Column Ibtihal Jadib

Ibtihal ervaart weer eens hoe goddelijk lekker muziek kan zijn

Beeld Valentina Vos

Er zijn mensen die vinden dat muziek een verderfelijke zonde is. Dan wordt er iets geroepen als ‘onzedelijk!’, wat ik zó deprimerend vind dat ik snel een liedje opzet om de boel op te beuren. Dat kan alleen niet altijd. Zo was ik eens op een bruiloft van een stel dat erg in den Here was waardoor, buiten het ‘reguliere’ gebruik om mannen en vrouwen in aparte feestzalen onder te brengen, er ook geen muziek werd gedraaid. Bij mij in de familie gaat het dak eraf tijdens bruiloften, maar nu zaten we in een kringetje elkaar beleefd aan te kijken. Het leek net een Nederlandse verjaardag. Toen de bruid haar entree maakte, stonden mijn vriendinnen en ik op om haar vrolijk toe te zingen. Dat werd niet op prijs gesteld want we waren nog niet halverwege de tweede zin of een dame van de treurnispolitie kwam ons tot stilte manen: of we ons gedeisd wilden houden. Het liefst had ik m’n gettoblaster tevoorschijn gehaald om een glibberig nummer van Janet Jackson erin te knallen, maar dat ging niet want ik had het ding toevallig niet bij me.

Gelukkig mocht ik deze week weer ervaren hoe goddelijk lekker muziek kan zijn. Op een druilerige zaterdagmiddag ging ik met een vriendin naar het theater voor een optreden van Nass el Ghiwane. Dat is een Marokkaanse band uit de jaren zeventig die ook wel The Beatles van Marokko wordt genoemd, al gaat die vergelijking eerder op voor de leeftijd van de bandleden dan hun muziekstijl. De nummers van Nass el Ghiwane staan vol maatschappijkritische teksten over onrecht, onderdrukking en de teloorgang van islamitische waarden. Bij dat laatste zijn ze sterk geïnspireerd door het soefisme, een mystieke tak binnen de islam die door conservatieve moslims wordt verketterd omdat het soefisme de individuele mens aanspreekt op zijn ethiek. Tja, veel mensen horen nou eenmaal liever welk lijstje ze moeten afvinken voor een kaartje naar de hemel, dan dat ze zich elke dag moeten afvragen wat het betekent om een goed mens te zijn.

Ik kende Nass el Ghiwane natuurlijk wel – er is waarschijnlijk geen enkele Marokkaan die nog nooit van hen heeft gehoord – maar om nou te zeggen dat ik hun liedjes kan meebrullen, nee. Ik ging meer uit nieuwsgierigheid omdat ik nu weleens wilde weten waar iedereen het altijd over heeft. Toen mijn vriendin en ik de zaal binnenliepen, was die slechts halfgevuld. Dat zou later een voordeel blijken want vanaf het moment dat de bandleden het podium betraden raakte de zaal in vervoering. Die verrekte stoelen in het theater stonden ontzettend in de weg en mensen wurmden zich naar het podium of zochten de zijkanten op van de zaal om meer ruimte te hebben. Grijze papa’s en gehoofddoekte mama’s die je op de markt ziet sjokken met hun boodschappen stonden nu te swingen als een stel uitgelaten kinderen. De jongeren in de zaal lieten zich ook niet onberoerd en zo sloegen twee generaties Marokkanen aan het hossen dat het een lieve lust was. Als één man stonden we te dansen want als je jezelf in de muziek verliest, vallen alle barrières weg.

Er waren ook nog drie Nederlanders in de zaal. De eerste keek beduusd om zich heen, de tweede begon grijnzend te filmen en de laatste danste uitbundig mee. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden