Column ROBERT VAN DE GRIEND

Ik ben wél bang voor aanslagen

Robert van de Griend

Gisteren was het vier jaar geleden dat er bij een terroristische aanslag op vlucht MH17 193 Nederlanders om het leven kwamen. Er zullen vast ­lezers zijn van deze krant die iemand kennen die er direct of indirect bij betrokken was. Zelf verloor ik, bij mijn vorige werkgever, een collega.

De jaarlijkse herdenking vond plaats een dag nadat bekend werd dat Malek F., die ervan wordt verdacht in Den Haag drie mensen te hebben neergestoken, mogelijk een terroristisch motief had. Er is een Facebookfilmpje gevonden waarin F. zegt dat ‘ongelovigen moeten lijden’.

Dat nieuws volgde weer kort na het bericht van De Telegraaf dat een vrouwelijke terrorist met de bijnaam De Witte Weduwe volgens Britse inlichtingendiensten dertig seksegenoten heeft gerekruteerd om aanslagen te plegen in Zuid-Europese badplaatsen.

En nu worstel ik dus. Ik worstel omdat ik niet bang mag worden van dit soort berichtgeving.

Althans, dat is de boodschap die we de afgelopen jaren herhaaldelijk van politici en opiniemakers hebben gekregen. Nooit toegeven aan je angst, klonk het na elke aanslag, anders ‘winnen de terroristen’. Keep calm and carry on.

Maar het probleem is: ik ben wél bang. Sinds ‘Bataclan’ staat in concertzalen het zweet in mijn handen. Toen ik kort na de verijdelde aanslag in de Thalys iemand in diezelfde trein zag lopen met een langwerpig voorwerp onder zijn arm, stond mijn hart even stil (het bleek een paraplu, of een stokbrood, daar wil ik vanaf wezen). En geloof het of niet, maar na het bloedbad bij Charlie Hebdo heb ik op mijn werk een kast leeggeruimd waarin ik me zou kunnen verstoppen, voor het geval dat.

Ja, ik weet ook wel dat de kans dat ik een fatale val van een keukentrapje maak statistisch gezien duizenden malen groter is; ik heb dat ding niet voor niets het huis uit gedaan. Ik troost mezelf met CBS-cijfers uit 2017 die aantonen dat ik niet de enige bangerik ben: 7 procent van de ­Nederlanders blijkt drukke plekken te vermijden. Niettemin weet ik: met mij ga je de oorlog niet winnen.

En toch verkies ik de angst nog altijd boven de boosheid – klaarblijkelijk het enige wat ons rest als we onze angsten dienen te onderdrukken. Sinds Elf September krijgt iedereen in dit land de volle ruimte om te vertellen hoe woedend hij of zij is. Op moslims, op de linkse elite, op de rechtse onderbuik. Goed dat het allemaal gezegd mag worden, maar volgens mij heeft het in zeventien jaar tijd maar weinig problemen opgelost.

Zou het kunnen zijn omdat boosheid de nare gewoonte heeft nog meer boosheid uit te lokken? Steek een middelvinger op in het verkeer en je krijgt een ram op je bek. Verwijt je geliefde geflirt met de buurman en dikke kans dat je op de bank slaapt.

Nee, dan angst. Zeg tegen die zondagsrijder die op je bumper knalde dat je staat te trillen op je benen en je krijgt een heel ander gesprek. Zeg tegen je vrouw dat je bang bent om haar kwijt te raken en dikke kans dat de avond toch nog gezellig uitpakt.

The only thing we have to fear is fear itself, zei Franklin D. Roosevelt. Maar misschien wordt het tijd om minder bang te zijn om bang te zijn. Eens stoppen met bashen en hup, die ziel bloot. We zouden het op z’n minst eens kunnen proberen met z’n allen. Heel voorzichtig dan hè.

Hoe is het om een net niet slachtoffer te zijn van een aanslag?

Zij werd niet getroffen door de bom, maar heeft na twaalf jaar nog dagelijks last. Iris Koppe was in 2005 getuige van de aanslagen in Londen. Ze aarzelt om het toe te geven, maar blijven genieten, de terroristen niet laten winnen, gewoon de tram nemen - dat is lastig. Ook twaalf jaar later nog. Het relaas van een net-niet-slachtoffer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.