Opinie

Hoog tijd voor vrij verkeer van kennis en data in Europa

Publieke kennis moet voor iedere Europeaan - leraar, huisarts of ondernemer - toegankelijk worden.

Sander Dekker, staatssecretaris OC&W; voorzitter Raad voor Concurrentievermogen vd EU.Beeld ANP

Met alle discussies over de eurocrisis en de vluchtelingencrisis en een mogelijke Brexit, zou je soms bijna vergeten waarom Europese landen ooit zijn gaan samenwerken. Na de oorlog creëerden we één interne Europese markt om te zorgen voor stabiliteit en welvaart. Zo koesterden we de prille vrede. Nu heeft Europa de grootste interne markt ter wereld, met vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen. Deze 'vier vrijheden' zijn echter ontoereikend om ook onze toekomstige banen en economische groei veilig te stellen.

Waar onze economieën steeds meer drijven op kennis, informatie en data, wordt de verspreiding en toepassing van nieuwe ideeën belemmerd door verouderde regelgeving en instituten die zijn blijven hangen in de 20ste eeuw. Het wordt daarom hoog tijd voor de Europese ministers van onderzoek en innovatie om een 'vijfde vrijheid' in het spel te brengen: het vrije verkeer van kennis en data.

Innovaties

We zien onszelf in Europa graag als kenniseconomieën. En ja, dat zijn we ook steeds meer. De EU bouwde haar fundamenten op kolen en staal, maar haar toekomst ligt in kennisintensie-ve sectoren zoals gepersonaliseerde geneeskunde, 'quantum computing', duurzame energie en robotica. Bedrijven investeren miljarden in 'research en development', omdat ze weten dat hun langetermijnsucces afhangt van innovaties. Ook overheden dragen hun steentje bij. Ieder zichzelf respecterend land, dus ook Nederland, investeert in een gedegen infrastructuur van universiteiten en kennisinstituten. Daarnaast is het Europese onderzoeksprogramma Horizon 2020 met een omvang van 70 miljard het grootste ter wereld.

Maar het rendement van deze investeringen is verre van optimaal. Teveel kennis en onderzoek blijft onbenut. Een belangrijke oorzaak daarvan is de achterhaalde manier waarop wetenschappelijke kennis wordt gedeeld. Dure abonnementen van grote wetenschappelijke uitgeverijen maken het werk van onderzoekers nagenoeg ontoegankelijk voor mensen van buiten. Neem leraren. In tegenstelling tot medewerkers en studenten aan universiteiten, hebben zij geen directe toegang tot tijdschriften en boeken op hun vakgebied. Als een leraar iets wil opzoeken in Oxford Review of Education, stuit hij op een betaalmuur. Datzelfde geldt voor de beginnende ondernemer die op zoek is naar relevant onderzoek voor zijn productontwerp. En voor de patiënt die meer wil weten over zijn ziekte. Feit is dat kennis die tot stand komt met publiek geld, uiteindelijk voor het publiek niet toegankelijk is.

Mogelijk nog erger is het gesteld met de ruwe data van wetenschappelijk onderzoek. Deze data zijn niet alleen onbereikbaar voor mensen buiten de academische wereld, ook binnen universiteiten en kennisinstellingen wordt er vaak amateuristisch mee omgesprongen. In het bedrijfsleven worden data gezien als de nieuwe olie, maar de onderzoeksdata van onze knapste koppen liggen nog te vaak te verouderen op makkelijk te verliezen usb-sticks. Het ontbreekt dikwijls aan een centrale opslag van data en aan een gedegen infrastructuur om deze te raadplegen én te hergebruiken. In een tijd waarin de opbrengsten van 'big data' jaarlijks met 40 procent toenemen, is dit regelrechte kapitaalvernietiging.

Slechts een kleine speler

Als we geloven dat investeringen in kennis economische groei bevorderen, moeten we er ook voor zorgen dat die kennis optimaal wordt gebruikt. Dat vraagt iets van universiteiten, uitgeverijen en overheden. In Nederland hebben de universiteiten na pittige onderhandelingen met enkele grote uitgeverijen bedongen dat hun artikelen voortaan voor iedereen beschikbaar zijn volgens het principe van open access. De financier voor wetenschappelijk onderzoek NWO heeft de harde voorwaarde geïntroduceerd dat onderzoekers alleen nog aanspraak maken op beurzen als zij hun artikelen direct openbaar maken. Maar Nederland is slechts een kleine speler op het wereldtoneel. Als we écht meters willen maken, moeten we ambitieuzer zijn. Als we publieke kennis voor iedere Europese leraar, huisarts en ondernemer toegankelijk willen maken, moeten we als één Europa optrekken.

Vrijdag komen de Europese ministers van onderzoek en innovatie in Brussel bijeen om te spreken over de toegang tot wetenschappelijke kennis en data. Als zij geloven in een sterk Europa, waar kennis, naast goederen, personen, kapitaal en diensten, onderdeel zouden moeten uitmaken van het vrije verkeer, dan is dit het moment om het te tonen. Met gezamenlijke afspraken en acties kunnen we de verspreiding en toepassing van nieuwe ideeën en revolutionaire inzichten een enorme impuls geven. Zo stomen we onze economieën klaar voor morgen. En laten wij zien dat vrijheid en welvaart nog steeds in het hart van Europa besloten liggen.

Sander Dekker, staatssecretaris OC&W; voorzitter Raad voor Concurrentievermogen vd EU.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden