COLUMNThomas van Luyn

Ik blijf het bizar vinden dat er mensen zijn die Mulisch lezen, in een wereld waar Philip K. Dick bestaat

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

O jee, de Netflix is leeg. Wie van jullie heeft de laatste serie opgegeten? O ja, dat was ik. Maar nu zit ik vol. Ik heb ’t even gehad met kletsende mensen en smaakvolle decors. En omdat er in huize Van Luyn tijdelijk niet wordt gedronken, ben ik even een beetje confuus. Wie was ik ook alweer, voordat ik dronk en streamde? Dat was een periode die toch echt het overgrote deel van mijn leven besloeg, dus ik zou me moeten herinneren hoe ik die avonden doorbracht. Wacht, er daagt me iets. Was er niet een soort doos? Ja, een doos die je kon openklappen, met allemaal papier erin dat aan één kant aan elkaar geplakt was, waar ik uren mee kon... Boek! Zo heette het, een ‘boek’. Gek woord eigenlijk, boek. Boekboekboek. Hm.

Nou zijn de meeste boeken best wel slecht, net als de meeste films. Ook en vooral klassieke literatuur. Vroeger pakte ik nog weleens een besnorde Duitser of bebaarde Rus uit de kast, in de hoop mezelf te verheffen, maar dan bleek het meestal langdradig, pretentieus en vaak hopeloos slecht geschreven. Tergende uitwijdingen over landschappen, tientallen personages wier maniertjes en lichaamsbouw vele pagina’s lang werden beschreven, familiegeschiedenissen en terzijdes waarvan ik vreesde dat ik ze moest onthouden, omdat er misschien nog een overhoring kwam. De uitdrukking ‘schrijven is schrappen’ was niet echt het motto van de 19de eeuw.

Dus voor mijn hervonden leeswoede keer ik terug naar mijn eigen comfortleesvoer, sciencefiction. Dat is een uiterst suspect genre, waarmee je in intellectueel gezelschap niet moet wapperen. Vooruit, je mag Jules Verne en H.G. Wells hebben gelezen toen je klein was, maar veel meer niet. Asimov, misschien, maar alleen omdat het een Russische naam is. Daar kon ik vroeger heel defensief van worden en mopperen dat Tolstoj ook sciencefiction heeft geschreven, of vragen wat Shelleys Frankenstein en Orwells 1984 dan wel niet waren, maar dan was ik mezelf aan het rechtvaardigen – iets wat je nooit moet doen, want het zou je moeten jeuken wat anderen vinden. Toch blijf ik het bizar vinden dat er mensen zijn die Mulisch lezen, in een wereld waar Philip K. Dick bestaat. Ik herlees nu Dicks Do Androids Dream of Electric Sheep?, en het geeft mij meer menselijk tekort om op te kauwen dan de hele Nederlandse literatuurgeschiedenis bij elkaar. En ik heb ook maar meteen Heinlein besteld, en Niven, Bradbury en Huxley natuurlijk. O, en nog snel Asimov herlezen, want Disney brengt binnenkort haar ongetwijfeld infantiele versie van Foundation uit. Ook van Herberts Dune, trouwens, dus er is werk aan de winkel.

Ongetwijfeld betreed ik hier een Nerdiversum dat velen van u onbekend zal zijn, maar voor mij en talloze hoogbegaafde, hypersensitieve lezers in de wereld zijn dat allemaal gevleugelde schrijvers en dito titels, en misschien mag ik hier voorzichtig suggereren dat u er ook eens in zou moeten duiken. Het lijkt me heel gezond als mensen, in deze barre en angstige tijden, beseffen dat het een toekomst is. Dat is een objectieve waarheid. En of die nu wit, glimmend en intergalactisch is als Star Trek, of stoffig, bloedig en primitief als Mad Max, dat hangt af van wat mensen nu eigenlijk zijn en welke impulsen we volgen. Nou en als dat niet de kern van goede literatuur is, weet ik het ook niet meer. Met je Grunberg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden