Bericht uitmexico-stad

Ik beken, ik heb één keer onveilig gebasketbald in Mexico-Stad

In de armere buitenwijken is het gewone leven grotendeels hervat.Beeld Reuters

Op 50 meter van mijn appartement in Mexico-Stad ligt een basketbalveldje. Als ik op mijn kleine dakterras zit, hoor ik aan het eind van de middag het vrolijke stuiteren van een bal. Via een stalen trappetje kan ik een volgend dak bereiken en heb ik zicht op mijn sportende buren. Dik een maand geleden heb ik mezelf een keer uitgenodigd voor een potje. Als zij elke avond ongehoorzaam zijn, dan mag ik toch ook weleens? Ik was welkom.

Het bleek een grote familie te zijn die samen in één appartement de quarantaine doormaakte. Een oom en tante met kinderen waren slechts op bezoek, maar bleven vanwege de situatie bij hun verwanten in de stad. De enige die hier ongehoorzaam was, was ik. Het onveilig sporten was heerlijk, luchtwegen openden zich, het hart pompte zuurstof rond. Eindelijk was het lichaam weer eens moe, in plaats van het hoofd. Maar het genot kwam met een prijs: knagende onzekerheid over het lot van mijn buren.

In de laatste week van maart begon in Mexico een ‘nationale periode van gezonde afstand’. Niemand wordt gedwongen om binnen te blijven, maar de overheid heeft zo veel mogelijk verleidingen om naar buiten te gaan weggenomen: werk- en recreatieplekken zijn gesloten. De strategie werkt: per deelstaat is het publieke verkeer met 50 tot 80 procent afgenomen.

Maar na ruim twee maanden is de rek er wel uit. Statistieken tonen dat het aantal bewegingen buitenshuis toeneemt. Het geduld en het spaargeld van miljoenen Mexicanen is op. En de angst voor het virus is tanende.

De plastic linten rond de parken in de rijkere wijken van Mexico-Stad worden genegeerd of zijn inmiddels verdwenen. De hond (veel Mexicaanse gezinnen hebben er minstens één) moet toch uitgelaten. In de armere buitenwijken, waar mensen het zich niet meer kunnen veroorloven om binnen te blijven, is het gewone leven grotendeels hervat.

Dat is slecht nieuws, want de coronapiek is hier nog niet bereikt. Mexico telt inmiddels zo’n negenduizend bevestigde coronadoden, maar stapt desondanks komende week over op een stoplichtsysteem. Op ‘plaatsen van hoop’, waar het aantal besmettingen laag is (vooralsnog vooral buiten de steden), mogen mensen weer naar de kroeg en naar het kantoor. Het kan haast niet anders of de corona-aantallen zullen daardoor verder oplopen. Veel keuze heeft de overheid niet: de steile curves van werkloosheid en armoede kunnen niet langer worden verwaarloosd.

Ruim twee weken na mijn potje basketbal sprak ik een van mijn buren. Iedereen was nog gezond. Ze basketballen nog steeds, maar ik heb niet meer meegedaan. Nu tennis ik af en toe tegen een muurtje. Bij het eerste muurtje dat ik vond, werd ik al snel weggestuurd. Een raampje op een hogere verdieping ging open en een hoofd met mondkap en plastic masker verscheen. De man had een zieke in huis die last had van mijn spel. 

Voor sommigen is corona een huisgenoot die binnensloop tijdens de quarantaine en niet wil ophoepelen. Je merkt het pas als je met een tennisbal het stille huis tot leven wekt.

Na enig speurwerk ontdekte ik een blinde muur waarop ik mijn overtollige energie kwijt kan zonder anderen te storen. Het biedt uitkomst, toch is veilig in je eentje een stuk minder leuk dan onveilig samen. Ik hou vol, maar als het licht straks op groen springt (terecht of niet), vrees ik dat ik me weer meld op het basketbalpleintje. Dan met toestemming van de overheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden