column Ibtihal Jadib

Ibtihal verlangt naar Mekka, maar niet dít Mekka

Ibtihal Jadib.

Het Tropenmuseum heeft een nieuwe tentoonstelling geopend: Verlangen naar Mekka. Ik ging er met een vriendin heen, benieuwd wat er over de reis der reizen – voor moslims dan – te zien zou zijn. Mijn vriendin heeft een paar jaar geleden de bedevaart naar Mekka verricht, ik (nog) niet. Samen zijn we opgegroeid met het beeld van de Kaaba op ons netvlies gebrand, de zwarte kubus die het huis van God symboliseert is in elk islamitisch huishouden op geborduurde kleedjes of wand­versieringen te vinden. Als kind luisterde ik ademloos naar de verhalen van familieleden die in Mekka waren geweest, maar vooral de bedevaart van mijn vader maakte indruk op me. Toen wij hem op Schiphol gingen afzetten, stond de vertrekhal vol met bedevaartgangers die volledig in het wit waren gekleed en die een verlicht bewustzijn leken te hebben, het vooruitzicht van de bedevaart alleen al was daarvoor voldoende. Er hing een deken van liefde in de vertrekhal, iedereen knikte vriendelijk naar elkaar. Normaal stond mijn vader in diezelfde vertrekhal te vloeken en te zweten bij het inchecken van zware koffers voor onze vakantie naar Marokko, nu straalde hij serene rust uit.

Ik ben opgegroeid met een collectief verlangen naar Mekka, maar nu ik ouder ben voel ik dat verlangen ook zelf. Ik ben ­razend nieuwsgierig naar de plek waar de islam is ontstaan en zou graag de rituelen willen ervaren die mijn verre voorvaderen eeuwen ­geleden hebben uitgevoerd. Er is alleen één probleem: Mekka ligt in Saoedi-Arabië. Toevallig een land waar ik nog niet dood gevonden zou willen worden. Ze zijn daar geen voorstander van mensenrechten en ik ben daar als vrouw sowieso geen cent waard. Wij sturen hier tbs-patiënten op begeleid verlof, in Saoedi-Arabië doen ze dat met vrouwen: ik mag er alleen heen onder begeleiding van een voogd. Verder hebben vrouwen zich te houden aan allerlei Saoedische regels. Zo bestaat de bedevaart onder meer uit het herdenken van het verblijf van Hajar in de woestijn (in de bijbelse en joodse traditie wordt zij Hagar genoemd). Op het stuk waar Hajar heen en weer rende, koortsachtig op zoek naar water voor haar baby, moeten mannelijke bedevaartgangers rennen, maar voor vrouwen is dat expliciet verboden. U begrijpt: het enige wat ik daar wil doen is een sprintje trekken.

Wat mij ook tegenstaat, is het schaamteloze consumentisme waarin de Saoediërs Mekka hebben ondergedompeld. Naast de plek waar Hajar in de woestijn dorst leed, kun je nu bij Kentucky Fried Chicken aan een Pepsi lurken. Ook zijn er enorme warenhuizen gebouwd, ­direct grenzend aan de Kaaba. In het Tropenmuseum wees mijn vriendin op een foto van Clock Tower. Dat gevaarte lijkt op een Big-Ben-achtige kerktoren, maar dan vijf keer zo groot. Je ziet bijna de Kaaba over het hoofd. Bedevaartgangers kunnen zich helemaal scheel winkelen, want er zijn vierduizend winkels en warenhuizen gevestigd en vanuit het luxe hotel kun je meebidden met de heilige moskee, zó dicht zit je op de Kaaba. Moslims zonder creditcard moeten ondertussen maar zien hoe zij vanuit de andere kant van de stad op tijd het gebed bijwonen.

Het is voor niet-moslims verboden Mekka te bezoeken. Ik begrijp dat wel. Saoedi-Arabië kan natuurlijk niet aan de wereld tonen hoe moslims hun ziel moeten verkopen om op ­bedevaart te kunnen.

ibtihal.jadib@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.