COLUMNSylvia Witteman

Ik ben geen boomer, maar ik woon wél in dat verfoeide, felbegeerde Amsterdam

Maandagochtend. Ik stapte de glorieuze nazomer in. Terwijl ik mijn fiets van het slot haalde passeerde er een stel ‘op leeftijd’ zoals dat heet, de man in een keurige beige démi saison waar het te warm voor was, de vrouw, met glanzende Elviskuif, in een mouwloze jurk met zebrastrepen. ‘Een lekkere loempia, daar zou ik nou wel zin aan hebben’, sprak de man handenwrijvend. Waarop de vrouw, zonder een spier te vertrekken, antwoordde: ‘Rot toch op met je loempia, idioot. Loempia’s, loempia’s, loempia’s, er komen nog eens loempia’s uit je reet groeien. Trouwens, ze hebben nog nergens de frituur aanstaan.’ Ze lachten allebei, hij sloeg zijn arm om haar heen en ze vervolgden hun weg. Het was pas negen uur.

Om de hoek nam ik plaats op een terras, waar twee meisjes van een jaar of 18 zaten te ontbijten. Het waren eerstejaarsstudenten, zo bleek, en ze aten geen loempia’s, maar iets met havermout en bessen. Ze hadden een opengeklapte laptop voor zich staan en bekeken huizen op Funda. Huizen in Amsterdam zijn al geruime tijd onbetaalbaar, en het wordt steeds erger. Schamper lachend wezen de meisjes elkaar de peperdure, piepkleine hokjes aan. Het was ‘niet eerlijk’ concludeerden ze, en bovendien ‘de schuld van de boomers’.

Ik voelde me betrapt. Ik ben geen boomer, maar ik woon wél in dat verfoeide, felbegeerde Amsterdam. Toen ik het appartement kocht was het nog nét betaalbaar. Nu niet meer. Dat is inderdaad niet eerlijk, maar ik kan er niets aan doen. Of ik moet mijn huis voor een habbekrats verkopen aan een paar studenten, en zelf in dat spreekwoordelijke hutje op de hei gaan wonen. Ik vrees dat ik binnen een week terug zou willen naar de stad, waar je om 9 uur ’s ochtends tegen een echtpaar oploopt dat liefdevol ruziet over loempia’s. Dan maar niet eerlijk. Het leven is hoe dan ook niet eerlijk.

‘Nou ja, jij hébt tenminste een kamer’, zei het meisje op links. Ze was erg mooi, met groene poezenogen en een waterval van goudblond haar. ‘Nou ja, voor drie maanden. In Ósdorp...’, zei de ander. Zij leek nogal op een snoek. Ook dat was niet eerlijk. Maar ze had wel een kamer, en die blonde niet. Die moest vanavond weer met de trein terug, naar haar ouders en haar broertje in Heiloo.

‘Mijn broertje is superirritant’, voegde ze eraan toe. ‘En ik háát Heiloo.’ Ze maakte kokhalsgeluiden. De snoek lachte. De mooie blonde trok een onweerstaanbare pruilmond en sprak, half schertsend: ‘Ach, ik trouw gewoon zo snel mogelijk met een rijke man.’

Het zal haar lukken ook, hoor. Eventueel vandaag nog.

Óók niet eerlijk. Maar ja. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden