Hoogleraar arbeidsrecht: 'Onze samenleving raakt ontwricht'

Interview met hoogleraar Ferdinand Grapperhaus

Onze samenleving wordt steeds ongelijker, stelt Ferdinand Grapperhaus, hoogleraar arbeidsrecht in Maastricht, hoogste baas van advocatenkantoor Allen & Overy en columnist van Het Financieele Dagblad, in zijn nieuwe boek Rafels aan de rechtsstaat.

Ferdinand Grapperhaus Foto Aurélie Geurts

Toen Ferdinand Grapperhaus (57) in 2014 thuiskwam van zijn wereldreis van honderd dagen, was de meest gestelde vraag: 'Welk land was het mooist?' Niemand vroeg naar de meest vreselijke plek. Terwijl Grapperhaus daar juist wél een antwoord op had: Calcutta, Kolkata in India. 'Die plek vond ik zo ontzettend droevig, zo rechteloos.'

Grapperhaus raakte gefascineerd door de vraag: wat verbindt mensen nog om een samenleving te respecteren als ze rechteloos zijn en geen enkele bescherming hebben van zoiets als een rechtsstaat? Omdat het toch ook iets hooghartigs had om als westerling zo'n grote mond over Kolkata te hebben, achtte Grapperhaus het aan zijn morele stand verplicht ook onderzoek te doen naar de Nederlandse samenleving. Zijn conclusie: 'Als we niet oppassen begint het ook hier te zwabberen als het om de rechtspositie van mensen gaat.'

Er zijn toch geen rechtelozen in de Nederlandse samenleving?

'Nee dat niet, maar onze van oudsher goed gehechte samenleving begint ontwricht te raken. In mijn optiek is een rechtsstaat een samenleving waarin de overheid zorgt dat iedereen op een rechtvaardige manier aan die samenleving kan deelnemen: gelijkheid, vrijheid en rechtvaardigheid. Ik constateer nu dat gelijkwaardigheid en toegang tot gelijke kansen niet meer vanzelfsprekend zijn. Er zijn in onze samenleving twee groepen die er de afgelopen tien jaar niet op vooruit zijn gegaan in inkomen, steeds meer in de hoek zitten waar de klappen vallen, en weinig kansen hebben.'

Over wie heeft u het?

'Het Sociaal en Cultureel Planbureau stelt in een rapport van twee jaar geleden dat Nederland een 'precariaat' (een samentrekking van proletariaat en precair) van 15 procent van de bevolking heeft. Voor deze mensen is het leven in alle opzichten precair: op het gebied van wonen, werk, onderwijs. Net daarboven zit nog een groep van 'onzeker werkenden': mensen die nog wel een baantje hebben, maar slecht betaald, tijdelijk of via flexcontracten.'

Nederland is toch een genivelleerd land?

'Ja, dat zijn we in veel opzichten, maar ook wij zijn vérgaand geliberaliseerd onder aanvoering van het thatcherisme. Dat is goed geweest, maar nu zijn we een drempel over gegaan waarbij ik zeg: we moeten echt even omkijken. Juist deze maatschappelijke ongelijkheid is een voedingsbodem voor populisme. Door prikkels in de zorg als de eigen bijdrage en het eigen risico sluiten we de onderste lagen van de bevolking steeds meer af van bepaalde voorzieningen. Denk ook aan het net ingevoerde leenstelstel voor studenten. Voor jongeren uit het armere deel van de bevolking wordt de stap om te studeren steeds groter. De eerste statistieken van de onderwijsinspectie tonen dat ook aan.

'Ik constateer dat bevolkingsgroepen van elkaar zijn losgeraakt. In buurten maar ook in het onderwijs. Zelf heb ik gymnasium gedaan op een scholengemeenschap met vwo, havo en mavo. Daardoor heb ik Grieks en Latijn geleerd maar ook plat Haags leren praten. Mijn - overleden - vrouw was conrector van een scholengemeenschap, zij signaleerde dat het gymnasium maar ook het vwo op scholengemeenschappen onder druk komt te staan omdat er steeds meer categorale gymnasia komen. Terwijl het goede van zo'n scholengemeenschap is dat mensen vanuit alle windstreken en niveaus bij elkaar komen. Achteraf heb ik ook spijt dat ik mijn vier eigen kinderen niet naar zo'n scholengemeenschap heb gestuurd.'

Zijn die zorgen over de rechtsstaat niet overdreven. Nederland heeft toch sterke instituties?

'Ja, dat klopt: de rechterlijke macht is niet corrupt, onze wetenschap is van hoog niveau, ons onderwijs is geweldig, onze cultuur is prachtig - al hebben de laatste twee regeringen enorm hun best gedaan om die cultuur weg te snoeien.

'Toch zie je dat instituties worden aangevallen zonder dat er argumenten tegenover staan.

'Denk aan de inentingsdiscussie. Ik vind het verschrikkelijk dat mensen op basis van kruidenvrouwtjesonzin, instituties als het RIVM en de Inspectie voor de Gezondheidszorg gaan ondergraven. Mijn zorgen zijn niet overdreven, we moeten goed blijven opletten.'

In uw boek stelt u dat de toenemende ongelijkheid ook te maken heeft met het integratiebeleid.

'Ja, sommige minderheden zijn te lang onvoldoende aangesproken op het streven naar assimilatie met de Nederlandse cultuur en waarden.'

Assimilatie?

'Ja, integratie is voor mij dat je je in een samenleving houdt aan alle verkeersregels maar dat je voor de rest helemaal je eigen gedachtengoed houdt. Assimilatie betekent: je bent nu in deze samenleving, daar ga je ook echt aan meedoen. Dat houdt in dat je je niet alleen aan de verkeersregels houdt maar dat je je ook aan het wezen van de samenleving verbindt. Ik ben niet een of andere tüchtigkeit-fanaat maar ik hecht eraan omdat ik denk dat als we groepen blijven opnemen die allemaal hun eigen grondbeginselen houden, we nooit tot elkaar komen.'

Zo creëer je eenheidsworsten. Wat is er mis met veelzijdigheid?

'Veelzijdigheid vind ik mooi in tradities, in gewoontes, in de kookkunst, in kleding, maar het wezen van een samenleving ligt vast in aantal dingen, bijvoorbeeld dat mannen en vrouwen gelijk zijn, en daar moet iedereen zich aan committeren. Ook vind ik dat iemand die een boerka draagt niet aan het openbaar maatschappelijk verkeer kan deelnemen, want ik zie niet wie diegene is, wat haar identiteit is.'

Ferdinand Grapperhaus, baas van Allen and Overy Foto Aurélie Geurts

Komt dan niet de vrijheid van godsdienst in het gedrang?

'Het dragen van zo'n allesbedekkend kledingstuk is in een samenleving die gebaseerd is op openheid ordeverstorend. Een boerkaverbod leidt niet tot ongelijke behandeling, integendeel: een boerka leidt juist tot ongelijkheid ten opzichte van de ander die wél gewoon zichtbaar is. Iets anders vind ik hoofddoekjes, dat vind ik hetzelfde als kapjes van nonnen: een uiting van religie die niet afdoet aan je functioneren in de maatschappij. Grondrechten hebben geen absolute betekenis. Als vrijheid van godsdienst betekent dat ik mensen met een andere mening mag spiesen dan wordt dat gelukkig door onze maatschappij ingeperkt, want dat is strafbaar.'

Staat dat niet haaks op het adagium van Voltaire: 'Ook al verafschuw ik uw mening, ik zal het uiten daarvan met mijn leven verdedigen'?

'Ik heb nooit iets met die uitspraak van Voltaire gehad. Het is een motto dat de wetten en de erkenning daarvan miskent. Wetten zijn regels van de overheid waar iedereen zich in de samenleving aan moeten houden of je het nu leuk vindt of niet: wie oproept dat de ander aangevallen moet worden, zegt de afspraak tot de samenleving op. Mijn motto is dus: ik respecteer uw mening die de mijne niet is, en zal de uiting daarvan verdedigen, voor zover dat niet mijn vrijheid of de samenleving bedreigt.'

Wat is de grootste bedreiging voor de samenleving?

'De radicale islam is een enorme bedreiging want die wil onze principes te gronde richten en verwerpt de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Daarom vind ik dat niet-fundamentalistische moslims zich krachtiger tegen de radicale islam moeten uitspreken. Net zo goed als ik ook voortdurend expliciet afstand neem van Geert Wilders. Te pas en te onpas zeg ik dat hij discrimineert en dat hij de samenleving ontwricht. Dat zeg ik ook omdat ik niet met hem geïdentificeerd wil worden. Dat Wilders vervolgd werd, vond ik logisch. Het is een misverstand dat het grondrecht van vrije meningsuiting absoluut is. Die vrijheid van meningsuiting mag, maar als achteraf blijkt dat je je discriminatoir hebt geuit, ben je gewoon strafbaar.'

Juist Geert Wilders spreekt zich uit tegen de radicale islam.

'Ik spreek mij net als veel anderen ook uit tegen de radicale islam, ik vind dat een bedreiging voor de samenleving. Maar Wilders spreekt zich ook uit tegen moslims en Marokkanen in het algemeen, en dat slaat nergens op.'

Wat eist u van de andere kant? U komt als hoogleraar arbeidsrecht toch ook discriminatie op de werkvloer van mensen met een migratieachtergrond tegen?

'Zeker. Veel daarvan heeft te maken met onbewuste kleine vooroordelen. Ik was voorzitter van de SER-commissie die over het tegengaan van discriminatie op het werk moest adviseren. Wij hebben toen allerlei concrete maatregelen aanbevolen waardoor je dat uit de wereld kunt krijgen. Eén daarvan is bijvoorbeeld migranten in bedrijven laten vertellen over de kleine vooroordelen die ze tegenkomen in het dagelijks verkeer. Een andere is een eenvoudige discriminatietest zodat iedereen, ook ikzelf, kan zien waar het verkeerd gaat.'

Hoe zit het bij uw advocatenkantoor?

'Wij hebben de afgelopen vijftien jaar veel geïnvesteerd in een bewustwordingstraject op basis van diversiteit. 30 procent van onze partners is nu vrouw. We hebben ook partners met een migratieachtergrond maar nog niet met een Turkse of Marokkaanse achtergrond - maar daar moet het wel als vanzelf naar toe.

'Het is niet alleen een kwestie van open-minded zijn. Juist in procedures kunnen hiaten zitten. Zo bleek twee jaar geleden dat er psychologische testen waren die onvoordelig uitwerken voor bepaalde minderheden. Wij letten ook steeds meer op dat soort dingen: zorg dat er geen onbewuste bias zit in de manier waarop je mensen aanneemt.'

Jan Peter Balkenende, Ferdinand Grapperhaus (voorzitter programmacommissie) en CDA-voorzitter Peter van Heeswijk presenteren het conceptverkiezingsprogramma 'Slagvaardiger en samen' in 2011. Foto Martijn Beekman

U bent prominent CDA-lid. In Het Financieele Dagblad werd gesuggereerd dat u ministeriabel bent en dat uw nieuwe boek daarvoor een aanzet is.

'Ik ben niet prominent maar wel CDA-lid. Ja, dat werd gesuggereerd maar dit boek is vanuit een totaal andere achtergrond geschreven. Ik begon ermee afgelopen zomer, omdat ik me echt zorgen maakte over die toenemende groep met weinig kansen. In augustus werd mijn vrouw ernstig ziek en ben ik gestopt. Nadat zij afgelopen herfst overleed, heb ik het werk weer opgepakt. Schrijven had op mij een therapeutisch effect. Iedereen heeft zijn eigen manier om dingen op te pakken na rampspoed, dit was voor mij een goede manier.'

Meer over