Opinie WK

Hyperdiversiteit wordt nieuwe norm WK voetbal

Het einde van uniforme nationale elftallen is in zicht. Vooral migranten winnen straks de WK’s.

Het Marokkaanse elftal bereidt zich voor op het WK in Rusland. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Donderdag begint het Wereldkampioenschap voetbal. Van oudsher is dit een kampioenschap tussen landen met hun eigen nationale identiteit. De spelers vertegenwoordigen die landen en hun inwoners. Ze zingen het volkslied en verdedigen de nationale kleuren. De nationale trots wordt echter steeds meer gekarakteriseerd door hyperdiversiteit. De eenheid van de natie wordt, paradoxaal genoeg, steeds meer verdedigd door nationale teams met spelers die niet zijn geboren in het land dat ze vertegenwoordigen.

Het huidige Marokkaanse elftal is eigenlijk een Europees elftal, met spelers die in Nederland, Frankrijk, Spanje en België geboren zijn. Slechts 6 van de 23 Marokkaanse selectie­spelers zijn geboren en getogen in Marokko. Op 15 juni, tijdens hun eerste wedstrijd tegen Iran, kan Marokko zelfs een team opstellen dat alleen uit in Europa geboren Marokkanen bestaat. Wij zijn vertrouwd met spelers als Hakim Ziyech (geboren in Dronten), Karim El Ahmadi (Enschede), Moubarak Boussoufa (Amsterdam), en de broers Nordin en Sofyan Amrabat (geboren in respectievelijk Naarden en Blaricum). De ouders van deze spelers kwamen in de jaren ’70 als arbeidsmigranten naar Nederland. Mede daarom hebben deze spelers recht op een dubbel paspoort; zowel het Nederlandse als het Marokkaanse. Voor Frankrijk gaat het om spelers als Mehdi Benatia (aanvoerder) en Younès Belhanda, en in Spanje om Achraf Hakimi. De samenstelling van de Marokkaanse selectie leidt tot een verscheidenheid aan gesproken talen, zoals Arabisch, Spaans, Frans en Nederlands. Het Engels wordt gebruikt als taal tussen de Franse en ­Nederlandse Marokkanen die geen Arabisch spreken. Driekwart van de geselecteerde speler is niet in Marokko geboren.

Het Portugese team is eigenlijk een mondiaal elftal. Dit team bestaat niet uit arbeidsmigranten, maar uit spelers die hun roots hebben in het koloniale verleden, zoals Angola en Brazilië. Door gedeelde culturele elementen, zoals geschiedenis en taal, migreren veel Braziliaanse voetballers naar Portugal. Na vijf jaar of meer in dienst van een Portugese club mogen spelers uitkomen voor Portugal. Dit betreft bijvoorbeeld de in Brazilië ­geboren Pepe. De Portugese middenvelder Carvalho is geboren in Angola en kwam op 5-jarige leeftijd met zijn ouders naar Portugal. Een uitzondering hierop is Raphael Guerreiro. Hij is geboren in Frankrijk, maar komt uit voor Portugal vanwege zijn Portugese vader. Eenderde van de door Portugal geselecteerde spelers is niet in Portugal geboren.

Zwitserland heeft zich de afgelopen jaren ontpopt als het thuisland voor spelers die hun nationaliteit zijn kwijtgeraakt. Het gaat om spelers uit bijvoorbeeld voormalig Joegoslavië en Albanië. Xherdan Shaqiri, Valon Behrami en Blerim Džemaili zijn begin jaren ’90 met hun ouders gevlucht naar Zwitserland en hebben, na verloop van tijd, de Zwitserse nationaliteit aangenomen. Om Zwitserland iets terug te geven, hebben ze bewust gekozen om voor hun geadopteerde thuisland uit te komen. Bijna eenderde van de door Zwitserland geselecteerde spelers is niet geboren in Zwitserland.

Over vier jaar organiseert Qatar het Wereldkampioenschap voetbal. Dat land heeft een beperkte pool van voetbaltalenten. Daarom zijn ze al een aantal jaren bezig om vooral jonge Afrikaanse talenten aan zich te binden. Dit doen ze net als de Portugezen met Pepe hebben gedaan. Wanneer de Afrikaanse spelers vijf jaar of langer in dienst zijn van een voetbalclub in Qatar mogen ze ook uitkomen voor dat land. Het is niet ondenkbaar dat dat team voor meer dan 75 procent uit Afrikaanse spelers zal bestaan.

Het einde van uniforme nationale elftallen lijkt in zicht. Het enige land dat nog nooit een speler heeft opgesteld die niet in dat land geboren is, is Brazilië. Hyperdiversiteit wordt steeds meer de norm. WK’s zullen in de toekomst vooral worden gewonnen door migranten.

Gijs van Campenhout en Gijsbert Oonk zijn respectievelijk promovendus en associate professor bij de Erasmus School of History, Culture and Communication.