Essay

Iedereen is walgelijk: afkeer als morele emotie en politieke strategie

null Beeld Zeloot
Beeld Zeloot

Afkeer is een krachtige en al te menselijke emotie, die politici graag aanwakkeren voor hun eigen doeleinden. Maar als we ons laten verleiden elkaar als walgelijk object te zien, schrijft Emy Koopman, komen we nooit verder.

Emy Koopman

Ik was afgehaakt. Het gebeurde vorig voorjaar, tijdens de eindeloze derde golf, ergens tussen het gewoon blijven zitten van de demissionaire premier-zonder-actief-geheugen en de zoveelste persconferentie waarin diezelfde premier ons een handvol verwarrende zoethouders zou toewerpen. Iets met nog twee uur langer op een buitenterras mogen zitten, met maximaal twee mensen, tenzij je een huishouden bent, of een sekswerker, met als ingangsdatum over achtenhalve dag. Ik volgde het niet meer, en ik wilde het ook niet meer volgen: ik had een fysieke afkeer gekregen van die man, zijn partij en zijn stemmers. Daar stond hij, de belichaming van de arrogantie van de macht, ons toe te spreken alsof hij het toonbeeld van redelijkheid was. Alsof er geen onterecht door de Belastingdienst opgejaagde ouders en zieken bestonden, geen kapotgestreden politicus die afgestoten zou worden met een ‘functie elders’, geen ontwrichte Groningers, geen burgerslachtoffers van Nederlandse bombardementen in Irak. Allemaal vergeten.

Als een reeks aan leugens en ondemocratische acties binnen een democratie geen werkelijke gevolgen heeft, hoe kun je dan nog geloven in die democratie? Hoeveel schandalen waren er onder de opeenvolgende regeringen Rutte al niet geweest, hoeveel huizen weggegeven aan buitenlandse investeerders, hoeveel belastingvoordelen aan brievenbusfirma’s? Zo groot kon de groep die van dit beleid profiteerde niet zijn, dus waarom was er al die tijd geen uitdager geweest die de rest van Nederland kon verenigen?

Morele emotie

Het was vooral uit plichtsbesef, niet uit een gevoel dat het iets zou veranderen, dat ik me in het najaar van 2021 bewoog naar het eerste woonprotest en het grootste klimaatprotest. Die protesten leken op elkaar als een PvdA- en een VVD-minister onder Rutte II. In beide gevallen was de opkomst hoog, waren de slogans antikapitalistisch (al dan niet met kwinkslag), en de demonstranten voornamelijk jong en behoorlijk links. Bij beide protesten werd ‘VVD, weg ermee!’ geroepen, en ‘Eat the rich!’ Bij beide protesten voelde ik hoop – al die mensen, al die jonge mensen, die nog de energie hadden om te vechten tegen een onrechtvaardig systeem –, maar evengoed ongemak. De gehele VVD hoefde nou ook weer niet weg. En die gentrificatie waartegen op het podium en in het publiek zo werd tekeergegaan, was ik daar niet ook (onwillig maar onmisbaar) onderdeel van, als schrijver in een voor mij nog net betaalbare huurwoning in een snel verhippende volkswijk? Mocht ik er wel zijn van deze mensen?

Afkeer, de meest buikige van de onderbuikgevoelens – hij ziet er niet mooi uit, maar we kennen hem allemaal, in mindere of meerdere mate. En hij heeft zo zijn nut. Het is, zoals sociaal psychologen benadrukken, een morele emotie, biologisch en conceptueel verwant aan de fysieke afkeer die we voelen bij rottend voedsel, lichaamssappen, kadavers: alles wat ons ziek kan maken. Bij de morele walging zijn we bang dat onze ziel, onze persoonlijkheid of onze sociale orde besmet zal raken. Morele walging gaat vaak samen met angst of woede, en de geijkte reactie is: afstand nemen, ver bij het potentieel besmettelijke object uit de buurt blijven. Maar als dat niet kan, of als de bijbehorende woede te groot is: aanvallen, elimineren. In beide gevallen is de impuls om het walgelijke object te laten verdwijnen, zodat het ons niet langer misselijk kan maken, kan bedreigen, infecteren.

Waar je zoal moreel misselijk van wordt, hangt logischerwijs af van wat je waarden zijn, en waarden zijn voortdurend in sociale onderhandeling. Als je morele walging voelt en uit, trek je een streep in het zand: dit vinden wij onacceptabel. Een liegende premier, een populistische politicus die begint over ‘tribunalen’, vliegtuigen die vliegen zonder passagiers om landingsrechten te behouden, een prins met honderden woningen in een tijd van woningnood – geen afkeer uiten is hetzelfde als je schouders ophalen. Iets afkeuren kan in principe ook zonder het voelen van afkeer, maar dat gevoel zet ons wel aan tot actie, helpt ons om te bepalen wat kan en wat niet. En daarin hitsen we elkaar ook op: het uiten van afkeer, het uitstoten van die misselijkmakende anderen, vormt en versterkt de groep.

Verachtingscultuur

U heeft hier nu ongetwijfeld uw eigen voorbeelden bij. Het complotdenken van een deel van de ongevaccineerden. Of juist hoe die ongevaccineerden worden bejegend, als homogeen schuldige groep. De zucht naar morele zuiverheid in linkse kringen (‘cancelcultuur’). De afkeer van homoseksualiteit en vrije vrouwelijke seksualiteit in verschillende religies. Of juist het aanwakkeren van de afkeer tegen de islam en het feminisme door rechtse media en politici. Afkeer is niet voorbehouden aan één groep. En afkeer voedt afkeer voedt afkeer, totdat mensen niet langer in dezelfde ruimte kunnen zijn zonder elkaar aan te vliegen. ‘Affectieve polarisatie’, noemen politicologen zulke groeiende negatieve gevoelens over mensen met een andere politieke voorkeur. Politicoloog en polarisatie-expert Eelco Harteveld bevestigde met onderzoek dat de negatieve houding tegenover de ander veel sterker is bij meningsverschillen over culturele thema’s dan bij economische: PVV-stemmers hebben de minst warme gevoelens voor GroenLinksers en vice versa; beide groepen kunnen het (iets) beter vinden met VVD’ers.

In Amerika spreken sociale wetenschappers van een ‘culture of contempt’, met de tweedeling tussen Republikeinen en Democraten als basis, kundig uitgebuit door Donald Trump. Hij speelde rechtstreeks in op de afkeer van Mexicanen, journalisten en ‘left liberals’, maar maakte ook specifiek gebruik van de relatie tussen fysieke en morele walging door steeds terug te komen op het oudere, vrouwelijke lichaam van zijn rivaal. ‘Waar was ze?’, vroeg hij aan zijn publiek, doelend op Clintons late aankomst bij een debat omdat ze tijdens de reclamepauze naar het toilet was. ‘Ik weet waar ze heen was – het is walgelijk. Ik wil het er niet over hebben. Nee, het is té walgelijk.’ Die opmerking werd opgepikt en verder verspreid door de Amerikaanse media. Hillary Clinton, op haar beurt, had tegen haar achterban niet alleen gezegd dat de helft van de Trump-stemmers vanwege racisme, seksisme, homofobie, xenofobie en/of islamofobie ‘erbarmelijk’ is, ze had daar ook aan toegevoegd dat ze ‘onverbeterlijk’ zouden zijn. Die mensen waren onbeschaafd en zouden nooit meer beschaafd worden.

null Beeld Zeloot
Beeld Zeloot

Leeg clubhuis

Dat denkbeeld van Clinton, die stellige afwijzing van mensen die vooroordelen uiten vanuit een vermeende superioriteit, leeft ook in Nederland bij een deel van links. De linkerzijde houdt er te weinig rekening mee dat we allemaal in mindere of meerdere mate bevooroordeelde klootzakken zijn in het diepst van onze gedachten, en dat de normen rondom racisme en seksisme sneller zijn veranderd dan veel mensen kunnen bijbenen. Ze houdt er ook te weinig rekening mee hoe pijnlijk uitstoting is en hoe onaantrekkelijk een clubhuis door die continue dreiging wordt. In al te verwoede pogingen dat clubhuis veilig te maken en schoon, houd je steeds minder leden over.

Daar heeft de rechterzijde nauwelijks last van, je moet het daar wel heel bont maken wil je uitgestoten worden. Maar wat we daar de laatste jaren hebben zien gebeuren, is vele malen gevaarlijker voor de samenleving als geheel. Met het napraten van ‘de boze burger’ in het zogenoemde PVV-corvee – dat aanwakkeren van de afkeer van minderheden en de culturele elite om de economische elite te beschermen en de eigen macht te bewaken – hebben VVD en CDA alleen maar meer woede en angst gezaaid. Van doodskisten tot doxing: sinds Fortuyn zijn de bedreigingen aan het adres van politici niet gestopt, integendeel. De dreigementen tegen journalisten nemen toe, alsook tegen ‘gewone mensen’ die publiekelijk een mening uiten. Je zou kunnen zeggen dat er een democratisering van de bedreiging, van de afkeer en de haat heeft plaatsgevonden. Dat is niet meer dan logisch: als de leiders van een land individuen en groepen uitschelden en beschimpen, waarom zou het volk dat dan niet mogen?

‘Marketingbureaus die de inhoud bepalen, tja, dan gaat het mis.’ Het was weggestopt aan het einde van een interview in het kerstnummer van De Groene Amsterdammer: de partij-ideoloog van het CDA, Pieter Jan Dijkman, die toegeeft dat het CDA expres ‘boze burgers’ naar de mond heeft gepraat, op aanraden van ‘marketing- en communicatiemensen’. Door dat te doen zou het CDA het populisme kunnen keren. ‘Ik heb de logica van die redenering nooit begrepen’, zei Dijkman. ‘Ik denk dat [boze burgers] behoefte hebben aan iets anders, aan een richtinggevend, hoopvol perspectief met de impliciete boodschap: we feel your pain.’

Dat is ook wat de sociaal wetenschappers die de diagnose van de ‘culture of contempt’ stelden zeggen: mensen willen eigenlijk helemaal geen afkeer hebben van elkaar, we willen elkaar – over het algemeen – liever niet haten. Botsende belangen, botsende ideeën moeten uitgevochten kunnen worden, morele grenzen moeten worden getrokken, maar zonder dat we elkaar als mens als verwerpelijk object gaan zien.

Wees mild voor de mens

Rutte IV wil het vertrouwen terugwinnen van een bevolking waarin inmiddels vrijwel iedereen – op een groepje ‘best tevredenen’ na – een boze burger is. Boos en moe. Het is te hopen dat politici en media deze keer wel de verleiding van de populistische strategie zullen weerstaan. Die verleiding is groot, want de snel afgeleide aandacht van ‘ons’ – de kiezer, de mediaconsument – trek je het makkelijkst naar je toe door in te spelen op onze meest primaire emoties. Wellicht zijn er nieuwe, duidelijke regels nodig voor politici – een uitbreiding van de gedragscode, een striktere naleving daarvan, een afgedwongen time-out voor wie liegt of vernedert, een cordon sanitaire voor wie dat blijft doen, wie de democratie ondermijnt. Maar tot er structurele ingrepen gevonden worden die voorkomen dat liegen en stoken loont, zullen wij, ‘het volk’, telkens ons best moeten doen ons niet te veel mee te laten slepen door de afkeer. Benoem dat die Holocaustverwijzing alle grenzen over gaat, maar retweet ’m niet. Blijf het gedrag en het gedachtengoed dat je onacceptabel vindt aankaarten, maar speel niet onnodig op de man. Voer de discussie pas als zowel jijzelf als die ander niet overstuur is. Realiseer je hoe vaak die ander al is vernederd en dat dat eerder ook niets oploste. Wees mild voor de mens, en hard voor het systeem waardoor die mens zich als zo’n ontzettende oetlul is gaan gedragen.

Op het woonprotest moest ik terugdenken aan een eerdere protestactie. In het najaar van 2016, in Rotterdam, was er een referendum over het plan van Leefbaar Rotterdam om 20 duizend goedkope woningen te slopen en daar duurdere woningen voor terug te zetten. Leefbaar had beloofd de uitslag van dat referendum niet zomaar naast zich neer te leggen. Verschillende linkse partijen hadden de handen ineen geslagen om mensen te mobiliseren. Vooral de SP was actief en zocht hulp bij het verspreiden van informatiefolders – op welke partij je zelf stemde, maakte niet uit. Ik werd gekoppeld aan een oudere dame uit mijn volksbuurt. Samen stapten we op voorbijgangers af, samen reden we in haar autootje door de straten terwijl zij via een megafoon riep dat de gemeente arme mensen wilde verbannen. Naderhand, in haar woonkamer, bleek dat ze PVV wilde stemmen, dat MH17 volgens haar een complot was, en, voor mij als ‘klimaatdrammer’ het meest choquerend: dat ze niet geloofde in klimaatverandering. Ik begon over wetenschappelijke consensus, zij liet me haar YouTube-bronnen zien. We zaten in zulke andere werkelijkheden dat we geen kans maakten om het hierover eens te worden. Maar we gingen met respect uit elkaar. Die woningen, daarover waren we het eens geweest.

Het referendum werd een mislukking: de opkomst bleef ver onder de kiesdrempel, nog geen 17 procent van de Rotterdammers liet zijn stem horen. De woningen werden gesloopt. Maar zij en ik, we hadden het in elk geval geprobeerd.

Emy Koopman Beeld
Emy Koopman

Emy Koopman (Groningen, 1985) is een schrijver, onderzoeker en journalist met een achtergrond in klinische psychologie. Ze promoveerde op onderzoek naar empathie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden