, daar in de Algarve?

Jeruzalem is schitterend, Pietje. Alleen jammer dat er mensen wonen. Olhão is mijn nieuwe en vooral betaalbare en zoete Zion.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden