Column Stephan Sanders

Iedere keer dat u zichzelf ‘wit’ noemt, bevestigt u een verkeerd systeem

Ik ben een liefhebber van het werk van Jan Rothuizen. Zijn tekeningen in deze krant zijn net zo intiem als die van Peter Vos, en daar was ik ook al een liefhebber van. Allebei zweven ze ergens tussen tekenen en leven in. Ik ken Jan – jammer genoeg heel oppervlakkig. Dertig jaar geleden, of daaromtrent, heb ik hem geïnterviewd als heel jonge graffiti-artiest en ik als interviewende jongeman.

Maar Jan! Nu spreek je in je tekening van vorige week ook al van ‘witte ouders’. Je zet dat ‘witte’ van die ouders wel tussen aanhalingstekens. Je bent een weifelende ‘wit-zegger’, en dat biedt hoop.

Jan Rothuizen is, naast een zeer begaafd kunstenaar, ook een welopgevoed mens en hij conformeert zich aan de nieuwe netheid: waar vroeger ‘blank’ was, zal nu ‘wit’ zijn. Als je zegt ‘witte ouders’, laat je zien dat je gevoelig bent voor de argumenten en trouwens ook voor de discriminatie die zoveel gekleurde Nederlanders ondergaan.

Die gevoeligheid strekt Rothuizen tot eer. Maar er is een onbedoeld gevolg, en dat wil ik Jan Rothuizen en al die blanke/witte Nederlanders uitleggen.

Blank is een raar woord, het is een Nederlands woord, zoals blanc erg Frans is. Volgens mij hebben ze daar geen alternatief voor blanc. Zijn Frankrijk en al die Franssprekende landen, vooral in Afrika, nu voor eeuwig gedoemd racistisch te zijn?

De narigheid van ‘blank’ en ‘blankheid’ is dat daarmee wordt gesuggereerd dat er een blanco positie zou zijn, geen kleur maar toch de maatstaf. Het neutrale gezichtspunt.

Het is nodig dat Nederland eraan herinnerd wordt dat het niet zo is. Blank is een kleur, en meer nog, een kijk op de wereld: vaak ook is het de blinde vlek die alleen blanken niet zien (bruinen, gelen en zwarten wel, noodgedwongen, in Nederland). In Zimbabwe is zwart de blinde vlek.

Onderwijl gebeurt er nog iets anders, wanneer de voor alle nieuwigheid en narigheid openstaande ‘witte’ Nederlander zichzelf zo beschrijft. Ik word gedwongen om mezelf zwart te noemen, want ‘wit’ roept ‘zwart’ op. Ik wil best een ‘zwarte Nederlander’ zijn, maar er is niemand die het gelooft, ikzelf ook niet. Ik ben gemengd, gekleurd, een lichtbruine Nederlander, maar dat gaat nu niet meer vanwege dat ‘wit’ en ‘zwart’.

Het merendeel van de kinderen dat nu opgroeit in Amsterdam, en ook in andere westelijke steden van de wereld, is gemengd en wel zichtbaar. Ook als het niet ‘zichtbaar’ is, zijn ze vaak gemengd, zoals bijna alle Surinamers, ook als ze donkerbruin zijn.

Wat moeten al die Marokkaanse, Caribische en ook Afrikaanse mixen doen met die zwart-witbenadering? Zichzelf ‘zwart’ noemen, want je zogenaamde ‘bondgenoten’ noemen zichzelf nu ‘wit’?

Je reinste vorm van cultural appropriation, zo geïmporteerd uit de Verenigde Staten en Zuid-Afrika; echt landen om een voorbeeld aan te nemen, met hun oude, haarscherpe kleurgrenzen.

Er zijn lichte en donkerroze mensen in dit land, en lichtbruine en donkerbruine. Er is een heel continuüm, dat in zo’n wit-zwartverdeling geheel wordt overgeslagen. Alles vanwege de ‘raciaal-politieke hygiëne’.

Iedere keer dat u zichzelf weer ‘wit’ noemt, uit schuldgevoel of conformisme, bevestigt u dit systeem. Alleen maar omdat een petit groepje academici, activisten en afgezwaaide professoren het chic vindt.

Gemengdheid is de normaalstand van de wereld. Wie over politiek en etniciteit wil spreken, moet van de schakering uitgaan, en niet van de zwart-wittegenstelling.

Het lijkt progressief om je zelf ‘wit’ te noemen, maar je dwingt anderen, van licht- tot donkerbruin, om mee te gaan in het zwart-witschema.

Waarom uitgerekend Amerikaanse staten als Georgia, Mississippi en Alabama uit de 19de en 20ste eeuw als voorbeeld moeten gelden, is mij een raadsel. Toen heette het: one drop of negro blood maakt je ‘zwart’. Nu doen we hetzelfde, via het ‘anti-racistisch activisme’: wie niet helemaal ‘wit’ is, moet zich ‘zwart’ noemen, op straffe van verdenking een sell out te zijn, een onderkruiper.

Ik wil graag geloven dat niet alle sprekers die zichzelf ‘wit’ noemen dat willen. Daarom dit alternatief: ‘Ik ben roze.’ Dat is ook kleurbewust maar minder lekker om te zeggen.

Het heimelijke complimentje aan je ‘bewuste witte zelf’ valt weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden