ColumnEva Hoeke

Ik dacht aan Diego Maradona en André Hazes, eindeloos bakken, bil aan bil

Beeld Aisha Zeijpveld

Code oranje, bij ons thuis betekent dat code rood, dus daar gingen we, om zes uur ’s avonds, toch nog die hete auto in, naar zee, op zoek naar een zucht verlichting, een ontsnapping uit de hittebel. We werden beloond: een halfuur later was de temperatuur vijf graden gezakt, verdampt, weggewaaid, geen idee hoe het kwam, maar het was zo. ‘Zie je nou wel’, zei de Man tevreden.

IJmuiden bleek van iedereen.

Een volksstrand, ongepolijst en ongecompliceerd, met luidruchtige families op kleden, koelboxen vol drank en ijsjes, kinderen en honden die rondscharrelden tussen duin en trampolines en mannen met brede, vlezige nekken die moppen en sterke verhalen tapten op het terras voor hun strandhuisjes. Ik dacht aan Diego Maradona, ik dacht aan André Hazes, later hoorden we dat een van hen de voorzitter van de vereniging was. Meteen na de zomer werden de huisjes afgebroken en het strand teruggegeven aan de natuur, maar nu waren zij hier de baas, hun strandhuisjes een verlengstuk van hun huizen elders, want er waren er die de hele zomer bleven, eindeloos bakken, bil aan bil met je buurman.

In de verte: Bloemendaal.

Een week eerder had ik er een afspraak gehad in een strandtent die je nauwelijks nog een strandtent kon noemen, zo mooi had ik het niet eerder gezien, met champagne en beachbedden (first come first serve) en een clubavond met de potsierlijke naam Favela. Tussen hier en daar lag nog geen tien kilometer, maar het enige wat de twee stranden verbond was zand, of het moest het wonderlijke gegeven zijn dat rijk graag speelt dat ze arm is, en andersom. ‘Kijk mama’, zei de Dochter (3) terwijl ze vanaf de nek van haar vader naar schaduw zwaaide. ‘Zwaaiduw.’

Aan het eind was het stil, we bestelden bier en limonade en schopten de schoenen uit.

De zomervakantie was bijna ten einde.

Van tevoren had ik me schrap gezet, maar de zes weken hadden zich als vanzelf gevuld, moeiteloos en vrolijk, al kon ik amper navertellen waarmee. Een fietstocht hier, een speeltuin daar, en o ja, verdomd, we hadden ook nog een weekje gehuizenruild met een tante in Bergen. Het had er elke dag geregend. Uitgerekend nu de scholen weer bijna begonnen, vielen de mussen van het dak. We bliezen het bad op in de tuin, wanneer hun vader Caligulaatje speelde met de meisjes klonk hun gegil tot ver voorbij de poort. Nog even en de oudste ging naar groep twee, het lukte me maar niet haar gemoed te peilen. Voor de zekerheid had ik een nieuwe broodtrommel gekocht, de handeling leek mij meer voldoening te geven dan haar.

De avond viel en kwam met een verrassing, het blauwe licht maakte ons tien jaar jonger. Er schoven vrienden aan, stadsmensen die het was gelukt een strandhuisje te bemachtigen, van de prijs sloegen we steil achterover. Nog even en het volk moest hier weer opschuiven, inschikken, opbokken, niet naar beneden maar naar boven, net zolang tot ze in de Noordzee lagen. Hun oudste dochter kreeg geld voor een ijsje, een oefening in assertiviteit, maar toen ik even later naar de wc ging zag ik ze staan, hun dochters met die van ons, met z’n allen, dralend voor de kassa, blote voeten op een zanderig Perzisch kleed. ‘Er dringen steeds mensen voor, want ze zien ons niet’, zei de Dochter.

Toen ik had afgerekend kreeg ik een zoute kus.

‘Het personeel is hier toch al niet de vlotste’, zei een man achter me.

Zijn vrouw: ‘Nee, en daar maken ze zich ook helemaal niet druk om.’

Het nam me voor ze in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden