Iedereen weet wat daar aan de hand is

Over de toestand in 'de berm', een stuk woestijn tussen de grens van Jordanië en Syrië waar naar schatting 75 duizend mensen existeren, gestrand op de weg van een verleden dat niet meer bestaat naar een toekomst die maar niet wil aanbreken, trekt met enige regelmaat een bezorgde burger aan de bel. Artsen zonder Grenzen, hulpverleners, vluchtelingen, politici: iedereen weet wat daar aan de hand is. Er is geregeld gewaarschuwd voor hongersnood, uitdroging, infectieziekten en andere misère.

Vluchtelingen net over de Syrische grens in Jordanië, bij het Rukban-vluchtelingenkamp. Beeld ap

Permanent de aandacht vragen voor iets waar zo veel uitzichtloosheid omheen hangt dat wegkijken de enig aangename optie is, is niet eenvoudig, want het went, net zoals de verhalen over de onuitsprekelijke ellende in oostelijk Congo, waar een permanente staat van conflict en onveiligheid heerst, wennen. Amnesty International deed gisteren niettemin een manmoedige poging en publiceerde een nieuw rapport - goed voor minimaal een halve dag nieuwe publiciteit aan de vooravond van een bijeenkomst van Europese regeringsleiders die vooral gepreoccupeerd zijn met de vraag hoe diep de eigen navel is, hoe snel de veerboot terug naar Turkije vaart, hoe hoog de hekken aan het oosten van de Unie kunnen zijn en hoe dun het handvol gelukkigen dat Europa wist te bereiken over de Unie kan worden uitgesmeerd.

Afgelopen juni sloot Jordanië (overigens goed voor de opvang van bijna 700 duizend Syrische vluchtelingen en inmiddels de wanhoop nabij) twee grensovergangen nadat IS-strijders met een bomauto op een grenspost in waren gereden en zeker zes Jordaanse grenswachten hadden vermoord. Syrische vluchtelingen op weg naar Jordanië liepen vast in een bufferzone tegen de Jordaanse grens en verblijven sindsdien in het woestijngebied, ingeklemd tussen oorlog, destructie, een zandwal en verboden toegang. Hulporganisaties hebben weinig tot geen toegang tot de vluchtelingen, voedselhulp wordt met hijskranen het gebied in getakeld. Anderhalve maand geleden zette het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken een filmpje online van een voedseltransport dat 'mede dankzij Nederlandse inzet' bij de gestrande vluchtelingen werd bezorgd; het was meteen ook het enige voedseltransport dat sinds juni het niemandsland in mocht.

Er zijn geen sanitaire voorzieningen in de berm, er is geen medische hulp, er is weinig reden om te veronderstellen dat de vrouwen, mannen en kinderen die er verblijven binnen afzienbare tijd ergens terecht zullen komen waar ze zullen kunnen deelnemen aan iets dat op een normaal leven lijkt.

Amnesty toonde gisteren satellietbeelden van het gebied. De nieuwe beelden laten zien dat er inmiddels 8.295 tenten staan, vooral bevolkt door vrouwen en kinderen. De beelden laten hopen stenen zien : provisorische graven - 'tientallen', aldus Amnesty - waaraan hulpverleners de conclusie verbonden dat er nogal wat afgestorven wordt in het kamp, vermoedelijk aan infectieziekten of aan complicaties bij bevallingen.

Bovenal laten de beelden zien waarom iedereen die het begrip 'opvang in de regio' als excuus voor de eigen labbekakkerigheid en als panacee voor alle vluchtelingensores in de mond neemt, zich diep, zeer diep moet schamen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.