Column Chris Oostdam

Iets in me zegt: ik ben ziek, ik heb weinig tijd, dus verknoei het niet

Ik heb het moeilijk deze weken. Ja, ik heb een heerlijke week gehad op de camping. Fijn om alle oude bekenden weer eens te zien. En volgende maand heb ik nog zo’n afscheidstournee georganiseerd, want dan gaan we een weekje naar Kijkduin. Dat wordt ook een trip down memory lane, verwacht ik.

Maar los daarvan, bekruipt me het idee dat het helemaal niet zo goed met me gaat. Ik loop hard tegen de grenzen van mijn uithoudingsvermogen aan. Ik begin langzaamaan inzicht te krijgen in de draconische financiële gevolgen van mijn ziekzijn, met alle daarbij behorende zorgen. Waarover later meer.

De euforie die ik had bij het begin van de behandeling, is eventjes helemaal weg. Tuurlijk, als je het vergelijkt met hoe het was toen ik net ziek was geworden, is het veel en veel beter. Daar kan ik alleen maar blij om zijn. En dat ben ik ook. Maar als je het vergelijkt met het niveau van vóór ik ziek werd, zeg een jaar geleden, is het beeld verre van rooskleurig. Ja, ik kan weer zo’n drie kwartier tot een uur met Zappa lopen, en ik zwem weer zestig baantjes in een klein uur (Maarten van der Weijden doet dan een kilometertje of vier). Ik kan best een uurtje of twee bezig zijn in de tuin of in huis. Maar dat is het dan ook wel. En het lukt me niet om dat niveau verder op te krikken. Boosheid, zorgen, het zit me allemaal in de weg. Het maakt ook dat ik slecht slaap. Ik voel me moe, futloos. Nergens zin in.

Verder ben ik me meer bewust van de bijwerkingen van de behandeling.

Mijn schildklier is ontregeld geraakt. Ik zei wel eens gekscherend: het enige positieve van deze rotziekte is dat ik die paar kilo ben verloren die bijna elke vrouw wel kwijt wil. Maar de zeven kilo die ik ben kwijtgeraakt, zaten er in no time weer aan. Nu is het met medicijnen weer stabiel, maar het valt niet mee om op gewicht te blijven. Ook al omdat mijn activiteitenpatroon lager ligt dan ik voorheen gewend was.

En ik stond toch al niet vooraan toen het geduld werd uitgedeeld, maar nu ben ik extreem ongeduldig. Alsof er iets in me zegt: ik ben ziek, ik heb weinig tijd, dus verknoei het niet. Kortaangebonden ben ik ook: ik kan bij het minste of geringste ontploffen. Bij de meeste mensen kan ik me wel enigszins inhouden, maar arme Ronald krijgt af en toe de volle laag. Godzijdank kan hij het hebben.

Zorgelijk vind ik ook dat ik merk dat ik soms niet op woorden kan komen, of dat ik iets aan het vertellen ben en dan ineens niet meer weet wat ik nou eigenlijk wilde vertellen. Ik praat erover met Ronald en die was het ook al opgevallen. Het zal toch niet dat ik ook nog dement ga worden? Mijn arts stelt me enigszins gerust: concentratieproblemen komen veel voor bij kanker. Mocht het erger worden, dan wordt er een scan gemaakt van mijn hoofd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.