ColumnNadia Ezzeroili

Ik begin mijn schoonvader te missen, en zijn kleine colleges geschiedenis tijdens de zondaglunch

Ik begin mijn schoonvader te missen, de man die me altijd zo liefdevol begroet: eerst mijn gezicht geklemd in zijn grote handen, dan drie kusjes op mijn wangen, vervolgens een stevige omhelzing met vleiende woorden en tot slot nog een aai over mijn bol. Ik mis zijn kleine colleges geschiedenis tijdens de zondaglunch, die de afgelopen maanden steeds vaker over de Tweede Wereldoorlog gingen vanwege de naderende viering van 75 jaar vrijheid in Nederland.

Zondag zouden we hem eigenlijk weer even zien. Ergens in een park, en voor de zekerheid op 3 meter afstand. Maar door de foto’s van drukke parken die zaterdag met groeiende woede over de socialemediakanalen gaan, zien we er ’s ochtends toch van af.

Ik begin me te ergeren aan de foto’s. Niet omdat ze me dwingen om binnenshuis te blijven en extra voorzichtig te zijn, maar vanwege de gretigheid waarmee ze worden gedeeld. Sommige mensen zijn zichtbaar in beeld, terwijl we niets weten over hun achtergrond. Misschien is die twintiger die achteloos over straat lijkt te lopen wel depressief, en is dit zijn enige moment op de dag om even te luchten zodat zijn hoofd thuis niet vermorzeld wordt door duistere gedachten. Misschien leeft dat spelende gezin met vier kinderen in een flatwoning van 56 vierkante meter. En misschien is dat alledaags uitziende meisje dat niet naar haar ouders lijkt te luisteren niet verwend, maar autistisch – en is ze extra onrustig omdat haar routine is weggevallen.

Zondagmiddag ben ik voor het eerst even vrij sinds de coronacrisis door de Nederlandse poorten is komen marcheren. Ik hoor veel over huiselijke klus- en opruimprojecten, maar thuis hebben we de berg was nog altijd niet weggewerkt en is het dakterras nog steeds een zooi van groene aanslag en verkoolde wegwerpbarbecuetjes van vorig jaar.

Ook het verwaarloosde haar van onze dreumes begint te lijken op een Perzische kat die op zijn hoofd is bezweken. Mijn partner vindt het ‘Hobbit-kapseltje’ wel lief; ik wil er met een grasmaaier overheen. Wat mij betreft is er geen staakt het vuren in de strijd tegen pluishaar, coronacrisis of niet. Dus ik bestel bijna 50 euro aan haarproducten voor mijn eigen krullen en wacht het moment af dat ik weer drie uurtjes alleen ben met mijn zoon en de keukenschaar.

Het kost me moeite om vrolijk te worden van het zonnetje buiten. We horen alarmerende verhalen over dramatische toestanden in ‘voorland’ Italië, die ons over twee weken volgens de sombere voorspellingen ook gaan bereiken. We lezen over lijkwagens die de komende week vaker door Nederlandse straten zullen rijden. En zondag zien we het aantal doden in Nederland inderdaad stijgen.

Thuis is het knopje inmiddels op standje sarcasme gedraaid. Mijn partner gooit ’s ochtends weer wat fruit in de mixer terwijl hij mijn fragiele gemoed tergt. ‘Drink maar’, zeg ik. ‘Die bessensmoothie gaat je vast beschermen tegen covid-19.’

Ik blijf hangen in de gaarheid. Totdat maandagochtend de bel gaat. ‘Titaaa!’, brult onze dreumes. Zo noemt hij zijn zus, al slaat het nergens op, want het lijkt in de verste verte niet op haar echte naam. Maar het is inderdaad mijn vrolijke bonusdochter, die tijdens de lunch een discutabele hamburgervergelijking voor de gezinsverhoudingen bedenkt: haar broertje is het sappige plakje vlees, zij de frisse komkommer, mijn partner het lekkere zachte broodje. En ik ben de zure augurk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden