Column Hayat

Ik ben mijn moeder

Zij zou wél een moeder worden die haar kinderen voorgaat op het pad van de technische mogelijkheden. Tot bleek dat haar peuter nu al beter overweg kan met de iPad.

Beeld Eva Roefs

Mijn zoontje heeft genoeg van het Nijntje-filmpje op de iPad. Hij drukt Netflix uit, swipet, hupsakee, naar YouTube en klikt daar vervolgens net zo lang door tot hij zijn favoriete olifantenfilmpje vindt. Het jochie is nét 3 jaar, ik ben verbluft. En ik realiseer me hoe volstrekt kansloos ik ben. Ik krijg al rode vlekken in mijn nek als mijn iPhone een nieuwe update moet hebben. Het liefst zou ik zo'n ouderwetse Nokia willen waarmee we ooit allemaal zijn begonnen, u herinnert zich vast het onverwoestbare apparaat dat uitstekend dienstdeed als telefoon. 

De huidige technologie vergt een totaal andere benadering dan ik gewend was met de apparaten uit mijn jeugd: onze bruine televisie moest je zo nu en dan een stevige oplawaai geven aan de rechterkant en dan deed-ie het weer. En als een cassettebandje vastliep, kon ik gewoon met het blote oog waarnemen waar het euvel zat: de tape liep eruit. Kwestie van een balpen erbij pakken en geduldig door het oogje draaien tot het lintje weer was ingeregen. Als er nu een apparaat vastloopt, kan ik niets waarnemen. Dan loop ik maar weer als een dom schaap naar mijn man die geduldig vaststelt dat ik de laatste update niet heb geïnstalleerd en het kwaad in mijn leven dus aan mezelf te danken heb. 

Terwijl ik in het digitale tijdperk stuntel met de apparaten om me heen, bedienen de peuterhandjes van mijn zoon behendig de iPad. Als ik hem zo vanzelfsprekend zie klikken en swipen besef ik hoe groot de kenniskloof tussen ons is en hoe weinig benul ik zal hebben van de digitale wereld waarin hij opgroeit. En dan komt de grote dreun: ik ben op mijn moeder gaan lijken.

Mijn moeder begreep nagenoeg niets van de wereld waarin ik opgroeide. Ze kende het Nederlandse schoolsysteem niet, ze kon mijn boeken niet lezen en de absentiebriefjes die ik haar voorschotelde, ondertekende ze blind. Ik was degene die haar zaken in de gaten hield. Ik vertaalde de post, ging met haar mee naar de bank, het postkantoor (dat was er nog, reuzegezellig) of de Hema om overschrijvingen, verzendingen naar Marokko, respectievelijk taartbestellingen te regelen. Zij vertelde wat er moest gebeuren, ik tolkte, knikte dat het goedkwam en wees haar vervolgens aan waar de handtekening moest komen. Zo deed ik dat ook met het briefje waarin stond dat er een schorsing boven mijn hoofd hing als ik nog eenmaal de klas uit zou worden gestuurd. Ik loste het op school zelf op met de decaan, regelde een gesprek met de desbetreffende docent om onze ruzie bij te leggen en zorgde de rest van het jaar dat ik niet meer in de problemen kwam. Prima opgelost, zonder thuis een slipper naar mijn hoofd geslingerd te krijgen. Lang leve de mislukte integratie.

Dankbaar en royaal maakte ik gebruik van de kennisachterstand van mijn ouders. Mijn moeder wist niet hoe ze moest inloggen in mijn lesrooster en moest het dus doen met mijn mededeling dat ik alle dagen om 4 uur uit was. Daarmee bespaarde ik mezelf flink wat oppasuren, want mijn moeder verwachtte me direct uit school thuis om te helpen met mijn broertjes en zusjes. Toen ik later naar de universiteit ging, maakte ik het helemaal bont door te zeggen dat De Moeilijke Studie veel tijd en aandacht vergde waardoor ik doordeweeks nooit meer kon helpen. Terwijl ik een luttele vier colleges had (en zelfs die niet altijd volgde) en ik de rest van de week met vriendinnen in Pathé naar George Clooney zat te kijken en bij V&D chocoladetaart zat te eten; als wij waren blijven studeren, was V&D nooit failliet gegaan.

Ik was ervan overtuigd dat ik een andere moeder zou worden. Ik zou exact weten hoe te navigeren in de samenleving, waardoor mijn kinderen op míj zouden leunen in plaats van andersom. Ik zou hen uitleggen hoe de wereld in elkaar steekt en ze geduldig wegwijs maken tot ze met hun kleine voetjes stevig genoeg zouden staan om zelf aan de slag te kunnen. Zij zouden aan mij, hun alwetende moeder, zowel de grote levensvragen voorleggen als de zaken van alledag. Wat een desillusie. Ik mag al blij zijn als ik over een paar jaar met mijn échte kinderen aan tafel zit en ze me niet om de tuin leiden met een hologram.

Columniste Hayat schrijft onder pseudoniem in verband met haar juridische werk. Reageren? hayat@volkskrant.nl 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden