GastcolumnChristine Otten

Iedereen heeft recht van spreken. En allemaal hebben we voorbeelden nodig

Christine Otten artikel afbeelding Beeld Fjodor Buis
Christine Otten artikel afbeeldingBeeld Fjodor Buis
Christine Otten

De opzienbarendste dichtbundel die het afgelopen jaar verscheen is voor mij Chinatown van de Zuid Afrikaanse Ronelda S. Kamfer. Kamfer is met huid en haar in haar eigen werk aanwezig, net als haar familie, haar voorouders én de Zuid Afrikaanse geschiedenis van apartheid en sociale ongelijkheid. Toen ik laatst enkele gedichten van haar ter inspiratie voorlas in de schrijfgroep in de gevangenis, zoals het epische Probeer maar eens, waarin Kamfer in dreunende zinnen gewag doet van haar opvoeding, die werd getekend door armoede, (seksueel) geweld en racisme, en toeschrijft naar de herinnering aan het ene moment dat ze beseft: ik heb het overleefd! waarna een witregel; en dan komt het: dan pak je dat moment/ en zet er een streep onder/ smijt het in het eerste witte gezicht dat je ziet/ want jouw overleving is de zoveelste suprematische / uitvinding je hebt geen fuck overleefd/ je bestaat in de echte wereld.

Toen ik deze woorden las, bleef het stil in de groep. ‘Nog eentje?’, vroeg ik. Men knikte van, ja, vooruit dan. Miss Militancy. Dat gaat zo: ik ben oud genoeg om te weten/ dat integriteit iets is voor mensen die denken/ dat ze beter zijn dan een ander/ ik heb mijn deugden al lang geleden/ geruild voor de vrijheid van mijn zonden.

Iemand zuchtte. Iemand zei dat je deze gedichten niet in je cel kunt ophangen want veel te opstandig. Iemand anders zei dat hij precies aanvoelde wat Kamfer bedoelde, die zinnen bijvoorbeeld over ‘jouw overleving’ en dat dat een witte ‘suprematische’ uitvinding is, sowieso wat ze zegt over racisme en uitsluiting vond hij herkenbaar, maar hij zou dat nooit zo durven schrijven want hij had geen recht van spreken meer, omdat hij ooit iets gedaan had wat het daglicht niet kan verdragen.

Iets onuitsprekelijks

Kamfer, om het anders te zeggen, verwoorde met haar glasheldere poëzie (prachtig vertaald door PC Hooftprijswinnaar Alfred Schaffer) iets onuitsprekelijks. Vooral waar zij de (ook in ons land veel voorkomende) goedbedoelende maar kleinerende houding van witte geprivilegieerde mensen aanklaagt tegenover mensen van kleur of uit ‘lagere’ sociale klassen of ‘misfits’ als gedetineerden. Zoals een oud-deelnemer van de schrijfgroep, inmiddels vrij en succesvol in zijn werk, dikwijls hoort: ‘Wat goed van jou! Met jouw achtergrond!’

Kamfer opende een deur om spreekrecht op te eisen. Want de straf is een keer klaar toch? Verdienen we niet allemaal een tweede (of derde, of vierde) kans? Daarover spraken we die middag. Van Kamfer weet ik uit interviews dat ze het belangrijk vindt dat juist mensen die amper recht van spreken hebben in de samenleving, zoals zijzelf ooit, haar gedichten lezen. Ik ben nooit iemands bazin of mevrouw geweest. Mijn gedichten zijn voor de vrouwen in de keuken/ voor de zwarte en bruine jochies/ in een klas vol witte kinderen. Daarmee benadrukt ze de emanciperende kracht van literatuur, van kunst in het algemeen. En roept ze impliciet op tot het terug veroveren van dat spreekrecht.

En hoewel haar werk zich afspeelt in de Zuid Afrikaanse context van (post)apartheid, schrijnende economische tegenstellingen en geweld, is haar visie net zo relevant voor ons. Niet iedereen heeft evenveel recht van spreken, ondanks onze vrijheid van meningsuiting en de alomtegenwoordigheid van sociale media. Denk aan de schoonmakers, die volgens een recent FNV onderzoek stelselmatig gediscrimineerd en vernederd worden door ‘superieuren’. Of aan de pizza- en andere maaltijd- en pakjesbezorgers, die door de flexibilisering amper sociale rechten hebben, de ouders die slachtoffer werden in de Toeslagenaffaire. Of aan de rel-schoppende jongeren toen de avondklok werd ingevoerd, die door onze premier en menig Tweede Kamerlid als ‘tuig’ werden weggezet, daarmee meteen de mond gesnoerd.

Opstandig

Wat heeft dat met kunst te maken? Veel. Wie zich niet gehoord en gekleineerd voelt, wordt opstandig, of onredelijk, agressief of juist murw en onverschillig. Dat bedoel ik niet als excuus. In Amsterdam Nieuw West gooiden jongeren de ruiten in van een buurthuis toen de avondklok van kracht werd. De beheerder besloot geen aangifte te doen, maar nodigde de jongeren uit met een plan te komen om iets te doen voor hun buurt waar ze zélf ook plezier in hadden. Tegenwoordig zijn ze juniorreporters en maken filmpjes over hun omgeving en de mensen daarin.

Kunst kan een uitweg zijn. Net als organiseren natuurlijk, gezamenlijkheid, waar anders voor werden vakbonden ooit opgericht? Ik herinner me verhalen van mijn ouders, gewone arbeidersmensen, die toneelstukken van Tennessee Williams speelden met hun buurtgezelschap, zich daarmee ‘verheffend’, zoals dat toen betuttelend werd genoemd. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontstond het ‘vormingstoneel’, met theatergroepen als het Werktheater, geïnspireerd op verhalen van mensen wiens stem doorgaans niet vaak werd gehoord; ouderen, zieken, gehandicapten.

Toestanden, dat in een psychiatrische inrichting speelde, veranderde mijn leven als puber; ik vond woorden voor mijn problemen als kind van een vader met een psychiatrische stoornis. Begrijp me goed: ik ben niet nostalgisch en pleit evenmin voor een soort ‘stalinistische’ kunstopvatting. Iedereen heeft recht van spreken. En allemaal hebben we voorbeelden nodig. (…) Lees samen Céline en Dostojewski/ en aanbid de lege ruimte tussen PTSS/ fight the power en bouw het rijk/ (…) want als jullie het redden juicht de wind/ en de zee kalmeert (Ronelda S. Kamfer).

Christine Otten is schrijfster en theatermaker en in de maand december gastcolumnist van volkskrant.nl/opinie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden