ColumnBert Wagendorp

Hugo de Jonge: uit ambitie en ijdelheid zijn grote politici geboren

Minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge heeft voor de verandering de stoute schoenen aangetrokken: donderdag meldde hij zich als kandidaat-lijsttrekker van zijn partij, het CDA. Nu Wopke Hoekstra zelf ook heeft ingezien dat hij een betere bestuurder dan politicus is, ligt de weg open voor de domineeszoon. Alleen Mona Keijzer kan nog voor concurrentie zorgen – maar bij het CDA lijkt de behoefte aan een vrouwelijke lijsttrekker minder groot dan bij D66, waar Sigrid Kaag op het punt staat te worden uitgeroepen tot de reïncarnatie van Hans van Mierlo.

Hugo de Jonge mocht de afgelopen maanden vaak naast Mark Rutte op het coronapodium staan en dat heeft zijn ambities danig geholpen – was chef-corona Bruno Bruins in maart niet ingestort, dan had niemand geweten wie Hugo de Jonge was. Voor een kansrijke politieke loopbaan is het een voorwaarde dat je vaak op tv komt en in dat opzicht was het coronavirus de afgelopen maanden De Jonges grootste bondgenoot. Na een korte gewenningsperiode stond hij week na week te glunderen achter het spreekgestoelte – al was het voor hem jammer dat hij steeds in de schaduw van Mark Rutte stond.

Niet dat het de afgelopen maanden zo soepeltjes liep; de mouwenopstroopmentaliteit van De Jonge botste nog weleens op praktische bezwaren en te grote haast, zoals bleek met zijn app en nu weer met de coronawet. En met die vaccinaankoop is het ook nog even afwachten.

De Jonge is zo’n man van wie de ongebreidelde ambitie afstraalt. Je ruikt het, je ziet het en je hoort het. Het hangt zwaar in de lucht en je kunt er tegenaan leunen. Hij is maar voor één ding naar Den Haag gekomen: CDA-leider worden, daarna premier, vervolgens baas van Europa en uiteindelijk secretaris-generaal van de VN of voorzitter van Feyenoord. Hugo is iemand die de bal opeist om hem in het lege doel te schieten en daarna heel triomfantelijk te gaan juichen. Maar wat waar is, is waar: uit onmetelijke ijdelheid zijn grote politici geboren.

In een interview met Ariejan Korteweg, meteen na zijn kandidaatstelling, zei hij dat het hem niet zal overkomen dat hij opeens tegenover Thierry Baudet aan de regeringstafel zit. Ook uit leugenachtigheid zijn wereldleiders voortgekomen, maar ik geloof hem. De ijdelheid van De Jonge tegenover die van Baudet, dat botst té hevig – er is in ons land geen vergaderzaal groot genoeg om plaats te bieden aan zoveel verzamelde glorieuze eigendunk.

In hetzelfde interview zei De Jonge dat hij het CDA wil terugvoeren naar de stad (‘een van mijn speerpunten’) en dat de boerenlobby niet onvoorwaardelijk op hem hoeft te rekenen: ‘De exportpositie van de landbouw is misschien niet het allerhoogste goed.’ Dat is revolutionair: de exportpositie van de boeren was tot dusver voor het CDA zo ongeveer het enige goed, maar met De Jonge is de boerenterreur een trouwe bondgenoot kwijt.

Vermoedelijk voelt De Jonge de stemming in zijn partij beter aan dan Keijzer. Die is van de school Sybrand Buma: meehuilen met de populisten om zo een electoraal graantje mee te pikken. Ik heb de indruk dat ze daar in het van oorsprong fatsoenlijke CDA wel een beetje klaar mee zijn. Behalve in Noord-Brabant, waar het CDA samen met VVD en FvD alle theaters tot varkensstallen wil ombouwen.

De Jonge ziet voor zijn partij een nieuwe koers, weg van de markt, weg van het neoliberale denken, terug naar een vorm van sociale christelijke politiek. Hugo de Jonge: typisch gevalletje voordeel van de twijfel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden