Ict kan juist wel goed op scholen gebruikt worden

Ict kun je heel goed op school gebruiken, maar dan wel met een 21ste-eeuwse pedagogiek.

Beeld ANP

Aleid Truijens gaat in haar column van zaterdag 19 september voorbij aan de belangrijkste conclusies van het deze week verschenen belangwekkende OESO-rapport over de relatie tussen schoolresultaten en het gebruik van ict. Zij komt tot dezelfde conclusie als die men zou trekken als men de nieuwsberichten over dat rapport leest: het effect van ict op scholen is teleurstellend en we moeten er op school niet teveel mee doen.

Dankzij internet is het heel eenvoudig dit OESO-rapport grondig te bestuderen. En dan blijkt dat dit geen onderzoek is over het gebruik van ict in de afgelopen tien jaar, maar over de periode 2009-2012. Toen waren tablets op scholen nog niet in gebruik, evenmin als daarop afgestemde lesprogramma's en didactiek.

Het onderzoek beperkt zich bovendien tot leerlingen van 15 jaar (geboren rond 1997) die de PISA-toets hebben gemaakt. De vragen over computergebruik van de leerlingen betreffen de maand voordat de PISA-toets werd afgelegd. Het zegt weinig over de situatie op school en thuis in de tien jaar voor zij hun PISA-toets deden.

Conclusies

Evenmin zegt het wat over de relatie tussen leren en ict bij de generatie die bijvoorbeeld geboren is rond 2003. Laat staan over de generatie die op of na 2009 geboren is, van wie al een behoorlijk deel voordat ze naar school gaan met ict (smartphone of tablet) vertrouwd is geraakt.

Hoewel de cijfers per land verschillen (er is geen onderzoek in Nederland gedaan) blijkt dat van deze 15-jarigen in 2012 die de computer gematigd gebruikten wat betere resultaten hadden dan degenen die geen computer gebruikten. En dat frequenter computergebruik op school juist tot wat slechtere resultaten leidt dan gematigder computergebruik.

Maar welke conclusies moet je daar nu uit trekken? Dat je dan maar terughoudend moet zijn met het gebruik van ict, zoals ook Truijens zegt? Het antwoord op die vraag geeft het OESO-rapport zelf. De kop op de OESO-site luidt: 'Nieuwe benadering nodig om op scholen profijt te kunnen trekken van de mogelijkheden van de technologie'. Het zou mijn kop kunnen zijn. En in het voorwoord schrijft de directeur van de afdeling onderwijs: 'We zijn blijkbaar nog niet goed genoeg om een pedagogie te ontwikkelen waarbij technologie optimaal wordt gebruikt: toevoegen van 21ste-eeuwse technologie aan 20ste-eeuwse lespraktijken lijkt de effectiviteit van die lespraktijken aan te tasten.'

Ten slotte doet hij een oproep aan de verantwoordelijken voor het onderwijs om te zorgen dat leerkrachten vaardigheden opdoen om nieuwe vormen van onderwijs te kunnen geven, en om hiervoor voldoende geld ter beschikking te stellen.

Maurice de Hond met leerlingen op de Master Steve Jobs School in Sneek tijdens de eerste schooldag in 2013. Beeld anp

iPad-school

Terwijl Truijens zich op basis van dit rapport lijkt af te zetten tegen de vorm van onderwijs die ik voorsta, sluiten de aanbevelingen van de directeur van de OESO precies aan bij de principes waarmee wij in 2012 begonnen met de Steve JobsSchool (ook wel iPad-school genoemd). Op die scholen voldoen we aan de oproep van de OESO: een nieuwe schoolvorm scheppen met de iPad als middel. Wij gebruiken wel een 21ste-eeuwse pedagogie om kinderen voor te bereiden op het leven na 2025.

Met vanzelfsprekend een cruciale rol voor de leerkracht. Maar wel in een andere rol dan in de 20ste eeuw. Niet vooral de uitvoerder zijn van een door uitgevers gemaakte lesmetho-de, die mede door de klassenstructuur niet kan inspelen op de grote verschillen tussen individuele kinderen. Maar meer zich als coach richten op het individuele ontwikkelingsplan van afzonderlijke leerlingen. Gebruikmakend van de interactieve en adaptieve mogelijkheden van apps en trainingsprogramma's voor rekenen en taal op de tablet.

En individuele begeleiding van leerlingen bij hun problemen, omdat er tijd is vrijgemaakt doordat men niet elke avond opdrachten van de leerlingen hoeft na te kijken en door een andere aanpak van het lesaanbod. En kinderen meer vrijheid en flexibiliteit geven waardoor ook niet-cognitieve vaardigheden worden ontwikkeld, zoals creativiteit, samenwerken, kritisch denken, mediawijsheid, ict-geletterdheid.

Maar wel vanuit het motto dat in het rapport staat en dat Truijens ook vermeldt: 'Technologie kan het lesgeven prima versterken, maar kan slecht lesgeven niet vervangen.' Maar wat Truijens en mensen van Beter Onderwijs Nederland steeds lijken te ontkennen, zie ik op onze scholen juist wel veel: dat prima lesgeven heel goed kan samengaan met intensief gebruik van technologie. Niet met ict als doel op zichzelf, maar als een prima hulpmiddel om te kunnen differentiëren binnen het onderwijs, zodat talenten van kinderen het best tot hun recht komen.

Maurice de Hond is opiniepeiler en oprichter van de Steve JobsScholen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.