COMMENTAARSANDER VAN WALSUM

Hopelijk ontwikkelt de euthanasiepraktijk zich verder buiten de sfeer van het strafrecht

De Hoge Raad heeft euthanasie wijselijk uit de sfeer van het strafrecht gehaald.

Beeld ANP XTRA

Met de ‘Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding’ – in de wandeling Euthanasiewet genoemd – wilde minister Els Borst haar collega-artsen in 2001 ‘comfort’ bieden. Zij moesten weten aan welke zorgvuldigheidseisen ze moesten voldoen om na de verlening van euthanasie te worden gevrijwaard van vervolging.

In de praktijk heeft de wet dat comfort niet geboden met betrekking tot een specifieke, in omvang groeiende, groep patiënten: degenen die lijden aan dementie. Zij kunnen hun euthanasieverklaring in de regel niet bekrachtigen op het moment waarop de toestand van ‘uitzichtloos en ondraaglijk lijden’ is ingetreden waarop die verklaring betrekking heeft. Volgens een strikte interpretatie van de wet zou dit betekenen dat ‘wilsonbekwamen’ niet in aanmerking komen voor euthanasie – ongeacht de vraag of ze, toen ze daartoe nog in staat waren, een wilsverklaring hebben opgesteld of niet.

Dit verklaarde de huiver van artsen om deze patiënten euthanasie te verlenen – geen medische handeling in de eigenlijke zin van het woord. En die huiver nam verder toe nadat het OM tot strafrechtelijke vervolging was overgegaan van een verpleeghuisarts die euthanasie had verleend aan een 74-jarige dementiepatiënt. De arts handelde in overeenstemming met de wilsverklaring van de patiënt – na uitvoerige consultatie van haar familie en twee collega-artsen. Toch oordeelde de toetsingscommissie die elk geval van euthanasie beoordeelt, dat de arts onzorgvuldig had gehandeld omdat de patiënt zich niet op haar wilsverklaring had kunnen beroepen.

Vorig jaar ontsloeg de rechtbank in Den Haag de arts van rechtsvervolging. En dinsdag oordeelde ook de Hoge Raad – dat zich op verzoek van het OM over de zaak heeft gebogen – dat de arts heeft gehandeld in overeenstemming met de geest van de wet. Daarmee verschaft de hoogste rechter de artsen hopelijk het ‘comfort’ dat de wet hun tot dusverre kennelijk onvoldoende heeft geboden. Dat deed hij contrecoeur: eigenlijk is dit een thema voor artsen en de politiek. Het is te hopen dat de euthanasiepraktijk zich verder buiten de sfeer van het strafrecht ontwikkelt.

Bij de totstandkoming van de euthanasiewet in 2001 ging de verantwoordelijke minister, wijlen Els Borst, er nog van uit dat de wet op gezette tijden zou worden verruimd zodat patiënten met steeds meer aandoeningen er een beroep op zouden kunnen doen. Maar wat blijkt: uit beduchtheid voor vervolging – maar niet alleen daarom – mijden artsen de ‘randen van de euthanasiewet’ nu zo veel mogelijk

Schrijver en oud-journalist Henk Blanken: ‘Het gaat in alle debatten over euthanasie en dementie veel te weinig over de naasten. Mijn basisgedachte is: ‘Mijn dood is niet van mij.’ Ik ben het niet die straks in een luier rondloopt, dat heeft alleen nog betekenis voor mijn naasten. Dan laat ik het graag aan hen om over mijn dood te beslissen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden