ColumnEva en Eddy Posthuma de Boer

‘Ik ga hier niet op wachten, Jette’, verzucht de fotograaf tegen de journalist

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers - een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Deze week: een interview waar niemand zin in heeft. 

De lobby van het hotel is verlaten. Het interview mag hier, heeft het meisje dat me gaat interviewen laten weten, als we ons aan de anderhalve meter houden. Ik ga aan een tafeltje zitten en sla een krant open. Het regent voor het eerst in drie weken, lees ik. Ik kijk door het raam naar de natte stoep. Een man met een grote cameratas om zijn schouder trekt een sprintje naar de ingang van het hotel. Vloekend komt hij de lobby binnen. Pas als hij zijn warrige, grijze haren heeft uitgeschud, ziet hij mij. 

Beeld Eddy Posthuma de Boer

‘O, ben jij Eva? Ik ben de fotograaf. Is de journalist er nog niet?’ 

Ik werp een blik op de lege tafels om me heen. ‘Eh, nee.’ 

De man veegt met zijn handen over zijn bovenbenen, alsof de natte plekken in zijn oranje broek daardoor drogen. ‘Ik begrijp niet waarom ik al besteld ben. Ik had gedacht dat het interview nu wel klaar zou zijn. En dit kloteweer ook, ik weet niet hoe ik met goed fatsoen een foto van je kan maken.’ 

‘Misschien binnen?’ 

‘Te donker. En dat is ook niet de bedoeling. Ze willen een buitenlocatie, iets wat te maken heeft met het boek dat je hebt geschreven.’

‘En waar dacht u aan?’ 

‘Dat weet ik niet, ik heb het boek niet gelezen. Ik vind het maar niks, al die voorgeschreven wetten van zo’n tijdschriftje. Ik bedenk liever zelf wat. Maar ja, ik heb momenteel geen andere opdrachtgevers, het theatergezelschap waar ik al jaren voor werk heeft nu natuurlijk niks. Dan maar dit doekje voor het bloeden.’ 

Een harde windvlaag doet de regen tegen de ramen spatten. De man zucht luid. ‘Misschien moet ik maar weer gaan.’ Maar hij gaat zitten, zijn moedeloze blik op het natte raam gericht. 

De deur van van de lobby vliegt open, een blond meisje snelt op me af. 

‘Hai, ik ben Jette.’ Ik knik. Dat heeft ze door de telefoon en in talloze mailtjes ook al laten weten. 

‘Ik heb geen tijd gehad je boek helemaal te lezen, maar wat ik gelezen heb, vond ik supergoed.’ Ze begint haar tas uit te pakken. 

‘Ik ga hier niet op wachten, Jette’, verzucht de fotograaf. 

Met een plof laat Jette een stapel papieren op de tafel neerkomen. Op het bovenste vel staat de titel van mijn roman. ‘Wij gaan straks gewoon die foto maken, Elmer. Je wacht maar even.’ 

Jette richt zich op haar iPhone. Het duurt tamelijk lang. Dan zet ze een glimlach op, en leest haar eerste vraag van het schermpje. Of mijn boek autobiografisch is. Ik stotter, zoek naar woorden. Elmer ritst zijn cameratas met een driftige ruk open. Jette werpt hem een vernietigende blik toe, en richt zich via haar schermpje weer tot mij. Ze zal het anders formuleren: of ik zélf een eenzame jeugd heb gehad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden