LezersbrievenZaterdag 11 januari

Ik, een gewone Nederlander, ervaar geen kloof

De ingezonden lezersbrieven van zaterdag 11 januari.

Beeld Bas van der Schot

Brief van de dag

Vanwaar toch die verdeeldheid die u kennelijk in het land alom signaleert en de ­lezers door de strot wilt drukken?

Ik ben 65 jaar (en dus ‘boomer’), blank (of wit), in een stad woonachtig en met waardering voor tradities.

Toch stem ik links, is er geen kloof tussen mij en mensen met een kleur (mijn vrouw, mijn kinderen), geen kloof met mijn ‘millennial’ kleinkinderen, geen kloof met familie en vrienden die voor een ruraal leven hebben gekozen en niemand onder ons is waarlijk geïnteresseerd in de maar steeds weer doorwoekerende Zwarte Pieten-discussie of het verwijderen van historische figuren uit het landschap.

Kortom, ik ben een vrij gewone Nederlander.

Mag die in uw kolommen (en met name via de pen van uw eigen journalisten) wat vaker zonder dedain aan het woord komen?

Eduard van Tol, Amsterdam

Twitterstorm

In korte tijd las ik een aantal interviews en artikelen waarin gewag wordt ­gemaakt van stormen en ander akeligs dat op Twitter plaatsvindt.

Ik vraag me weleens af of er op Twitter behalve beroepsmatige gebruikers als politici, voorlichters en andere trollen nog wel particulieren actief zijn. Ik kom alleen mensen tegen die er al jaren mee zijn gestopt, als ze er al ooit mee bezig zijn geweest. Jongeren al helemaal niet.

Dus stormen op Twitter? Mens, durf te negeren.

Johan de Boer, Gouda

Beeld Bas van der Schot

Technologiedrift China

In het redactioneel commentaar van ­afgelopen woensdag over ASML (O&D, 8 januari) wordt voorgesteld dat Nederland op basis van een niet-bestaand ­industriebeleid toch maar een vergunning moet verstrekken voor uitvoer van een hightechmachine.

Niet alles hoef je in het vakje ‘militair’ te plaatsen. Er zijn legio voorbeelden van technologie die is binnengehaald door de Chinezen met het (verdwaasd) achterblijven van Nederlandse bedrijven. Zie Wärtsilä in Kampen, waar scheepsschroeven werden gemaakt en onlangs VDL dat een order misliep vanwege Chinese staatsconcurrentie.

Een uitvoervergunning beantwoordt China’s wens om marktleider te worden op alle gebieden – zie ‘Eigen chips eerst’ (Ten eerste, 8 januari) – en geeft de Chinezen de kans de machine van ASML zo uit elkaar te peuteren dat ze deze ­later ook zelf kunnen produceren. Ook octrooieren zal niet helpen in China.

Hoeveel parels heeft Nederland nog in de aanbieding ? De Volkskrant heeft er bij monde van Robert Giebels alweer een weggegeven.

Henk Bodaar, Lelystad

Taal

Engels is nu eenmaal de taal van de ­wetenschap, zoals Frans de taal van de liefde is en Italiaans de taal van de muziek. En we weten allemaal: waar geen Frans is, is geen ware liefde en waar geen Italiaans is, is geen goede muziek mogelijk.

Precies zo is het met Engels en hoger onderwijs, aldus sommige Nederlandse universiteiten (‘In Twente we only speak English’, Ten eerste, 8 januari). Graag het wetenschappelijke bewijs.

Frens Bakker, Nijmegen

Only

Barrie Needham bekritiseert de zin ‘In Twente we only speak English’ (O&D, 9 januari), want die zou kunnen in­houden dat men geen Engels leest of schrijft. Volgens hem zou de zin moeten zijn: ‘We speak only English’ (niet ­bijvoorbeeld Nederlands).

Het gezaghebbende Oxford Fowler’s Modern English Usage (voortdurend herdrukt) wijdt een langere bespreking aan de plaats van het bijwoord only in een zin. Ik citeer de conclusie. ‘Over het algemeen is de natuurlijkste plaats van only daar waar hij altijd is geweest, tussen het onderwerp en zijn werkwoord, en het koppig vasthouden aan een ­logische plaats offert natuurlijkheid op aan pedanterie’ (‘In general usage, the most natural position of only is where it always has been, between the subject and its verb, and invariable insistence on ­logical position sacrifices naturalness to pedantry’).

Als er inderdaad gevaar voor dubbelzinnigheid bestaat, kun je schrijven: ‘It only is English that we speak.’

Frans van de Paverd, Utrecht

Zwarte doos

Repeterend onderwerp: de zwarte doos bij een vliegtuigcrash. Bij de MH370 doofde het signaal uit. Dan was er de geldverslindende zoektocht naar de zwarte doos van Egypt Air-vlucht 804. En nu weer het bericht dat de Iraanse autoriteiten de zwarte doos van het ­gecrashte toestel van Ukraine Inter­national Airlines niet willen vrijgeven voor internationaal onderzoek.

Bij dergelijke steeds terugkerende berichten vraag ik mij af: waarom ­worden de gegevens van de flightdatarecorder en de cockpitvoicerecorder niet realtime doorgestuurd naar computers op het land? Benno Baksteen, bent u daar nog?

Ludo Grégoire, Leiden

1917

In het artikel over de film 1917 (V, 9 januari) staat dat de missie van de hoofdpersonen is dat ze ‘ver achter de linies’ een waarschuwing moeten afleveren aan een groep medesoldaten. Waarschijnlijk wordt hier ‘voor de linies’ ­bedoeld.

Voor de eigen linies dus. Tussen de ­linies bevindt zich het niemandsland, waar de film zich afspeelt. Dat moet je oversteken om de vijandelijke linies te bereiken, waar je dan vervolgens doorheen moet zien te breken. In WO I een vrijwel onmogelijke taak en niet iets om naar uit te kijken. Achter de eigen linies komen was daarentegen het ideaal van elke soldaat.

Gerard Terwisscha van Scheltinga, Haren

Pleegzorg

Als ervaren pleegouder van inmiddels twee volwassen dochters (23 en 19) maak ik me niet alleen zorgen over het aanhoudende gebrek aan pleegouders, maar ook over de negatieve publiciteit die rond de pleegzorg hangt. In de Volkskrant van 10 januari stond het zoveelste stuk over wat er misgaat in de pleegzorg.

Ook wij hebben, vooral in het begin, soms gebakkeleid met instanties en last gehad van een gebrek aan deskundigheid aldaar. Met de nodige tact en volharding zijn we daar naar tevredenheid uitgekomen.

De nadruk op negatieve voorbeelden doet geen recht aan het feit dat pleegzorg de succesvolste (en goedkoopste) vorm van jeugdhulpverlening is. Daar maximaal op inzetten met geld en scholing zou prioriteit moeten hebben. Moderne middelen en media zijn eveneens nodig om het imago van pleegouderschap te verbeteren en het tekort aan pleegouders zo snel mogelijk op te lossen.

Bart Lankester, Westerland

Pleegzorg (2)

Pleegvader Tycho vertelt in de krant van 10 januari dat de pleegzorg niet meer verliep ‘zoals we ons hadden voorgesteld’ toen de zorginstanties zich begonnen te bemoeien met ‘hoe wij in ons huis moesten leven’: alles moest met praten worden opgelost.

Ik ben zelf sinds 2010 pleegvader. Hoe wij in ons huis leven, mogen we van onze pleegzorginstelling gelukkig zelf bepalen. Die huisregels moeten ­natuurlijk wel in het redelijke en uitlegbaar zijn. Het woord ‘praten’ kan daarbij beter worden vervangen door ‘onderhandelen’. Veel (pleeg)kinderen vinden dat namelijk een leuk spel. Deze wat meer trumpiaanse benadering van het pleegouderschap moet in de (vrouwen)wereld die de pleegzorg is, soms nader worden toegelicht.

Pleegouder Tycho heeft gewoon pech gehad met de gezinsvoogd als hij vertelt dat hij zijn (pleeg)kind van de gezinsvoogd als ‘straf’ zelfs geen twee dagen internetonthouding mocht opleggen. Soms moet je tegen een gezinsvoogd ook gewoon zeggen: dit zijn zaken van de pleegouders.

Kees de Jong, Utrecht

Vuurwerkverbod

Het wordt tijd voor een verbod op zwaar vuurwerk in het Midden-Oosten.

René Kerkhoven, Zwijndrecht

De bomen stemmen op de bijl

Ik ben het meestal eens met Asha ten Broeke, maar dit keer helemaal (O&D, 10 januari). Geweldig! Ik heb zelden een column gelezen die beter en duidelijker (en schokkender) beschreef hoe een en ander met betrekking tot de ­situatie in ons land in elkaar steekt. Heel veel dank, Asha.

Bea Dorpema, Utrecht

Pensioenleeftijd

Ook in de Volkskrant kom ik met regelmaat de veronderstelling tegen dat laaggeschoolde en laagbetaalde mensen eerder met pensioen zouden mogen gaan, omdat zij al op jonge leeftijd zijn begonnen met werken. In het verlengde daarvan wordt het redelijk genoemd dat de pensioendatum voor hogeropgeleiden later mag vallen.

Deze veronderstellingen kunnen nogal wringen met de werkelijkheid. Mijn vader is op zijn 15de fulltime gaan werken op de postkamer van een handelsmaatschappij. In deeltijd heeft hij hbs-b afgerond en vervolgens een universitaire studie economie gedaan. Op zijn 65ste ging zijn pensioen in, na vijftig jaar werken en afdrachtpremies en belastingen. Ik ben zelf op mijn 17de fulltime gaan werken in de admini­stratie. In deeltijd heb ik het vwo af­gerond, een universitair uitstapje gemaakt en op mijn 44ste de deeltijd-pabo voltooid.

Ook hogeropgeleiden kunnen dus een indrukwekkend arbeidsverleden hebben. Voor mij ziet het er nu naar uit dat ik méér dan vijftig jaar zal ­moeten werken voordat mijn pensioen ingaat. Bij het vaststellen van de pensioengerechtigde leeftijd zouden voor ­iedere burger redelijkerwijs naast de zwaarte van het beroep ook de jaren van premie- en belastingafdracht meegewogen mogen worden. Los van het soms zwaarbevochten maatschappelijke eindniveau.

Maria Rademaker, Leiden

Zorgcarrière

Het lukt zorginstellingen niet om zorgmedewerkers te behouden. De oorzaak ligt vooral in het gebrek aan carrièreperspectief. Volgens mij is er een eenvoudige manier om daar iets aan te doen: veel meer samenwerking in plaats van concurrentie tussen zorgorganisaties.

Dat vraagt om een cultuuromslag waarbij vooral veel vrouwen betrokken moeten worden, ook aan de top. Het aandeel vrouwen die een opleiding volgen op het gebied van gezondheid en welzijn is 80 procent, volgens het CBS.

En vertel me nu niet dat daarvoor geen goed carrièreplan te bedenken is. Wel eerst even dat concurrentiedenken uitzetten.

Robbert Jan Beun, Utrecht

‘Show’

Helemaal eens met Frank Heinen om in talkshows geen aandachttrekkers (meer) uit te nodigen (V, 10 januari). Het tv-programma Buitenhof had al ­eerder begrepen dat interviewer Jort Kelder vooral zichzelf belangrijk vond, in plaats van de gasten die hij interviewde. Daar werken terecht de relatief sobere maar o zo bekwame en deskundige interviewers weer aan het goede, informatieve interview.

Probleem is alleen dat het niet voor niets talkshow heet. En bij een show tellen kijkcijfers, en als de kijkers het (kennelijk) appreciëren als types als Jort Kelder en Peter R. de Vries hun ­meninkje debiteren over elk onderwerp dat voorbijkomt, en de kijkcijfers dus op peil blijven, is er helaas nog geen einde in zicht van deze formule.

Jan Lantink, Nijmegen

Emancipatie

In reactie op het interview met Lilianne Ploumen over de vrouwenemancipatie (O&D, 10 januari): mijn stellige overtuiging is dat de beslissende slag voor gelijkheid tussen mannen en vrouwen gemaakt moet worden voor/door mannen. Nu is het nog steeds zo dat mannen nauwelijks de kans krijgen actief bij hun gezin betrokken te zijn. Verlof rond de geboorte van een kind (ook zíjn kind!) is veel te karig. Hij kan wel ouderschapsverlof opnemen, maar dat kost hem zijn carrièrevooruitzichten, om van deeltijdwerken (om ook vader te kunnen zijn naast kostwinner) maar niet te spreken.

Wil je man en vrouw gelijke arbeidsperspectieven geven, dan moeten ze ook dezelfde rechten en plichten krijgen op het gebied van arbeid en zorg voor hun kinderen.

Marja Speijer, Monster

Kringlooplandbouw

Het Kipster-eiconcept is een prachtig concept (Ten eerste, 10 januari), zegt ook Peter van Horne, econoom pluimveehouderij. Maar hij doet zijn uitspraak meteen weer teniet door te twijfelen aan de kansen van dit concept, want de eieren zijn duurder en dan ‘prijzen we onszelf uit de markt’.

Zo wordt het nooit wat met de noodzakelijke verandering. En het is ook nog onzin. Tien Kipster-eieren kosten 2,58 euro. De supermarkten staan vol met dozen eieren die (veel) duurder zijn. Laten we ervoor zorgen dat dit soort initiatieven slagen.

Dus, meneer Van Horne: focus op het goede en ga niet op voorhand lopen somberen.

Peter Nierop, Purmerend

Boomers

Dat ieder mens in meer of mindere mate in een bubbel leeft, is bekend. Maar dat Sander van Walsum, redacteur van de Volkskrant, dat niet beseft, verbaast me. Hoezo kenden boomers in hun jeugd geen financiële zorgen? En denkt hij echt dat het er op de universiteiten tijdens zijn studententijd in het algemeen aan toeging zoals hij ­beschrijft? Welk percentage van de ­jongeren studeerde er trouwens aan een universiteit in de door hem genoemde periode? Ik had toch een iets bredere kijk op de naoorlogse samenleving verwacht.

Leny van Swaaij, Ede

Lachgasfabriek

Over de conference De lachgasfabriek van cabaretier Freek de Jonge (VPRO-tv) uitgevoerd op Nieuwjaarsdag, heb ik weinig recensies gezien. Zal er waarschijnlijk overheen gekeken hebben.

Ik betrap me erop dat de dialogen met zijn pleegkleinzoon, confronterend en tegelijkertijd van een zeldzaam ­betoverende schoonheid, mij zoveel dagen later nog steeds bezighouden.

‘Het maatschappelijk tekort’ dat hij verbond met ‘het menselijk tekort’ zou op elke middelbare school eens geanalyseerd moeten worden: goed voor taalontwikkeling en maatschappij- c.q. mediakritiek. En er viel nog te lachen ook. Dank je, Freek.

Edward L. Figee, Enschede

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden