Column Ibtihal Jadib

Ibtihals stoeltjes worden waarschijnlijk pas gestoffeerd in 2035

Gedwee wachten ze hun lot af: de twee fauteuils bij ons in de hal. De rode is vaal en verzakt, bij de gele hangt de bekleding gescheurd langs de armleuning; je hoeft geen moeite te doen om de jaren van trouwe dienst aan ze af te lezen. Fijne stoeltjes zijn het, we willen ze graag houden. Niet in de laatste plaats omdat ze van m’n schoonvader zijn geweest. 

Toen we voor het eerst zijn verjaardag moesten vieren zonder hem, had ik in het gele stoeltje gezeten. Mijn zoon was bij me op schoot geklommen, ook hij keek bedrukt. Maar dat bleek te liggen aan de schaal kersen die hij kennelijk in de keuken had gevonden. Nadat hij een tijdje verdacht stil bij me had gelegen kwamen de kersen er met een indrukwekkende golf weer uit. Het stoeltje en ik zaten helemaal onder en terwijl ik mismoedig de zure brij begon op te ruimen zag ik het gezicht van mijn schoonvader voor me. Ik stelde me voor dat hij iets zou hebben gezegd als: ‘Ja Ib, zo is het leven hè. Het ene moment zit je lekker, het volgende ben je ondergekotst.’ Hij zou een lollige snuit hebben getrokken en mijn excuses voor het verpesten van z’n fauteuil hebben weggewuifd.

Een paar weken geleden kwam de meubelstoffeerder langs die ik op internet had gevonden. Hij inspecteerde het een en ander, legde me uit wat hij zou herstellen of vervangen en begon aantekeningen te maken in zijn boekje. Mijn gemijmer over de kleurstaaltjes werd ruw verstoord toen hij de prijs noemde: het zou tussen de 950 en 1100 euro gaan kosten. Geschrokken vroeg ik: ‘Is dat per stoeltje of in totaal?’ Tijdens het stellen van de vraag was het antwoord al van zijn gezicht af te lezen. Miskend legde de stoffeerder nog eens uit wat zijn ambacht inhield en hoeveel uur werk erin zou gaan zitten. Kwaliteit kost geld. Daar viel niks tegenin te brengen. Behalve dan dat ik kersen spuwende kinderen heb die zichzelf graag langs het meubilair vegen terwijl ze een zwarte viltstift vasthebben. En het is verdomme altijd de zwarte stift, nooit eens de lichtgele. Mijn kinderen zijn het niet waard om omringd te worden door kwaliteit, ik kan het beste met ze in een hooischuur gaan zitten.

Ik heb de stoffeerder dus vriendelijk bedankt en gezegd dat we even verder gingen kijken. Sindsdien staan de stoeltjes in de hal geparkeerd, en dat gaat eigenlijk prima. Bij binnenkomst kun je er lekker in neerploffen om je schoenen uit te trekken en verder zoek ik de hal steeds vaker op voor een moment van rust. Om de een of andere duistere reden zien mijn kinderen me namelijk nooit zitten als ik in een van die stoeltjes schuil. Rakelings scheuren ze dan aan me voorbij en terwijl ze zoekend van mijn werkkamer naar de keuken rennen en weer terug, kijken ze in de hal niet op of om. Een waanzinnige vondst.

Voorlopig laat ik het dus maar zo. Eerst maar even deze viltstiftfase doorkomen. En de jongste zindelijk krijgen. Daarna de schijtende en krabbende huisdieren afwachten waar kinderen mee schijnen aan te komen. En het is ook niet onverstandig die ranzige pubertijd eerst uit te zitten. Die stoeltjes worden waarschijnlijk pas gestoffeerd in 2035.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden