Column

Ik ben vijftig onbeschreven boekjes

Ik kan echt voor geen meter schrijven. Voordat u het met me eens bent: ik bedoel mijn handschrift.

Beeld Foto Robin de Puy

Ik heb weer eens een ideeënopschrijfboekje gekocht. Dat doe ik twee keer per jaar, bedwelmd door de serene orde die de kantoorafdeling van de HEMA uitstraalt. Ik heb er zeker vijftig, allemaal met één beschreven pagina - de pagina waarop ik kan teruglezen dat ik nu mijn leven echt ga omgooien en voortaan al mijn invallen en dromen ga opschrijven. Ik draag dat boekje dan een week met me mee, dan gaat-ie slingeren en migreert-ie in kleine stapjes naar het laatje onbeschreven boekjes. Ik ben geen onbeschreven blad, ik ben vijftig onbeschreven boekjes. Huu, ik krijg ineens het gevoel dat ik mijn hele leven heb verkwist.

Enfin: doordat ik zo zelden een pen op papier plaats, herinnert mijn hand zich niet meer hoe hij vlot letters moet tekenen, terwijl, de akkoorden van Yesterday weet-ie dan weer prima, hoewel ik dat al sinds mijn 10de niet heb gespeeld. Het is een handicap, nu ik mijn halfjaarlijkse opschrijfboekjesbevlieging onderga. Ik wíl dolgraag elk ideetje opkrabbelen, maar handmatig schrijven met inktgereedschap gaat in een slakkentempo en na drie woorden heb ik al kramp.

Erger nog: ik zit nu al een uur naar een aantekening van vorige week te kijken, en ik heb GEEN IDEE wat er staat. Nauwgezet loop ik de blauwe kringellijn na om te ontdekken of bepaalde vormen op letters lijken, maar niks, noppes, Jackson Pollock. Wat voor debiel kan zijn eigen handschrift niet eens lezen? Ik lijk wel die Noorse wetenschapper, ik ben zijn naam kwijt, maar die had zijn leven gewijd aan het ontcijferen van een paar runen op een IJslandse zwerfkei. Uiteindelijk lukte het hem; de truc bleek van rechts naar links lezen. Hij wijdde er een boek van achthonderd pagina's aan, hoe dit runenschrift in elkaar stak en wat de betekenis van het cryptische gedicht zou kunnen zijn (iets met goden en oogst en donder of zo).

Totdat een geoloog aantoonde dat het geen runen waren maar barsten, veroorzaakt door een miljoen jaar vriezen en dooien. Nou, als iemand zou zeggen dat mijn aantekeningen willekeurige vochtvlekken waren, zou ik er weinig tegenin kunnen brengen. Zo loop ik misschien wel gouden gedachten mis voor liederen, boeken, films of columns die de wereld op zijn kop hadden kunnen zetten en de kunst voorgoed hadden veranderd. Of er staat gewoon dat ik echt eens pannekoeken moet bakken met de kinderen: ook belangrijk. Bovendien lijkt het me zo elegant om in plaats van als een aap op de toetsen te rammen, met een gouden vulpennetje te schrijven. Een zinnetje als: 'column: ik kan mijn eigen handschrift niet lezen' krijgt veel meer gewicht als er de liefde en aandacht van het opschrijven in zit. Als ik dát kon, zou ik nooit meer een mailtje versturen. Mensen schrikken zich dood van een handgeschreven brief. Ik heb ooit Dries van Agt gevraagd kandidaat te wezen in een kwisje. Zijn weigering was een epistel waarin hij zijn diepste respect betuigde voor mijn oeuvre, maar meende van geringe waarde te kunnen zijn voor datgene wat ik het publiek wilde brengen. En dat alles in 19de-eeuwse krulletters. Kijk, om zoiets te kunnen zeggen heb je een handschrift nodig. Een écht handschrift.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden