'Iedereen is verantwoordelijk voor hoe er wordt gepraat'

Voor pessimisme 'mist ze het gen', maar onbezorgd is de Duitse publicist en filosoof Carolin Emcke zeker niet. Haar jongste essay is een aanklacht tegen de haat.

Filosoof Carolin Emcke: 'Er heeft in Duitsland altijd een bepaalde mate van racisme bestaan.' Beeld Andreas Labes

Hoeveel mensen zijn er die het stigma 'Gutmensch' dragen als een koningskroon? Steeds minder. Zelfs in Duitsland, tegenwoordig toch bekend als het meest politiek correcte land in Europa. Carolin Emcke (49), journalist, publicist en filosoof, doet het wel. 'Het is troosteloos dat het begrip 'een goed mens' een aanklacht is geworden.'

Het zegt iets over deze tijd, vindt Emcke, een tijd waarin men volgens haar 'neigt naar een comfortabel pessimisme.'

'Met haar werk levert Emcke een belangrijke bijdrage aan het maatschappelijk debat en aan de vrede', schreef de jury van de zeer prestigieuze Friedenspreis des deutschen Buchhandels die ze afgelopen oktober won. De oeuvreprijs werd eerder toegekend aan onder anderen Vaclav Havèl, Amoz Oz, Susan Sontag, Saul Friedlander en Orhan Pamuk. De jury loofde Emcke nadrukkelijk voor haar pogingen de dialoog levend te houden op het moment dat die dreigt te verstommen.

De januarimiddag is sneeuwgrauw. Emcke drinkt een kop groene thee, als ze het tussen het praten door niet vergeet. Haar stamcafé, Südblock, zit op de begane grond van de beruchte betonbouw rondom U-bahn-station Kottbussertor in het Berlijnse stadsdeel Kreuzberg. De wijk is wat de Duitsers noemen een 'sociaal brandpunt', maar ook het officieuze centrum van het heterogene, multiculturele Duitsland.

'Ik mis het gen voor pessimisme', zegt Emcke. Dat betekent overigens niet dat ze onbezorgd is. Haar boeken, essays en columns over alle denkbare maatschappelijke onderwerpen getuigen altijd van empathie, vaak van verbijstering en soms van woede. Het politieke en het persoonlijke zijn bij Emcke volledig versmolten. Haar gezicht staat zelden denkrimpelloos.

Wat je ook terugleest in Emckes werk is wetenschappelijkheid. Ze studeerde in Londen en Harvard en promoveerde in Frankfurt in de filosofie. In veel van haar teksten klinkt het maakbaarheidsoptimisme van Jürgen Habermas door, bij wie ze afstudeerde. Of het deconstructivisme van Judith Butler, de door Emcke vaak geciteerde feministe en gender-theoretica.

Voor ze boeken en columns ging schrijven, was Emcke vijftien jaar verslaggeefster. Eerst voor Der Spiegel, later voor Die Zeit. Ze berichtte onder andere uit Irak, Gaza, Haïti en Pakistan. Emckes interesse in onderdrukte en 'onzichtbare' groepen mensen is in al haar werk een leidraad.

In het najaar verscheen haar jongste essay, Gegen den Hass, een boek met een neonoranje kaft. Het staat hoog in de bestsellerlijsten en in het van oudsher linkse Kreuzberg is geen boekwinkel te vinden waar het werk niet in de etalage ligt. Het is een aanklacht tegen haat, haat tegen vluchtelingen in Duitsland, tegen zwarten in de VS, tegen ongelovigen door IS. Emcke wil de haat begrijpen, de uitsluitingsmechanismen blootleggen die eraan ten grondslag liggen: de vernauwende blik van het populisme, het streven naar een homogene bevolking, of het streven naar reinheid binnen bepaalde stromingen in de islam.

U was begonnen aan een boek over heel iets anders, zei u bij de boekpresentatie. Waarom schreef u toen toch Gegen den Hass?

'In 2015 kreeg ik het gevoel, net als veel van mijn vrienden, dat er een ongekende verruwing gaande was. Discussies werden agressiever, meningsverschillen waren opeens onoverbrugbaar. Ik merkte dat mensen openlijk ideeën verdedigden waarvan ik dacht dat niemand in Duitsland dat ooit meer zou doen. Dat we in het midden van de samenleving de rechtsstaat nog zouden moeten verdedigen, dat we ooit nog zouden moeten strijden tegen openlijk rechts-populisme en racisme, dat had ik niet gedacht.

Ze haast zich toe te voegen: 'Ik was natuurlijk niet naïef, er heeft in Duitsland altijd een bepaalde mate van racisme bestaan, net als antisemitisme. Maar er bestond een, laat ik zeggen, burgerlijke en politieke consensus dat niet alles 'zegbaar' is. Expliciet en ongeremd stemming maken tegen vluchtelingen of moslims, dat deed je niet.'

Taboes zijn niet wezenlijk slecht, zegt ze. Dingen waarop tot niet zo lang geleden een taboe rustte, worden nu met een zekere trots de wereld in geslingerd, merkte Emcke ook in de lezersbrieven. Laatst schreef iemand haar dat ze vanwege haar homoseksualiteit 'entartet' is, het Duitse woord voor ontaard waaraan de onmiskenbare nasmaak van het nationaal-socialisme kleeft. Het meest verbaasde haar nog dat diegene dat niet anoniem deed, maar onder vermelding van naam en adres.

Een aantal keer in het gesprek noemt Emcke haar geboortejaar, 1967. Ze is een kind van de jaren zeventig en tachtig. Ze behoort dus tot de eerste generatie Duitsers die opgroeide in de tijd dat de misdaden van de nazi's niet langer werden doodgezwegen, maar alomtegenwoordig waren, de eerste generatie die het schuldbesef van kinds af aan bij zich draagt. 'Op school zagen we steeds die beelden uit het Derde Rijk.'

'Ik ben liever politiek correct dan moreel infantiel', zei u laatst tegen de Berlijnse krant Der Tagesspiegel.

'Niet alles wat men voelt hoeft gezegd te worden. Het idee dat mensen elke innerlijke ranzigheid die ze in zich hebben per se ook de wereld in moeten spugen, dat idee vind ik afschuwelijk! Het is een infantiele vorm van egocentrisme. Als kind leer je toch dat er bepaalde vormen van respectvolle, geciviliseerde omgang bestaan? Dat heeft voor mij niets met politieke zelfcontrole of ideologie te maken, maar met een basisbeleefdheid die je grootmoeder je bijbrengt.'

In eerste instantie gaat het haar niet om het vinden van oplossingen die morgen uitvoerbaar zijn, want die bestaan volgens Emcke niet. Ze wil blootleggen hoe haat werkt, wat de 'mechanieken' zijn.

Haat en uitsluiting zijn gevolgen van collectieve blikvernauwing - dat is een van de fundamentele theses in het boek. Waartoe blikvernauwing kan leiden, beschrijft Emcke aan de hand van de liefde. Ook die kan het vermogen om rationeel op een situatie of persoon te reageren grotendeels uitschakelen. Het gevoel is zo dominant dat het een eigen werkelijkheid creëert.

De kern van Gegen den Hass bestaat uit twee casestudies, twee filmpjes die een morele schokgolf hebben teweeggebracht. De ene is de gruwelijke dood van Eric Garner in de zomer van 2014. De zwarte Amerikaan zou volgens twee wijkagenten illegaal sigaretten verkocht hebben op straat in Staten Island. Ze werkten hem tegen de grond, hielden hem daar. Ook toen Garner zei dat hij geen adem kreeg. Hij overleed. 'Het idee was om een situatie te nemen waar de uitingen van haat zichtbaar zijn en die heel langzaam en heel nauwkeurig te ontleden in deeltjes.'

Het tweede voorbeeld komt uit Duitsland zelf, uit het stadje Clausnitz in Saksen, waar een brullende menigte een jaar geleden een bus met asielzoekers tot stilstand bracht. Ze heeft achterhaald waar de video voor het eerst werd gepost, wie er reageerden, met welke commentaren. Emcke keek van welke Facebookgroepen deze mensen lid zijn, welke wereldbeelden daar gepropageerd worden. 'De woede ontlaadt zich tegen degene die opvalt en geen bescherming heeft', citeert ze Max Horkheimer en Theodor W. Adorno.

Wat verbaasde uzelf het meest tijdens die deconstructie van die situaties?

'Hoe het kan gebeuren dat mensen niet meer als mensen worden gezien, maar als iets anders, hoe sterk dat moment van projectie is. In de bus zie je twee jonge vrouwen die elkaar vasthouden, van angst, en een huilend kind. En voor de bus staat een menigte die brult: wij zijn het volk! Ik kan daar echt niet bij.

'Ik ben nagegaan in welke gedachtewerelden deze mensen zich bewegen, in welke discoursen, op welke sociale media. Daar zijn moslims geen individuen meer. Ze worden alleen nog maar als collectieven waargenomen waaraan bepaalde eigenschappen worden toegeschreven: bedreigend, crimineel, ze pikken onze vrouwen in.'

Wat is het doel van die deconstructie?

'Laten zien hoeveel er nodig is voor daar op die plek zo'n grimmige massa staat. Er zijn veel momenten waarop we hadden kunnen ingrijpen, met andere begrippen, andere beelden, andere narratieven... In Duitsland, maar overal in Europa, zeggen we nu: die haat is er nu eenmaal, daar kunnen we toch niets meer aan doen? Natuurlijk wel, denk ik dan. Haat wordt gemaakt, die haat heeft ideologische frames nodig, ideologische mallen.'

Wilt u mensen opvoeden?

Ja, natuurlijk. Iedereen is verantwoordelijk voor hoe er over mensen wordt gepraat, welke grappen er worden gemaakt, welke begrippen er worden gebruikt. Het is belangrijk dat de focus niet alleen ligt bij de mensen die op straat staan en vechten, of de mensen die een asielzoekerscentrum in brand steken. We moeten inzien dat de beelden en begrippen waarvan ze zich bedienen elders een basis hebben, bij uitgeverijen, op redacties en natuurlijk op sociale media.'

Over de rol van de media gesproken. Vindt u dat ze te veel meegaan als het gaat om populisme, stemmingmakerij tegen vluchtelingen?

'Er zijn natuurlijk altijd journalisten die niets anders willen dan quotes en verkoopcijfers. En er zijn journalisten die zelf populistisch denken. Maar er zijn ook journalisten die het bezorgde deel van de bevolking louter bevestigen in hun opvattingen. Dat vind ik een catastrofe! Een sociale beweging die mensen wil degraderen is niet rechtvaardig. Journalisten moeten niet alles goedkeuren.

'Zoals ik in mijn boek schrijf: stel dat iedereen opeens zegt dat de aarde plat is. Mensen zijn bang om van de rand te vallen en zijn boos op politici omdat die te weinig waarschuwingsborden plaatsen. Dan moet ik als journalist toch niet zeggen: jullie hebben gelijk, de politiek moet echt zorgen dat er geen mensen van de rand vallen. Nee, het is de taak van de journalistiek om mensen eraan te herinneren dat de aarde niet plat is.'

Natuurlijk hebben mensen daadwerkelijke zorgen, zegt Emcke. Overal in Europa, en zeker ook in Duitsland. Ze somt op: groeiende sociale ongelijkheid en sociale onrechtvaardigheid, de gevolgen van de financiële crisis. Maar die thema's verdwijnen ook in de media soms naar de achtergrond door de storm van onrust over de asielzoekers.

Dat Emcke de Friedenspreis won, werd in sommige media afgedaan als voorspelbaar. Ze verkondigt denkbeelden die typisch zijn voor hoogopgeleid links, in Duitsland 'die Bildungselite' geheten. In hun ogen was Gegen den Hass een preek voor eigen parochie.

U zit misschien wel in een filterbubble, zegt men dan tegenwoordig.

'Ik kan alleen maar zeggen wat mijn opgave als publicist is: getuige zijn, uitleg geven en kritiek uitoefenen op onrecht en onvrijheid. Ik heb het grootste deel van mijn loopbaan in oorlogsgebieden rondgereisd, mijn werktijd heb ik doorgebracht met boeren in Pakistan of Gaza, gevangenen in Afghanistan of Irak, sweatshoparbeiders uit Nicaragua. De focus van wat ik heb gezien en gehoord, was dus nogal breed.'

Een maand geleden pleegde een man een aanslag op een kerstmarkt in Berlijn. Ook op uw reizen heeft u de invloed van onderdrukkende islamitische regimes van dichtbij gezien. Heeft u nooit de neiging gevoeld om de islam toch als intolerant te zien?

'Wel als het om radicale dogmatici gaat, met hen heb ik helemaal geen geduld. Aan de ideologie van IS heb ik een hoofdstuk in mijn boek gewijd. Maar ik heb altijd geprobeerd onderscheid te maken tussen fanatici en terroristen, en 'normaal religieuze' mensen. Op mijn reizen en ook hier thuis kom ik vooral gewone moslims tegen, de ene vromer dan de andere. Het zijn mensen die waardig en met toewijding hun geloof beleven, mensen die ontzettend gastvrij zijn. Voor hen heb ik een groot respect. Hun gastvrijheid vind ik iets om te koesteren.

'Tegelijkertijd zie ik natuurlijk dat vrouwen worden onderdrukt, dat homoseksualiteit gemarginaliseerd wordt, dat er antisemitisme is. Bij onderdrukking, kindhuwelijken en gedwongen besnijdenis moet de rechtsstaat ingrijpen om de mensen te beschermen. Maar ik heb er geen moeite mee om het allebei gelijktijdig te denken. Het heeft geen zin om een hele religie te verketteren en al helemaal niet de individuele mensen die een religie aanhangen.'

Het is die gedifferentieerde blik waarvan Emcke vreest dat hij verloren gaat, net als de vaardigheid om je in het perspectief van de ander te verplaatsen. Maar pessimistisch is ze niet.

'Ik denk wel: nu komt het erop aan dat we opkomen voor de rechtsstaat, voor het behoud van de scheiding der machten, maar ook voor de manier waarop er gesproken wordt en voor de rechten van mensen die minder rechten toebedeeld krijgen. Dat zie ik als dé uitdaging voor mijn generatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.