Column Jasper van Kuijk

Iedereen lijkt in Zweden een gedeelde missie te hebben: mij ervan ­doordringen hoe belangrijk ‘fika’ is

Jasper van Kuijk schrijft wekelijks over het tijdelijke verblijf met zijn gezin in Zweden.

Ik heb nu twee dagen doorgebracht in mijn eenpersoonskamer aan de universiteit waar ik dit jaar gastonderzoeker ben. Ik vraag me opeens af waarom ik jarenlang vrijwillig heb gekozen voor werken in een kantoortuin, pardon: studio. Ja, voor het contact met collega’s en de kruisbestuiving die dat voort kan brengen, maar in de praktijk kwam het erop neer dat iedereen met oortjes in zat om zich te kunnen concentreren. Nu zit ik voor het eerst in vijftien jaar op een kamertje voor mezelf en verbaas me over de rust en concentratie die ik hier vind.

En ondanks mijn eenpersoonskamer komt het met die kruisbestuiving ook wel goed, want op vaste tijden komt mijn afdeling voor fika naar de speciale fika-kamer, een soort woonkeuken. Fika is de Zweedse koffietraditie, met drie belangrijke elementen: samenzijn, koffie en wat te eten (een zoet broodje of iets). En vergis je niet, we hebben het hier niet over gewoon koffiedrinken, het is gelaagder dan dat, ze hebben het over een fika-cultuur.

De fika blijkt ook een uitgelezen gelegenheid om kennis te maken. De eerste dag gaat dat prima, ik stel me simpelweg voor aan iedereen die ik tegenkom. Maar de tweede dag wordt het gevaarlijk, want nu ­lopen er gezichten rond die ik zou moeten kennen. Een sociaal mijnenveld voor iemand als ik, voor wie het onmogelijk is gebleken om tegelijkertijd iemand aan te kijken, vriendelijk te glimlachen, een hand te schudden, je naam te zeggen en dan ook nog iemands naam te registreren en die te koppelen aan het bijbehorende gezicht.

Aan wie ik me ook voorstel, ze lijken allemaal een gedeelde missie te hebben: mij ervan doordringen hoe belangrijk de fika-cultuur is. Het zorgt voor ­samenhang vertellen ze, en zeker drie collega’s zeggen hun beste ideeën te hebben gekregen tijdens de fika. Ze vertellen het zó vaak en zó enthousiast dat ik me afvraag of mijn neutrale gezichtsuitdrukking hier in Zweden misschien als afkeurend of verbaasd wordt geïnterpreteerd.

’s Avonds zie ik op het Zweedse journaal een interview met de topman van het Chinese Huawei, ’s werelds grootste fabrikant van mobiele netwerken, wat ooit het Zweedse Ericsson was. Afsluitend vraagt de journalist aan de Chinese topman waar Ericsson het volgens hem heeft laten liggen. ‘Terwijl jullie aan de fika zaten, waren wij aan het werk.’ Au. Is dit dan wat er aan de hand is? Staat de fika ter discussie en verdedigen mijn collega’s het dus maar bij voorbaat? Een beetje wat wij in Nederland doen als het gaat over fietsen zonder helm?

Terwijl, verdedigen is toch onnodig? De fika is perfect complementair aan de concentratie van mijn solowerkkamertje. Het levert een prettige afwisseling van anderhalf of twee uur gefocust werken en dan even ontspannen met collega’s. En dat werkt. Ook omdat je weet: ik heb nu anderhalf uur en dan moet ik alweer koffiedrinken.

En toch kan mijn interne calvinist nog niet helemaal wennen aan de fika-cultuur. Dan denk ik stiekem: oké, ik ben net lekker bezig, deze slaan we even over. Ik zie de voordelen wel, maar ik vóél het nog niet helemaal. Als een bezorgde burger die met Prinsjesdag positieve koopkrachtplaatjes ziet.

Maar één ding weet ik wel, bij terugkomst in Nederland gaat deze jongen niet meer de kantoortuin in. En misschien ben ik tegen die tijd wel helemaal om en sta ik straks in Delft bij het koffiezetapparaat als een ware fika-jehova de zegeningen van de fika-cultuur te verkondigen. Want bekeerlingen zijn de grootste fanaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden