column Ibtihal Jadib

Ibtihal zou het liefst alles in de meubelshowroom kopen en thuis exact zo neerzetten

Ik heb een ambivalente verhouding met spullen. Als spullen leuk, mooi of afgeprijsd zijn ontstaat er ineens een wens, een noodzaak zelfs, om het tafeltje of stoeltje in kwestie aan te schaffen, want o wat zou dat in die ene kamer goed tot zijn recht komen. Vaak moet daar ook een lampje, kussentje of kleedje bij om het geheel af te maken, uiteraard. En als ik dan toch bezig ben, kan ik net zo goed die gordijnstof bestellen, anders is het geluk niet compleet. Zo kan het gebeuren dat ik in een showroom het liefst alles in een vrachtwagen wil kieperen om het thuis exact zo neer te zetten. Zelf heb ik namelijk geen visie of smaak, dus die showrooms zijn een geweldige vondst. Er is wel één bezwaar: ik heb een grondige hekel aan spullen. 

Het liefst zou ik in een ­Japans huis willen wonen waar het lijkt alsof inbrekers zojuist de boel hebben leeggeroofd omdat het interieur slechts bestaat uit een lage tafel met wat vloerkussentjes rondom en, nou vooruit, een kast ergens in de hoek. In plaats daarvan heb ik nu een overvloedig interieur dat een samenraapsel is van meubels die mijn man in de loop der jaren heeft verzameld, meubels die van zijn vader zijn geweest en dan nog wat spullen die ik meenam toen ik bij mijn man introk. Die laatste categorie is erg bescheiden in omvang, want toen ik op mezelf woonde bleek mijn afkeer van spullen telkenmale groter dan mijn showroombegeerte. Sommigen zouden mijn appartement kaal en fantasieloos hebben genoemd, maar ik was content met de ruimte die overbleef voor mijn waanzinnige persoonlijkheid.

Vorige week fietste ik bij mijn vriendin langs die net verhuisd was. Na maanden van gedoe met aannemers over draagmuren, leidingen en doorgezakte vloeren was het eindelijk af. Ik had verwacht een rechttoe-rechtaan huis aan te treffen, hier en daar misschien een gedurfde kleur op de muur en een hippe stoel in de hoek, zoiets. Neen, mijn vriendin bleek serieus werk te hebben gemaakt van haar nieuwe stek en alles zelf ontworpen en uitgekiend te hebben. Waar ze de tijd vandaan heeft gehaald weet ik niet, want ze heeft een veeleisende baan, dito kinderen én hulpbehoevende familieleden, maar haar huis kan zo in Vtwonen. Over elke tegel, plank of kast heeft ze nagedacht en ondertussen is alles ook nog hufterproof, wat met drie mannen in huis misschien wel het belangrijkste is. 

Ik ben ongelooflijk trots op mijn geniale vriendin, maar heb ondertussen wel bedacht dat ik een affaire moet beginnen met haar man. Dan kan ik in dat heerlijke huis gaan zitten, terwijl ik ondertussen, zoals een goede vriendin dat betaamt, mijn huis aan haar ter beschikking stel. Als het dan een beetje meezit gebruikt ze haar verdriet als drijfveer om d’r tanden te zetten in mijn interieur en tovert ze daar een prachtig geheel van. Vervolgens kom ik met bloemen, tranen en excuses aanzetten waarna ieder terug kan naar z’n eigen adres en ik eindelijk tevreden om me heen kan kijken. Ik vind het een waterdicht plan. Ik moet alleen nog subtiel laten vallen dat ik van Portugese tegeltjes houd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden