Opinie Deltaplan Biodiversiteitsherstel

Hoogleraar natuurbeheer: Deltaplan negeert de grootste sleutelproblemen op het Nederlandse platteland

Een schone landbouw is haalbaar met stevig fiscaal beleid, niet met polderprietpraat, stelt Frank Berendse.  

Koning Willem-Alexander tijdens het bezoek in december aan het natuurgebied Mooi Binnenveld. De koning bezocht het project in het kader van de Samen Doen #krachtvansamen, dat burgerinitiatieven stimuleert. Beeld ANP

Zelfs als het lukt de uitstoot van broeikasgassen aanzienlijk terug te brengen, zal dat het warmere klimaat niet tegenhouden, met dank aan de VS, China en India, samen verantwoordelijk voor de helft van de mondiale productie van broeikasgas. Om misverstanden te voorkomen: dit doet geen millimeter af aan de noodzaak om de Nederlandse klimaatdoelen te halen.

Des te opmerkelijker is het dat de politiek nauwelijks aandacht besteedt aan verstrekkende milieuproblemen die wel op korte termijn oplosbaar zijn. De laatste decennia is het Nederlandse platteland veranderd in een ecologische woestijn. De verstikkende deken van ammoniak en landbouwgif die over ons landschap ligt, heeft vergaande gevolgen, niet alleen voor de natuur, maar ook voor onze gezondheid en voor het agrarische bedrijf. Het wordt bijvoorbeeld steeds moeilijker om ziekten in het gewas in toom te houden door steeds snellere resistentieontwikkeling bij plaaginsecten. Fins onderzoek heeft aangetoond dat natuur en schone landbouw essentieel zijn voor de ontwikkeling van een goed werkend immuunsysteem bij kinderen.

Iedereen heeft dan ook lang uitgekeken naar het Deltaplan Biodiversiteitsherstel dat een oplossing zou presenteren. Maar zelden was de teleurstelling zo groot. Het plan negeert de grootste sleutelproblemen op het Nederlandse platteland: het te kleine natuurareaal en een landbouw die extreem vervuilend is.

Onder Rutte I is de aankoopdoelstelling voor natuur met circa 150.000 ha teruggebracht. Het gevolg is dat Nederland ook in de toekomst niet zal voldoen aan de internationale normen, vastgelegd in het Aichi-akkoord van de Verenigde Naties. Het doorslaggevende belang van voldoende oppervlakte wordt door vele duizenden wetenschappelijke publicaties ondersteund.

Het Deltaplan besteedt vreemd genoeg geen woord aan uitbreiding van het areaal natuur en negeert daarmee de duizenden burgers die met kleine beetjes spaargeld voldoende geld hebben bijeengebracht om gezamenlijk gronden voor natuur te kopen, zoals in het Wageningse Binnenveld waar op deze manier nu een natuurgebied van 240 ha ontstaat. Ook de ontwikkeling van een schone landbouw wordt door het Deltaplan geen stap dichterbij gebracht. Verder dan wat geneuzel over de ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen en gebiedsgerichte samenwerking komen de auteurs niet.

Prijzen van voedsel

Een schone landbouw kan zich alleen ontwikkelen bij een stevig fiscaal beleid waardoor de prijzen van voedsel zullen stijgen, maar tegelijk vervuilende producten duurder worden dan producten die op een natuurvriendelijke manier zijn verbouwd. Pas dan kan de veestapel krimpen en het mestoverschot worden weggewerkt en kunnen er veel minder bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Die maatregelen gaan immers onvermijdelijk gepaard met een fikse productiedaling en zijn voor boeren alleen mogelijk wanneer ze een veel hogere prijs krijgen voor hun product. De afschaffing van de btw op biologisch geteelde producten zou een eenvoudige eerste stap zijn geweest om de prijsbarrière tussen schone en vervuilende producten voor de consument wat minder groot te maken.

Het Deltaplan wijdt geen woord aan werkelijke oplossingen. Het is bedenkelijk dat een organisatie als de Netherlands Ecological Research Network, die suggereert de Nederlandse ecologen te vertegenwoordigen, hiermee niet alleen tientallen jaren onderzoek van honderden onderzoekers negeert, maar ook de grenzen van de wetenschappelijke onafhankelijkheid overschrijdt. Het is de taak van de wetenschap om te onderzoeken hoe de natuur in elkaar zit en niet om maatschappelijke compromissen te sluiten en bij te dragen aan nietszeggende polderprietpraat.

Nu kun je van naïeve ecologen nog begrijpen dat ze zich hebben laten inpakken door landbouworganisaties en de bestrijdingsmiddelenindustrie. Bij professionele organisaties als Natuurmonumenten en Wereldnatuurfonds is er alle reden om de wenkbrauwen te fronsen. Jarenlang hebben deze organisaties weggekeken van de grote problemen op het Nederlandse platteland en zelfs nu weigert men om zich hard te maken voor echte oplossingen. Gelukkig ontstaat er in hoog tempo een nieuwe natuurbeschermingsbeweging bestaande uit tal van kleine burgerinitiatieven die wel bijdragen aan een echte toekomst voor de natuur. 

Frank Berendse is hoogleraar natuurbeheer aan Wageningen Universiteit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.