Column Witteman heeft iets gelezen

Ik dacht meteen óók dat ik erg gelukkig zou zijn als ik een tang-hulur had

Je leest de laatste tijd nogal eens dat iets ‘te wit’ is: films, bijvoorbeeld, of kinderboeken. Er zijn te weinig boeken waarmee bruine kindertjes zich kunnen identificeren, heet het, omdat de hoofdpersonen van kinderboeken meestal blank zijn. Maar is dat eigenlijk wel zo? In veruit de meeste kinderboeken wordt de kleur van de personages helemaal niet benoemd. Hoe ze eruit zien bepaalt de illustrator. Een heleboel uitstekende ‘witte’ kinderboeken kunnen dus met een eenvoudige ingreep – nieuwe ­illustraties – aantrekkelijk gemaakt worden voor kindertjes van alle kleuren. Als het ze al mocht interesseren; kinderen lezen sowieso nauwelijks meer, of ze nou blank, bruin of beige zijn.

Een van mijn allerliefste kinderboeken ging trouwens over een Chinees jongetje. ‘Kleine Sjang was vijf jaar. Hij had een rond, ernstig gezichtje met ogen als zwarte appelpitjes. Zijn hoofd was kaalgeschoren, behalve één rond plekje precies boven zijn voorhoofd. Daar mocht zijn haar groeien en daar was het in een varkensstaartje gevlochten met een kleurig lintje erom.’

Kleine Sjang gaat over de belevenissen van een boerenzoontje rond 1900 in een dorp buiten Shanghai. Zijn zusjes zijn nadrukkelijk braaf, rustig en behulpzaam, maar zelf is hij natuurlijk ‘ondeugend’; hij loopt voordurend weg, bijvoorbeeld omdat hij de grote stad wil zien, of de jaarmarkt, hij laat de kanarie los uit zijn kooi, hij ruilt zijn babybroertje voor het kleuterbroertje van zijn vriend, hij brandt een gat in zijn nieuwe jasje, et cetera.

Ook houdt kleine Sjang van snoepen. En zo kwam er een onbekende versnapering mijn al even snoepgrage kinderleven binnen: ‘Tang-hulur, het lekkerste lekkers dat kleine Sjang kon bedenken. Hij keek naar de rode vruchtjes, acht of tien op een stokje, helemaal bedekt met een suikerig stroopje, en hij rammelde met zijn snoer stuivertjes. Hij dacht dat hij érg gelukkig zou zijn als hij een tang-hulur had.’

Ik dacht meteen óók dat ik erg gelukkig zou zijn als ik een tang-hulur had. Toen ik decennia later eindelijk eens in China belandde ging ik er meteen naar op zoek. Ze bleken nog steeds te bestaan, knalrood en mierzoet. Het was betoverend om zo’n ding eindelijk te proeven, en ik voelde me een bevoorrecht mens.

Zij het lang niet zo bevoorrecht als kleine Sjang. Ach, wat benijdde ik hem! Alleen al wat hij terloops in de speelgoedwinkel allemaal ziet: ‘Er waren grappige aapjes van klei met kuiken-veertjes, en rode dozen, van pompoenen gemaakt en prachtig uitgesneden. Die dozen waren met oranje of groen of bruin doortrokken en er zaten krekels in, die een grappig zingend geluidje maakten met hun vleugels. Er waren tijgers van goed, met lachende gezichten en groene, glazen ogen.’

En dan die plaatjes. Zulke heerlijke plaatjes! Zoet, zoals Rie Cramer ze ook tekende, maar dan in zwart-wit, zodat het niet te bar wordt. Ook behelsde het boek voldoende raadselachtigheden om te blíjven boeien. Waarom heet kleine Sjangs beste vriend ‘Dikkop’ terwijl hij helemaal geen dikke kop heeft? Waarom eet iedereen de hele tijd rare dingen als ‘poffertjes met bonenspruitjes’ of ‘gebakken meel’? Hoe kon kleine Sjang zomaar met een wildvreemde man optrekken zonder dat zijn ouders dat eng vonden?

Later las ik de oorspronkelijke, Engelstalige versie, die (zeer ten dele) opheldering verschafte. Ook kwam ik erachter dat de schrijfster, Eleanor Frances Lattimore, als kind van Britse expats, zélf in Shanghai was geboren en getogen. Dat verklaart ook waarom het boek zo’n authentieke indruk maakt.

Overigens was ik mij er als kind niet van bewust dat ik een andere kleur had dan kleine Sjang. Ik denk eigenlijk dat kinderen daar niet echt op letten.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.