Ombudsman Jean-Pierre Geelen

‘Ieder die zich onterecht behandeld voelt door de krant, mag zich beklagen. Maar speel wel open kaart’

Was er nu wel of niet een onderzoek naar fraude bij het bureau voor gastouderopvang? De eigenaar en de krant bakkeleien in een complexe zaak.

De kwestie smeult al vele weken. Sinds de Volkskrant op 11 juli een achtergrondverhaal publiceerde over de fiscus die blunderde bij ‘mogelijk tienduizenden ­ouders’ die ten ­onrechte kinder­opvangtoeslag moesten terugbetalen.

Het stuk (‘Hoe redt Snel zich nog uit fraudegate?’) ging vooral over de vraag hoe staatssecretaris Menno Snel zich door deze affaire moest zien te bewegen, maar in de zijlijn kwam ook het Eindhovense gast­ouderbureau Dadim ter sprake. Daarmee was immers de affaire begonnen.

De Belastingdienst had bij zo’n 130 gezinnen per abuis geoordeeld dat zij geen recht hadden op kinderopvangtoeslag in de jaren 2012 tot 2014.  Zij moesten veel geld terugbetalen, wat hen in problemen bracht. Alle gedupeerden regelden hun kinderopvang via het gastouderbureau Dadim, dat bemiddelt tussen ouders die een oppas zoeken en gastouders. Een fraudeteam van de Belastingdienst merkte de ­eigenaar van Dadim, Ahmet Gökçe, aan als ‘mogelijke fraudeur’.

De Volkskrant scheef op 11 juli dat Gökçe, via RTL Nieuws en Trouw ‘zijn besmette blazoen trachtte te reinigen’. De krant beriep zich onder meer op een brief aan de Kamer van de staatssecretaris. Volgens RTL waren de verdenkingen gebaseerd op ‘verouderd bewijs’, maar deze krant stelde dat de fiscus ‘wel degelijk concrete aanwijzingen van fraude door gastouders en klanten’ had, hoewel de dienst ‘om onduidelijke reden’ in 2014 heeft besloten Dadim niet te vervolgen. De administratie van Dadim vertoonde slordigheden, de rechtbank stelde Dadim in een zaak daarover in het ongelijk.

Complex dossier 

Al met al is de zaak een uitermate complex dossier, waarin politiek en journalistiek zich lijken te hebben ingegraven. Het voert te ver om hier alle details uit te diepen, maar direct na publicatie diende zich Ahmet Gökçe aan bij de krant: hij eiste onmiddellijke rectificatie, omdat de krant zich rondom zijn bureau had gebaseerd op verouderde, onjuiste en eenzijdige ­informatie, en niet had bericht over een Kamerdebat waarin staatssecretaris Snel zou hebben gezegd dat er nooit een onderzoek naar Dadim is geweest, omdat de Belastingdienst daartoe geen aanleiding had gezien.

Wanneer de krant hem vóór publicatie om wederhoor had gevraagd, had Gökçe bovendien stukken kunnen tonen die zouden bewijzen ‘dat er geen enkele aanleiding voor het initiële onderzoek was naar Dadim en dat de staatssecretaris dus de Kamer verkeerd heeft voorgelicht’.

Maar de politiek verslaggever die het stuk schreef, had hem niet benaderd.

Op zijn klacht ontstond een uitgebreide correspondentie tussen de hoofdredactie en Gökçe, die ingaat op alle details. De verslaggever kon al haar beweringen onderbouwen met (openbare) bronnen (een Kamerbrief, een gerechtelijk vonnis), Gökçe bleef kanttekeningen plaatsen. Beide partijen kwamen er niet uit.

Logischerwijs vroeg de hoofdredactie aan Gökçe om aanvullende bewijsstukken te overhandigen, maar in alle irritatie weigert de Dadimbaas dat. Hij schreef: ‘Gezien alles wat gezegd en geschreven is in de media ontbreekt bij mij de motivatie om u te overtuigen. Daarnaast ontbreekt bij mij het vertrouwen dat u objectief nieuws met potentieel grote politieke consequenties correct weet over te brengen aan uw lezers. Ik zal u dan ook geen intern bewijs daarvan verstrekken.’ Maar, voegde hij eraan toe: ‘Indien u dit vóór uw publicatie had gevraagd, had ik daar zeker anders over gedacht.’

Tsja. Zo wordt het wel heel moeilijk om alsnog de waarheid te achterhalen, als aan de berichtgeving al iets schortte. Bovendien is het een merkwaardige gedachtengang om van de krant rectificatie en excuses te vragen, zonder de cruciale bouwstenen daarvoor te willen leveren. Los daarvan zit er een tegenstrijdigheid in het vragen om rectificatie van een krant waarin je geen vertrouwen hebt – maar dat mag uiteraard.

Het ontslaat de krant niet van de verplichting op zoek te gaan naar eventuele gebreken in de berichtgeving. Vandaar dat het aanbod nog staat dat Gökçe bewijzen levert voor nieuwe bevindingen, waarover de krant dan zal publiceren.

Bewoordingen en wederhoor

Blijft de vraag of de krant iets anders of beter had moeten doen. Een deel van de pijn zit in bewoordingen. De zin dat Gökçe ‘zijn besmette blazoen trachtte te reinigen via RTL Nieuws en Trouw’ suggereert een zekere verdenking door de auteur. Ook de frase dat de Belastingdienst Dadim ‘om onduidelijke redenen’ niet vervolgde, blijkt iets sterker dan bedoeld. De auteur bedoelde het hier letterlijk (het valt niet goed te achterhalen), maar in de formulering zit iets suggestiefs.

Belangrijker is het ontbreken van wederhoor. De auteur benadrukt dat het stuk in wezen niet over ­Dadim ging, en dat voor het maken slechts een dag de tijd was. De hoofdredactie stelt in een reactie aan Gökçe dat wederhoor niet nodig was, omdat de krant ‘enkel citeerde uit openbare bronnen’ en ‘geen eigen beschuldigingen uitte’.

Dat lijkt mij een wat povere verdediging. Het was journalistiek (zoals meestal) correcter geweest wanneer de auteur vóór publicatie contact met Gökçe had opgenomen. Dan had zij zijn reactie kunnen aanhoren en mogelijk kunnen verwerken. Het had misschien niet tot een ander artikel geleid, maar wellicht was dan een deel van de onvrede voorkomen.

Dat had ook kunnen gebeuren als de brief was geplaatst van SP-Kamerlid Renske Leijten, die zich al langer intensief met de zaak bemoeit. Ook zij benadrukte dat de staatssecretaris had toegegeven dat bij het gewraakte gastouderbureau Dadim geen sprake van fraude was en er nooit onderzoek is gedaan. Die uitleg van een deel van het Kamerdebat wordt door de krant bestreden, maar deze interpretatie had wat mij betreft best vermeld mogen worden. Nu werd de brief ‘wegens plaatsgebrek’ afgewezen door de brievenredactie, die ongelukkigerwijs niet wist dat dit onderwerp bij de hoofdredactie speelde.

In dit hoge spel ligt de bal nog steeds bij Gökçe. Wil hij de krant overtuigen, dan zal hij met bewijs moeten komen dat hij zegt te hebben. In de binnenzak steekt inmiddels de ongeschreven les: ieder die zich onterecht behandeld voelt door de krant, mag zich beklagen en krijgt een eerlijke kans. Maar wie zijn zaak wil bepleiten, moet wel bereid zijn open kaart te spelen. En dan graag volledig.

De Ombudsman behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele ­pagina’s en journalistieke aanpak. ombudsman@volkskrant.nl, volkskrant.nl/ombudsman

Waar interessante en spraakmakende verhalen online en in de krant ophouden, gaat het Volkskrantgeluid verder. Wat is een zwart gat precies? En hoe gaat het eraan toe in tbs-klinieken? Onze verhalenmakers leggen het uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden