Column Ibtihal Jadib

Ibtihal hielp haar zusje met een levenskeuze. ‘Mam gaat echt flippen als ik stop met m’n studie rechten’

Vorig jaar moest ik van de Volkskrant naar een fotoshoot zodat er bij mijn column voortaan een hysterische close-up van mijn neus kon worden geplaatst. ‘Ik zou niet weten waar dat goed voor is’, protesteerde ik nog, maar de redactie was onvermurwbaar. Om het leed te verzachten nam ik mijn zusje mee, waarmee ik haar meteen ook een dagbesteding gaf, want dat kind leeft om te slapen. Ze kwam keurig op tijd en ging afwachtend zitten. Vervolgens begon de visagist met dertig verschillende kwasten mijn hoofd te bewerken en toen gebeurde er iets wat ik nog nooit in mijn leven heb gezien: mijn zusje keek enthousiast. Ze barstte bijna uit elkaar van levensvreugde, nauwgezet volgde ze de bewegingen van iedere kwast en bekeek ze elk poederdoosje. Ze durfde zelfs vragen te stellen aan de visagist, waarop die twee een gesprek begonnen waar ik geen woord van begreep. Toen we later naar buiten liepen vroeg ik of ze geen visagist wilde worden. ‘Eh nee, mam gaat echt flippen als ik stop met m’n studie rechten.’ Ik antwoordde dat haar oudere zussen, ikzelf inbegrepen, al veel dingen hebben gedaan waar onze moeder van had kunnen flippen, maar dat ze vooralsnog aardig blijft meeveren. 

Inmiddels zijn we een half jaar verder en ploetert mijn zusje lijdzaam door. Als ik vraag hoe het gaat en welk vak ze nu volgt, trekt ze een gezicht alsof ze knielend graankorrels moet tellen in een broodfabriek. Alles is stom, saai en vervelend. Ik kon het niet langer aanzien en heb daarom vandaag de knuppel in het hoenderhok gegooid: in het bijzijn van onze ouders en oom vroeg ik of het niet leuker zou zijn om te stoppen met rechten en een visagieopleiding te beginnen. Mijn moeder keek alsof ze een toeval ging krijgen, mijn oom wierp zijn armen schreeuwend ten hemel, mijn vader zette het dienblad met koffie trillend neer en mijn zusje trok wit weg in het allerkleinste hoekje van de kamer. Zo lekker, de familie onder elkaar. 

Wat uiteindelijk volgde was iets dat aardig in de buurt kwam van een goed gesprek, al heeft het voor de buren waarschijnlijk geklonken als huiselijk geweld. Mijn oom en moeder konden er niet bij dat iemand überhaupt zou overwegen om een vooraanstaand beroep als advocaat of officier te laten schieten voor eenvoudig make-upwerk. Terwijl zijzelf in Marokko nooit kansen hadden gehad, hebben wij hier mogelijkheden zat om veel geld te verdienen voor een veilig bestaan. Ik wierp tegen dat een geslaagde visagist of make-upblogger ruimschoots meer kan verdienen dan een pro-deoadvocaat en dat visagie beslist geen eenvoudig make-upwerk is, getuige de strálende foto’s van mijzelf in het Magazine terwijl ik er in het dagelijks leven uitzie als een verlepte plant. Dat laatste kon iedereen alleen maar beamen, wat de ontvankelijkheid voor mijn argumentatie deed toenemen. Ik had toen moeten stoppen, maar door al dat geschreeuw was ik oververhit geraakt. Overmoedig riep ik dat mijn zusje overal aan de slag zou kunnen, omdat gemotiveerde mensen de béste mensen zijn en dat ik desnoods hoogstpersoonlijk een stageplek voor haar zou regelen. Resultaat had het wel, want iedereen knikte instemmend: mijn zusje moet datgene doen waar ze gelukkig van wordt. Hopelijk wordt dat alsnog rechten, want advocaten en officieren, die ken ik wel. Maar waar ik visagisten vandaan moet halen? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.