ColumnSylvia Witteman

‘Hou je bek, ik ga dit zelf oplossen’, zei ik hardop tegen het pesterig knipperende modem

Het was maandagochtend en de wifi gaf geen sjoege. Nu ben ik niet achterlijk, dus ik deed precies wat ik moest doen: knielen, stekker eruit en er weer in, met een cocktailprikker in het kleine gaatje friemelen, bezwerende teksten mompelen tegen lampjes die treiterig blijven knipperen, mijn koffie omgooien, de poes wegschuiven die door de gemorste koffie komt sluipen, mijn leesbril laten vallen in de gemorste koffie en ten slotte bellen naar het wifi-opperwezen, althans, diens plaatsvervanger op aarde: een jongen met een Twents accent die een vernederend ‘Geef me uw man maar even’ duidelijk ternauwernood kan binnenhouden.

Niet zonder trots vertelde ik hem wat ik allemaal al had geprobeerd, en dat het dus écht niet aan mij lag, en of hij maar wilde langskomen, nu meteen, op een wit paard, in sexy harnas met een gouden wifi-signaaltje op zijn maliënkolder. Maar mijn ridder liet zich niet zo gemakkelijk vangen. ‘Het kan de coax-kabel zijn’, zei hij. ‘Als u die zelf vervangt, scheelt u dat monteurskosten.’ Kennelijk zweeg ik iets te lang, want hij voegde er minzaam aan toe: ‘Dat is zo’n mannetje-vrouwtje-kabel.’ De smeerlap! ‘Ik weet heus wel wat een coax-kabel is’, sprak ik ijzig, waarna ik hem afgemeten bedankte en ophing.

‘Ik-doe-het-lekker-niet-en-ik ga-het-ook-lekker-nooit-meer-doen-tot-jij-een-monteur-laat-komen’ knipperde het lampje van de modem pesterig. ‘Hou je bek, ik ga dit zelf oplossen’, zei ik hardop terug. De poes schrok ervan. Het vervelende van monteurs is dat ze altijd pas volgende week donderdag kunnen en dan, na een uur stommelen, peinzend concluderen dat er in mijn huis ‘iets heel raars met de muren’ aan de hand is en dat hij een collega in Rijswijk gaat bellen die daarvoor gestudeerd heeft, maar dat wordt dan wel half maart.

Daar zat ik al op de fiets naar de doe-het-zelfwinkel, door de krankzinnige vastgoedprijzen uit de stad verdreven naar een verre buitenwijk. Dag meneer, mag ik een coax-kabel? Geen idee, doe maar een mannetje én een vrouwtje, dat is sowieso gezellig. Dank u wel. O jeetje, sorry, ik zie dat ik mijn bankpas niet bij me heb, stom, stom, die zit in mijn andere jas, ja, dat begrijp ik, daar kunt u niet aan beginnen, nee, natuurlijk, ik fiets dat hele eind wel op en neer naar huis.

Ik kom net thuis. Mijn bankpas zit niet in mijn andere jas. Mijn bankpas zit in de zak van mijn spijkerbroek. Die ik aan heb.

Ik hoef al geen internet meer. Ik lees wel een mooi boek. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden