Column Aleid Truijens

Ieder mens, ook een kind, heeft het recht om zich even onbespied te weten

En nu denken de lezers van The New York Times dat wij Nederlanders onze kinderen geblinddoekt de donkere bossen insturen en ze daar loslaten, ten prooi aan wilde beesten en kinderlokkers, om hen zelf de weg terug te laten vinden.

Dit ritueel is volgens journalist Ellen Barry, op bezoek in Nederland, een ‘beloved scouting tradition’. Elders ondergaan alleen militairen deze beproeving, maar in dit gekke landje, ‘far from the land of helicopter parenting’, doen ze dat met kinderen. ’s Nachts! Met alleen ‘een primitieve gps’ bij zich! De journalist, die de 11-jarige Stijn volgde, siddert.

Nu schreef Barry er niet bij dat er in Nederland weinig bossen zijn waar je niet binnen tien minuten uitwandelt, en dat overal achter de struiken begeleiders verdekt staan opgesteld. Ze bewondert de heldenmoed van de ouders. En: Stijn is trots op zichzelf. ‘He no longer missed his PlayStation.’

Zelf heb ik geen warme herinneringen aan droppings. De eerste was op het afscheidskamp van de lagere school. Al in de bus, met geblindeerde ramen, raakte ik in paniek. In het stikdonkere bos hoorde ik overal geritsel van roofdieren; ik wist ik zeker dat ik mijn ouders nooit zou terugzien en van honger en dorst zou sterven. En het ergste was: als ik dat klasgenoten liet merken zou ik verschrikkelijk worden gepest.

Dertig jaar later kreeg ik een déja vu. Toen ik, als ouder-begeleider van het kamp in groep 8, vier kinderen onder mijn hoede had bij de nachtelijke dropping – zonder primitieve gps – was ik veruit de bangste van ons groepje.

Los van de vraag hoe ‘leuk’ zo’n dropping is: was het maar waar wat Barry schrijft over de Nederlandse opvoeding. Wij doen als helikopterende ouders weinig onder voor de Amerikanen. Ook wij zijn angsthazen.

Nederlandse kinderen spelen steeds minder buiten. Vergeleken met hun ouders en grootouders, begrijpelijk, die hadden minder ander vermaak. Maar zelfs het verschil met vijf jaar geleden is dramatisch: in 2013 speelde nog 20 procent van de kinderen dagelijks buiten, nu 14 procent. Zo’n 30 procent zit vrijwel altijd binnen, in 2013 was dat 20 procent.

Volgens pedagogen is dat niet alleen de schuld van de iPad of de spelcomputer. Ouders zijn bang. Overal loert het gevaar. Het levensgevaarlijke verkeer, dat allereerst, maar ook kan op elke speelpleintje een griezel rondhangen die iets vreselijks in de zin heeft. Doordat nog maar zo weinig kinderen buiten spelen, worden die pleintjes steeds onguurder.

Techbedrijven spelen gretig in op de angsten van de ouder. Die kan, met behulp van apps als Google Family Link en Find my Friends, het kind (of een van ontrouw verdachte partner) overal volgen. Zo weet je altijd waar je liefjes zijn, ook al weet je dan nog niet wat ze uitspoken.

Het is natuurlijk schijnzekerheid: op een doodnormale plaats kan iemand iets vreselijks overkomen. Akeliger is dat het spionage is. Ieder mens, ook een kind, heeft het recht om zich even onbespied te weten, en dingen te doen die niet mogen. Dat is spannend en heerlijk, en je leert ervan. De kans dat bange, onhandige, overbeschermde kinderen later brokken maken, is veel groter dan dat ze omkomen bij een dropping.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden