OPINIEFilosofie

Hoog tijd voor een nieuwe Sokrates – waarom we levenslessen nodig hebben die passen bij onze tijd

Beeld Sebastien Thibault

In onze zoektocht naar wijsheid kunnen we niet domweg blijven leunen op de levenslessen van dode wijze mannen, betoogt Kees Kraaijeveld, directeur van de Argumentenfabriek. Het is nu het moment om oude wijsheden kritisch te toetsen en op eigen kracht moderne wijsheden te formuleren.

Numquam erit felix, quem torquebit felicior. Nee, dit is niet de eerste toespraak van een wat theatraal nieuw Kamerlid. Het zijn woorden van de Romeinse wijsgeer en staatsman Seneca. Vrij vertaald betekent het dat je zelf nooit gelukkig zult zijn als het je pijn doet dat een ander nog gelukkiger is.

Wees niet afgunstig. Dat is wat Seneca ons wil zeggen. Vergelijk jezelf niet met anderen, want daar word je niet gelukkig van. Het is een levensles. Dik tweeduizend jaar oud, van een dode filosoof. Dat is wijsheid.

En daar zijn we tegenwoordig dol op. Nederlanders zijn voortdurend op zoek. Wat zijn bruikbare regels voor het goede leven? Hoe word ik gelukkig? Boeken van en over de stoïcijnen vliegen over de toonbank. Fokke Obbema’s artikelenserie over de zin van het leven behoort tot het best gelezen werk in de Volkskrant. Boeddhabeelden zijn niet aan te slepen. De met oude wijsheden doorspekte colleges van conservatieve goeroes als Jordan Peterson zitten bomvol. En de evenzeer klassiek geïnspireerde praktische levenslessen van The School of Life worden goed bezocht.

We weten meer dan ooit. Toch is ons zicht op wat het leven gelukkig maakt niet helder. Op zoek naar bruikbare levenslessen grijpen veel mensen terug op antieke wijsheden, op de klassiekers. Confucius, Lao-tse, Sokrates, Augustinus. De uitdagingen die het moderne leven ons stelt, proberen we het hoofd te bieden met ideeën van mannen (want het zijn zonder uitzondering mannen) uit een ver verleden.

Wijsheid zoeken in oude teksten – persoonlijk ben ik er eerlijk gezegd ook dol op. Het is prachtig mee te kunnen kijken door het ontzagwekkend heldere denkraam van Aristoteles, of te kunnen leren van de ervaringen van een wijze Romeinse keizer als Marcus Aurelius. Hun woorden voelen, zelfs in de zoveelste moderne vertaling, waardevol en gerijpt. Ze lijken een diepe kwaliteit te bezitten. Zoals goede wijn of een oude, stevig gewortelde boom.

Nuchter beschouwd is dit een opmerkelijk fenomeen. Want al hebben die antieke denkers ons schijnbaar best zinnige zaken te vertellen, al zijn hun introspectieve vermogens ontegenzeggelijk groot en al is het altijd een goed idee de geschiedenis te bestuderen, toch is het wonderlijk dat we fundamenteel richtinggevende suggesties aannemen van mannen die leefden in volstrekt onvergelijkbare tijden, culturen en maatschappelijke verhoudingen. Van mannen die, als het gaat om de fundering van hun mens- en wereldbeeld, een kennisniveau hadden dat slechts een fractie is van wat vandaag de dag een middelbare scholier al weet. Evolutietheorie? Elektronica? Erfelijkheid? Zenuwcellen? Zwaartekracht? Zonne-energie? Miljoenensteden? Massamedia? Microbioom? Die oude denkers hadden werkelijk geen idee. Hun wereldbeeld was zeer onvolkomen. Hun mensbeeld daarmee ook.

Wat is wijsheid? Wijsheid is volgens het woordenboek het vermogen om verstandige beslissingen te nemen en goede adviezen te geven op basis van de ervaring en de kennis die je hebt vergaard. Wijsheid gaat over praktische levenslessen. Kennis en ervaring zouden er dus de basis van moeten zijn.

Waarom zijn we dan toch nog zo gecharmeerd van die oude wijsgeren? Hoe kan het dat we zo veel waarde toeschrijven aan hun inzichten bij onze pogingen om invulling te geven aan ons moderne leven?

Menselijke denkfouten

Hiervoor zijn vele redenen aan te wijzen. Uiteraard zijn we in onze pril geseculariseerde samenleving nog op zoek naar alternatieven voor predikant, preekstoel en Bijbel. En natuurlijk, de teksten van Plato, koning Salomo en de laat-Romeinse filosoof Boëthius bestuderen we al eeuwen.

Maar er speelt meer dan religieuze verweesdheid en de macht der gewoonte. Dat we zo openstaan voor oude wijsheden heeft ook te maken met een drietal al te menselijke denkfouten. 

Allereerst natuurlijk de diepgevoelde romantische drogreden argumentum ad antiquitatem: het ‘beroep op de traditie’. Deze redeneertrant – die, zeker uitgesproken in het antieke Latijn, zo prachtig zelfversterkend is – stelt dat we oude wijsheden voor zoete koek moeten aannemen. Als wijsheden oud zijn, dan zijn ze goed. Ook als ze dit inhoudelijk niet (meer) zijn.

Zo was Zeno, de Griekse grondlegger van de stoïcijnse filosofie, ervan overtuigd dat de mens wordt geboren als een onbeschreven blad. We weten nu dat dit onzin is: persoonlijkheid en talent liggen voor een groot deel al vast bij geboorte, in onze genen. Maar Zeno kon dat nog niet weten. En al zijn Zeno’s adviezen dan ruim tweeduizend jaar oud, ze worden daar niet ‘ad antiquitatem’ goed toepasbaar van, zeker niet als ze gebaseerd zijn op onjuiste ideeën over hoe mens en samenleving in elkaar steken.

Wat je vervolgens ziet gebeuren, is dat we – ik doe het zelf ook – gaan rondstruinen door de oude teksten om de bruikbare krenten uit de pap te pikken. Marcus Aurelius was wijs, dus halen we zinsneden uit zijn tekst die ons goed van pas komen. Bijvoorbeeld dat een sterke ziel in staat moet zijn alle gebeurtenissen te accepteren, zoals een molensteen alle soorten graan kan vermalen (en dat plaatsen we dan op de sociale media met een mooi berglandschapje op de achtergrond).

Beeld Sebastien Thibault

Komen we passages tegen die in onze ogen wat minder wijs zijn? Vertelt de wijze keizer Marcus Aurelius ons trots dat hij toch maar mooi paal en perk heeft weten te stellen aan de homoseksuele activiteiten van Romeinse jongelingen? Dan lezen we daar snel overheen. Een prachtig voorbeeld van de ‘confirmatiebias’, oftewel de bevestigingsfout. We zoeken en vinden bij de oude wijsgeren gezaghebbende formuleringen bij inzichten die we al hadden. Pure zelfbevestiging. Veel wijzer word je daar niet van.

‘Onveranderlijke menselijke natuur’

Een derde denkfout die samenhangt met onze waardering van oude wijsheden is de human nature bias. Dit is het populaire idee dat er zoiets is als een ‘onveranderlijke menselijke natuur’. Wie de leefregels van Boeddha, van de cynici of de stoïcijnen op zichzelf van toepassing acht, gaat er stilzwijgend vanuit dat de mens niet echt verandert. En dat de psyche van de Nepalezen, Grieken en Romeinen die ruim tweeduizend jaar geleden leefden, gelijk is aan de psyche van een moderne mens. Dat is in abstracto wellicht nog vol te houden, want ja, mensen hadden toen ook te maken met liefde, macht, tegenslag en dood. Maar in praktische zin is de situatie van de moderne mens volstrekt onvergelijkbaar. We leven anders, denken anders, voelen ons anders.

Onze ideeën over de wereld spelen daarin een belangrijke rol. Twee voorbeelden. Hoe zouden we ons tot andere mensen verhouden als we, zoals de Grieken deden, écht zouden geloven en doorvoelen dat de mensheid is opgedeeld in vrije burgers en slaven? Anders dan nu. Hoe zouden we denken over onze activiteiten, als we, zoals de Boeddha, écht zouden geloven dat iedere actie ‘karma’ zou opleveren, dat we nog tot het einde der tijden in vele toekomstige levens met ons mee zouden moeten slepen? Anders dan nu.

Aandacht voor wijsheid is prachtig, maar dat we de neiging hebben ons kritiekloos door de klassieken te laten meeslepen is een ernstig probleem. Wijsheid wordt hierdoor een grabbelton waaruit je onmogelijk een samenhangend, betekenisvol verhaal over het goede leven kunt samenstellen. Mensen die actief op zoek zijn naar wijsheid, kunnen hierdoor juist extra in de war raken.

Of erger. In onze zoektocht naar ideologische consistentie kunnen we pardoes toch in de ban raken van de vele onwijze ideeën die de antieke denkers hebben opgeschreven. Lees Plato’s totalitaire politieke ideeën. Hoe groot Plato’s wijsheid ook was, we hebben nu helemaal niets meer aan zijn visie van een staat waarin een elite van hoogopgeleide ‘filosofen’ met steun van het leger de dienst uitmaakt en het volk niets heeft in te brengen. Of neem Aristoteles’ kolderieke theorie over de inferioriteit van de vrouw. In zijn visie is de vrouw een natuurlijke fout, een mislukte mens die wordt bepaald door al het mannelijke dat de vrouw moet missen, van penis tot ratio. Het is achterlijke onzin. Maar we kunnen, angstig op zoek naar houvast, er toch weer voor vallen. Zie bijvoorbeeld de vele fanatieke volgers van conservatieve praatjesmakers als eerder genoemde Jordan Peterson of onze eigen Thierry Baudet.

Jonge mensen worden hier met een beroep op oude wijsheden op een ideologisch dwaalspoor gezet. Dat is verkeerd. We hebben levenslessen nodig die passen bij onze eigen tijd. We hebben wijsheid nodig die gebaseerd is op kloppende, wetenschappelijke kennis over de wereld en de mens, in plaats van op achterhaalde mythische beelden.

Wijsheid is te belangrijk. Ieder mens raakt verzeild in situaties waarin hij snakt naar wijze raad. Er gaan nu stemmen op om kinderen op school al levenslessen te geven. Goed idee! Maar dan mogen we niet blijven leunen op de levenslessen van al die dode wijze mannen.

Het is tijd dat we op eigen kracht wijsheden gaan formuleren, moderne wijsheden. We leven in een tijdperk van ongekende economische, wetenschappelijke en culturele vooruitgang. Nog nooit in de geschiedenis was de productie van ideeën zo groot. We moeten onszelf daarom ook onze eigen wijsheden gunnen. Wijsheid in een fris en wetenschappelijk verantwoord jasje. 

Denk bijvoorbeeld aan moderne psychologische inzichten over het belang van emotiedifferentiatie, het vermogen om afzonderlijke emoties in jezelf te herkennen en te beheersen. Dat inzicht komt ook tot uiting in een oude wijsheid: ‘ken uzelve’. Maar hoe je dit kunt doen en wat het effect ervan is op jezelf (betere beheersing) en op anderen (betere relaties), is nu ook wetenschappelijk onderbouwd. ‘Leer je eigen emoties kennen’ is een aanbeveling die we daarom nu wél met goed gevoel en rationeel gezag op de sociale media kunnen gooien.

Snelle vlucht

Het wetenschappelijk onderzoek naar wijsheid heeft de afgelopen twintig jaar al een snelle vlucht genomen. Het netwerk van wijsheidsonderzoekers breidt zich rap uit. Denk aan Robert Sternberg in New York, Howard Nusbaum in Chicago, Judith Glück in Oostenrijk, Igor Grossmann in Canada, Charles Cassidy in Londen of Eeva Kallio in Finland. Evidence-based wisdom (EBW), dat is waar deze onderzoekers zich mee bezighouden. Hoe meet je wijsheid? Hoe verandert wijsheid als we ouder worden? Wat doen wijze mensen anders dan minder wijze mensen? Helpt wijsheid om het leven aan te kunnen?

Het wijsheidsonderzoek is vooralsnog gericht op wijsheid in algemene zin. Het zoomt nog niet in op de bruikbaarheid van afzonderlijke wijsheden. De onderzoeksagenda waarin alle wijsheden, antiek én modern, nu eens structureel op een rijtje worden gezet om vervolgens aan de wetenschappelijke toets der kritiek te worden onderworpen, heb ik nog niet voorbij zien komen.

En dat terwijl er zo veel te onderzoeken valt. Neem een stoïcijnse wijsheid als de premeditatio malorum, het advies vooral regelmatig stil te staan bij alles wat er mis kan gaan in het leven. Praktisch: stel je bij elk afscheid van een vriend voor dat het je laatste samenzijn kan zijn geweest. Deze voor moderne mensen wellicht wat naargeestige gewoonte zou je volgens de stoïcijnen weerbaarder maken voor tegenslag en dankbaarder voor alles wat er goed gaat. Zou best kunnen, maar ik zou die hypothese graag eens wetenschappelijk getoetst zien.

Een ander voorbeeld is de wijze tip om voor een goed leven toch vooral te kiezen voor een vaste woon- en werkplek, de stabilitas loci uit de beroemde kloosterregel van Benedictus. Of de aloude gedachte dat je beter kunt zwijgen (goud) dan spreken (zilver). Is dit zo? En zo ja, in hoeverre word je daar dan beter van?

Hier liggen enorme kansen – zeker voor een seculier land als Nederland, waar we van oudsher gewend zijn om elke overtuiging, levensles of traditionele wijsheid kritisch te bevragen. Wetenschappelijke wijsheid, dat is kennis waar in de toekomst, waarin nog meer mensen van hun geloof zullen vallen en geen genoegen meer zullen nemen met reactionaire praatjes, de hele wereld naar zal snakken. Daar moeten we in Nederland een groots en ambitieus onderzoeksproject naar beginnen. En wel nu.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden