Column Peter Buwalda

Ik doe precies evenveel push-ups als Mozart pianoconcerto’s heeft gemaakt

Beeld Berto Martínez

‘De afgelegde weg is gigantisch, Buwalda, de verplaatsing nul komma nul, dus ­uiteraard doe ik niet aan sport. Heb je nog meer domme vragen?’ Aan het woord was Hans Geertman, mijn huisgenoot way back in Huize Baelen, toen ik nog studie maakte naar de Emblemata Amatoria van P.C. Hooftstraat, waar zijn die tijden ­gebleven.

Geertman was rector van Unitas S.R., onze studentenvereniging. Hij kleedde zich als Franz Schubert, inclusief goudomzoomd Schubertbrilletje, maar zonder venerische ziekten aan de penis, waarover hij bijzonder onsmakelijk kon vertellen, hij studeerde namelijk geneeskunde.

‘Bukken’, bulderde Geertman tijdens huiseten, ‘dan geef ik jullie een rectaal-analyse’. Op college hadden ze hem onderwezen hoe hij met zijn middelvinger diep in onze anussen kon voelen of de prostaatjes er nog fruitig bij lagen.

Ook daarom sport ik. Nou ja, sinds een jaar of vier stort ik vijfmaal daags ter aarde voor 27 push-ups. Op jaarbasis komt dit neer op 27 keer 5 keer 7 keer 52 = 49.140 keer opdrukken – vertel dat maar aan Arie.

Arie: ‘Waarom niet 28 keer? Dan kom je boven de 50 duizend uit. Bink.’

Mozart, kanjer – daarom niet. Die 27 is niet ­zomaar, het is een heilig aantal. De lezer snapt het al lang: ik doe precies evenveel push-ups als Mozart ­pianoconcerto’s heeft gecomponeerd, wat het een stuk draaglijker maakt. Hardop tellend denk ik bij elke push aan het bij­behorende concerto. ­Sowieso al leuk natuurlijk, maar we slepen ­elkaar er ook nog eens extra doorheen, want waar de sportman langzaam de vernieling in gaat, wordt het genie richting 27 langzaam wakker.

De eerste vier push-ups doe ik brullend van het lachen, zo makkelijk. Mozart prutst nog een beetje aan, hij is 11, zijn eerste consjertootjes zijn rip offs van charlatans als Raupach en Schobart. ­Tussen 5 en 8 gaat-ie nog steeds fluks. Mozart maakt inmiddels originals, maar brave originals.

Dan: nummer 9, KV 271, de ‘Jeunehomme’. Een dreun! Zomaar, uit het niks, een ‘wereldwonder’, zeggen lui die er verstand van hebben. Zoals ik. En inderdaad, vanaf 10 t/m 13 gaat zu Hause het ­lachen er danig vanaf. Over deze push-ups schreef Mozart brieven naar huis, hij legde erin uit dat ze op het oog ‘simpel’ waren, maar ‘geniaal voor de kenners’.

Het kraken in de ellebogen bij 14, een persoonlijke favoriet. 28 jaar is Mozartje inmiddels, en klaar voor het echte werk – net als ik. 15 t/m 19 knal ik er ­neuriënd uit, denkend aan Arthur en Lucas Jussen. Dat helpt altijd.

De Beatles hebben Revolver, Mozart heeft KV 466. Push-up nummer 20. Mijn hemel. Een Cheops in de pianoliteratuur, een dip in de thuissport.

Sterf, Arie!

Erna alleen nog hooggebergte. 21 t/m 25 in het laatste geel van Bernard Hinault. Alleen maar Mont Ventoux en Alpe d’Huez, maar ineens: nummertje 26. KV 537. Een raadsel in Mozarts oeuvre. Half-af, tikje vermoeid – bijna Mozart die Mozart nadoet. Na twáálf meesterwerken op rij een terugval.

Dank, Wolfgang.

We maken ons op voor de slot-pushup. Consjerto nummero 27, uit het sterfjaar 1791. Subliem. En het klopt precies, want ook wij gaan altijd weer dood. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.