Column Peter Middendorp

Ik ben nog maar net begonnen met de grote filosofen, maar ik weet niet zeker of ik ermee doorga

Ik moest een antwoord geven. Op iets. Een keuze maken tussen ja of nee. Ik kon goed beredeneren waarom ik ja moest zeggen, maar als ik aan de andere kant van de tafel ging zitten, kon ik evengoed beredeneren waarom nee het juiste antwoord was.

‘Nu zegt je intuïtie dus eigenlijk nee’, zei mijn vriendin, ‘maar gaan je hersenen toch nog op zoek naar argumenten voor ja.’ Ze was in haar slaapgoed beneden gekomen. Het was zaterdagochtend, ze moest halverwege het Volkskrant Magazine zijn.

‘Het punt is niet mijn gebrekkige gevoel-verstandcoördinatie’, zei ik. ‘Ik zit met beide. Ik kan precies evengoed voelen en denken waarom het ja en nee moet zijn. Het is een mengvorm. Twee mengvormen, die gelijkwaardig zijn.’

Met een kopje thee liep ze naar de hal. Ik ging er achteraan. ‘Dit doet me denken aan een van die filosofen, Kierkegaard of Heidegger, die haal ik altijd door elkaar.’ (Dit was trouwens niet waar, dit was zelfs pas de eerste keer dat ik ze door elkaar haalde. Ik weet ook niet waarom ik het zei. Mogelijk weet mijn intuïtie al dat het vaker zal gebeuren.) ‘Of Hegel. Hegel was het volgens mij. Met zijn antoniemen, of hoe heten ze.’

‘Want’, zei ik, ‘bij Hegel of Kant is het zo, die neemt gewoon een stelling, bijvoorbeeld: ‘Alles is toeval’. En levert vervolgens het bewijs: de stelling is waar. Dan neemt hij een tweede stelling: ‘Alles wordt gestuurd’. En bewijst die stelling ook. Dat kan helemaal niet natuurlijk, die stellingen sluiten elkaar uit, en toch zijn ze waar.’

Daar stond ze, in de eerste bocht van de trap, mijn sierlijke vrouw met haar kopje thee, mijn moreel kompas in bange, doordeweekse dagen, die nu een half oog naar boven richtte, naar het bed, het open raam en het Volkskrant Magazine.

‘Wat betekent dat’, zei ik. ‘Weet je wat dat betekent? Dat betekent dat we niks te weten kunnen komen, dat er geen vooruitgang bestaat, dat we opgesloten zitten in verhalen. En wat moet je dan?’ (Ik ben nog maar net begonnen met de grote filosofen, maar ik weet niet zeker of ik ermee doorga. Ze hebben nu al zoveel problemen opgeworpen dat je weet: daar gaan ze nooit meer uitkomen.)

‘Dus komt alles aan op coping’, zei ze. ‘Hoe je ermee omgaat. Dat is het enige waar je invloed op hebt.’ Ja, wilde ik zeggen, daar was ik ook: de mens mag de werkelijkheid niet kennen, hij mag die incasseren – dat is de verhouding tussen de mens en alles wat hem omringt. En dat was ook precies de reden waarom ik even advies nodig had.

Maar ze coopte me al de trap op naar boven en verdween vervolgens zo snel in haar zaterdagochtendritueel dat ik me afvroeg wat er van de grote filosofen was overgebleven als ze in de 18de en 19de eeuw ook het Volkskrant Magazine hadden gehad.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden