Opinie

Hou het martelaarschap buiten bereik van politici

Artikel 137 Het verbod op belediging, haatzaaien of discriminatie is aan vernieuwing toe. Met een geweldscriterium leg je de lat voor politiek martelaarschap hoger.

Beeld anp

Het Openbaar Ministerie ging niet over één nacht ijs toen het besloot Geert Wilders te horen, en waarschijnlijk te vervolgen, voor zijn retorische vraag over Marokkanen. Het vermoeden dat het een strafbare uitlating is, werd pas uitgesproken na consultatie van talrijke experts, onder wie het college van procureurs-generaal.

Met deze uitvoerige voorbereiding heeft het OM geprobeerd de suggestie weg te nemen dat het hier om een willekeurige, of misschien zelfs een politiek gemotiveerde, beslissing zou gaan. Met het oordeel van de experts heeft de (mogelijke) vervolging een juridische zegening gekregen die niet onbelangrijk is: het proces wordt voorgesteld als een onvermijdelijkheid die, of men dat nu prettig vindt of niet, door de wet gedicteerd wordt.

Uiteraard gaat achter deze façade van objectiviteit een in essentie ongrijpbare realiteit schuil. De artikelen in kwestie, 137c en d van het Wetboek van Strafrecht, verbieden belediging, haatzaaien of discriminatie als deze plaatsvindt op één van de daar genoemde gronden, zoals ras, geaardheid en godsdienst. Door de breedte van de verschillende begrippen zou je met goede (of kwade) wil van heel wat uitlatingen de strafbaarheid kunnen beargumenteren, uiteenlopend van 'hé kaaskop' tot 'verboden voor Joden'. Het trekken van een grens is mensenwerk en geen kwestie van mechanische wetstoepassing. Hoe beangstigend het ook mag klinken, vaak functioneert het recht slechts als een wapen om een gevoelsbeslissing achteraf te verdedigen. Dat verklaart ook waarom de opmerking van Diederik Samsom dat Marokkanen een 'etnisch monopolie op overlast' hebben, het OM niet tot actie zal bewegen - al is deze aantijging door zijn specifieke en weloverwogen formulering in wezen nog geraffineerder dan het gejoel van Wilders en zijn aanhangers. Voor de juridische waardering van een uitlating, zo mag men aannemen, doet het er wel degelijk toe uit wiens mond die kwam.

Godslastering

Wordt het verbod op belediging en discriminatie daarmee niet een uiterst ingewikkelde, politiek beladen bepaling? En, nog relevanter: moet het laatste woord over maatschappelijke kwesties werkelijk in de rechtszaal klinken, nog los van de vraag of strafrechters zijn toegerust voor deze taak? Dit geeft te denken of de artikelen 137c en d niet beter kunnen worden afgeschaft, zoals eerder dit jaar gebeurde met het artikel dat godslastering strafbaar stelde.

Vanuit praktisch oogpunt valt er in ieder geval veel voor te zeggen. Bovendien is onduidelijk welke functie het verbod kan vervullen wanneer het werkelijk nodig is. Als 20 procent van de kiezers in koor met Wilders 'minder' scandeert, dan zal een taakstraf van 'een linkse rechter' de gemoederen niet tot bedaren brengen. Integendeel. Een maatschappij bepaalt zelf door wie ze zich laat meeslepen - daar kan het Wetboek van Strafrecht weinig aan veranderen.

Toch zou het onverstandig zijn om de artikelen geheel te schrappen, al was het maar vanwege het verkeerde signaal dat daarvan kan uitgaan. Beter kan worden nagedacht over een fundamentele aanpassing van de verboden, waarbij de aandacht verlegd wordt van inhoud naar vorm. Het zou er niet om moeten gaan welke politieke of maatschappelijke boodschap er wordt uitgedragen, maar op welke wijze dat gebeurt en welke middelen de persoon in kwestie daarbij wil hanteren. In het geval van Wilders zou de cruciale vraag moeten zijn of hij het gebruik van geweld bepleit om zijn doelstelling - minder Marokkanen - te bereiken.

Bovendien zouden dan ook de verschillende gronden, zoals geaardheid of godsdienst, uit de artikelen kunnen worden geschrapt. Een oproep om werklozen of nertsenfokkers het land uit te werken zou dan net zo strafbaar zijn als wanneer het om Marokkanen, homoseksuelen of christenen gaat. Daarmee verliezen de verboden in ieder geval een deel van hun huidige politieke inkleuring.

Toegegeven, het geweldscriterium zou de lat van strafbaarstelling hoger leggen. Politici die op het podium klimmen door te spelen met de grens van het toelaatbare, zullen er in het vervolg nog net een schep bovenop moeten doen.

Dat betekent dat het martelaarschap alleen kan worden bereikt wanneer men bereid is een aanzienlijk politiek en juridisch gevaar te lopen. Dergelijke risico's had de huidige verdachte, gewiekst als hij is, niet aangedurfd.

Lodewijk Pessers is promovendus octrooirecht aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden