Column Esther Gerritsen

Ik dacht dat de kinderen uit 4B anders waren, religieuzer ook

In de rubriek Het eeuwige leven werd afgelopen woensdag in deze krant geschreven over de zangeres Helen Shepherd, geboren in 1939 en in september van dit jaar gestorven. Ik kende haar niet. Maar ze scheen een hit te hebben gehad met het trio The Shepherds: Dank U voor deze nieuwe morgen, en dat lied ken ik wel degelijk.

In de vierde klas van mijn lagere school werd het elke ochtend gezongen, niet in mijn klas, 4A, maar in de klas naast de onze, 4B.

Er zat een deur tussen onze lokalen en als we stil zaten te werken, was die tussendeur open en stonden daar onze meester en hun juf met elkaar te praten. Ik zat achter in de klas en kon hun gesprekken goed volgen. Zij had relatieproblemen en op een ochtend had ze haar vriend de deur uitgezet. Thuisgekomen vertelde ik over de relatieproblemen van de juf van 4B. Het leuke aan die tijd was dat mijn ouders dan niet zeiden dat zoiets ongepast was. Zij waren net als ik vooral opgetogen dat ik geen woord had gemist. Die juf had een hondje dat ze altijd meenam naar school en ze rookte voor de klas, maar dat was ook al niet zo bijzonder in die tijd.

Elke ochtend hoorde ik ze in 4B zingen: ‘Dank U voor deze nieuwe morgen, dank U voor deze nieuwe dag, dank U, dat ik met al mijn zorgen bij U komen mag.’

Ik vond het een vreemde klas, 4B, die kinderen waren allemaal heel anders dan de kinderen in 4A. Ik dacht dat je het aan ze kon zien, dat het typische B-kinderen waren. Ik vermoedde dat ze ook religieuzer waren, vanwege dat lied natuurlijk. Nooit bedacht ik dat zoiets toeval was, dat ze gewoon een juf kregen die dat nou eenmaal een mooi lied vond. Die klas bestond op zich net als wij uit dertig blanke, overwegend katholieke kinderen, en toch wist ik zeker dat zij anders waren. Ik speelde ook niet met de kinderen uit de B-groep.

Er was nog een katholieke school in het dorp, met nog driehonderd blanke kinderen, maar die waren natuurlijk al helemaal vreemd. Waarom? Omdat zij op de Mariaschool zaten en wij op de Jozefschool. Als je in de winter langs de Mariaschool fietste en het had gesneeuwd, dan werd je met sneeuwballen van de fiets gegooid. Dat vond ik niet raar, wij waren tenslotte natuurlijke vijanden. Mijn buurmeisje zat op de Mariaschool en met haar speelde ik wel, maar als we met de schoolbus naar zwemles reden en langs haar school kwamen, schreeuwde ik net zo hard mee: ‘Mariaschool, boe boe boe.’

En dan was er ook nog een openbare school in ons dorp. Ik kende niemand die daarop zat, dus dat waren sowieso griezelige kinderen. Ik herinner me het gerucht over een vechtpartij in de winter en stenen in de sneeuwballen. Ongetwijfeld door de schuld van die kinderen van de openbare school.

Er zijn genoeg Nederlanders die nog zo zijn opgegroeid. Het hoopvolle daaraan is dat ze dus zouden hebben geleerd dat het vreemde van de ander een hersenspinsel is. Maar met Sinterklaas en nog immer zwarte Piet in aantocht vrees ik dat we toch gewoon weer sneeuwballen met stenen erin gaan gooien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.