ColumnSylvia Witteman

Ik belandde in een alledaags drama dat leek op die scène uit No Country for Old Men

Midden in het park staat een vergeten, piepklein kinderfietsje al maanden op slot aan dezelfde lantaarnpaal. Waarom komt niemand het ophalen? Ik kan daar heel wat verhalen bij bedenken, gelukkig niet allemaal even onheilspellend.

Onheil is er anders genoeg. Gisteren had ik het fietsje net weer gepasseerd toen zich, midden op de Norbert Elias-brug, een alledaags drama voltrok. Daar was een meisje van een jaar of 3 bezig met zo’n onder alle jonge ouders beruchte hysterische krijspartij. Ze had zich ruggelings op de brug geworpen en lag woest te spartelen. Het leek op die scène uit No Country for Old Men waarin Javier Bardem een politieagent wurgt met zijn handboeien.

Het meisje loeide iets onverstaanbaars, haar moeder stond ernaast en maakte sussende geluiden die niet hielpen. Meestal zie je een dergelijk tafereel in de supermarkt. Dan heeft zo’n peuter zijn zinnen gezet op een zak verfoeilijk snoep en is bereid zich daarvoor tot flauwvallens toe aan te stellen. Je moet dan als moeder heel sterk zijn om voet bij stuk te houden. Zelf was ik dat meestal niet, maar mijn kinderen zijn toch opgegroeid tot aardige mensen die graag boodschappen doen voor hun moeder, zeker als daar een gezinsverpakking Snickers tegenover staat.

In dit geval was de aanleiding voor de driftbui niet duidelijk. Een verloren haarspeldje? Een verijdelde poging om een hondendrol op te rapen? Ik knikte de moeder maar eens begrijpend toe. Ze beet op de nagel van haar duim. ‘Emma, rustig nou!’, riep ze. Het meisje brulde en spartelde onvermoeibaar voort.

Ik keek naar het fietsje. Als ik nu een betonschaar had, kon ik het losknippen en aan dat meisje geven. Alleen al van verbazing zou ze waarschijnlijk stilvallen. Maar ik had geen betonschaar en het kind bleef krijsen. ‘Emma!’, riep de moeder wanhopig. ‘Zullen we bij de grote speeltuin warme chocomel gaan drinken? Met slagroom?’

Briesend wierp het meisje haar knalrode hoofd heen en weer. ‘NEEEEEE!’, gilde ze. De moeder trok haar overeind, drukte haar tegen zich aan, negeerde de schoppende schoentjes die moddervlekken maakten op haar beige winterjas, dwong haar uitgeputte gezicht tot een grijns en schreeuwde uit volle borst: ‘Met áppeltaart!?’

Nee. Ook niet met appeltaart. Ik dacht aan Norbert Elias, waar ze die brug naar genoemd hebben. Norbert had allerlei theorieën over beschaving en menselijke waardigheid. Hij had dit vast een boeiend tafereeltje gevonden. De moeder, intussen, klemde het nog steeds gillende en schoppende kind tegen zich aan en vervolgde moeizaam haar weg. Over haar schouder wierp ze me een wanhopige blik toe.

Morgen ga ik terug. Met een betonschaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden