Hongaarse aansluiting bij Europa is problematisch, maar noodzakelijk

Waar West-Europeanen hun expansionisme uitleefden, konden Hongaren alleen maar ‘in zichzelf neerdalen.’

Hongaarse boeren in Roemenië, maart 2018. Foto Guus Dubbelman / de Volkskrant

Uitstekend idee om de positie van Hongaarse minderheden in Roemenië en in het bijzonder de Széklers, een archaïsche Hongaarse gemeenschap in hartje Transsylvanië, uit te lichten, evenals de opportunistische houding van Orbán c.s. in aanloop naar de Hongaarse verkiezingen. Wel mis ik in het verhaal een aantal essentiële punten.

Ten eerste vond de leegloop van Transsylvanië al plaats onder het schrikbewind van de communistische Roemeense dictator Ceausescu. Hij was verantwoordelijk voor een etnische zuiveringspolitiek, niet alleen ten aanzien van Hongaren overigens. Vanaf het platwalsen van complete Hongaarse dorpen tot het verwaarlozen van de infrastructuur en het belonen van vertrek naar het Roemeense gebied in de vorm van toekenningen van woningen of studiebeurzen: maatregelen die zorgden voor een leegloop.

De achtergestelde positie van Hongaren leidde er in zekere zin ook toe dat Timisoara, de woonplaats van de rebelse Hongaarse dominee Tökés, de brandhaard werd van de Roemeense revolutie, die uiteindelijk tot de val van Ceausescu zou leiden.

Wat betreft de solidariteit van Hongaren met hun broeders in Transsylvanië: die is er zeker wel. Ik was er destijds getuige van hoe, op een ijskoude winteravond in december 1989, zo’n honderdduizend Hongaren zich op het Heldenplein in Boedapest verzamelden om, met brandende fakkels in de hand, solidariteit te betuigen met de strijd tegen de gehate communistische dictator, waarvan de afloop toen nog niet helemaal zeker was. Mensen hadden tranen in de ogen. Zoveel Hongaren hadden er familie, of op zijn minst een deel van hun familiegeschiedenis.

Nog vóór de val van de Muur gingen Hongaren regelmatig met een vracht vol verboden goederen, waaronder anticonceptiepillen, bijbels en Hongaarse literatuur, de grens over. In de liefde kwam pas de klad toen Roemenië in 2007, jaren nadat Hongarije als een van de eerste voormalige Oostbloklanden tot de EU was toegetreden, eveneens lid mocht worden. Opeens stonden de Hongaren op hun achterste poten: niemand zat op de toestroom van al die Hongaars sprekende, goedkope arbeidskrachten te wachten. Zo onbaatzuchtig is de liefde voor het broedervolk nu ook weer niet.

Dan de Hongaarse identiteit, wat die ook moge zijn. Neem vijf willekeurige Hongaren en zet ze naast elkaar. Qua uiterlijk zullen ze naar alle waarschijnlijkheid al weinig gemeenschappelijk hebben. Streken de ­

oer-Hongaren, ooit van Aziatische oorsprong, ten tijde van de grote volksverhuizingen in Europa neer, de huidige bevolking is een mengelmoes van allerlei volkeren: Aziatische, Slavische, Germaanse maar ook Joden en Armeniërs.

Ten slotte de aansluiting bij Europa: problematisch, maar ook noodzakelijk. Overal waar je komt, van het fietspad rondom het Balatonmeer tot en met het gloednieuwe tramnetwerk of de onlangs gerestaureerde koninklijke burcht in Boedapest, de aanwezigheid van EU-subsidie is alom zichtbaar. Maar vluchtelingenopvang of Europese maatstaven ten opzichte van democratische verworvenheden als persvrijheid is a different cookie.

Om die naar binnen gekeerde Calimero-houding te begrijpen, is enig begrip van de Hongaarse geschiedenis nodig. Waar West-Europeanen, ­zoals Nederlanders, hun expansionistische behoeften uitleefden in de zeevaart, ontdekkingsreizen en kolonialisme, konden Hongaren in hun ­geïsoleerde positie, zowel cultureel als geografisch, alleen maar ‘in zichzelf neerdalen’, zoals schrijver György Konrád het ooit zo mooi verwoordde.

Tegelijkertijd leeft bij Hongaren een zekere fatalistische levenshouding, die ook historisch is bepaald: de Hongaarse geschiedenis is een aaneenschakeling van misère en onderdrukking, eentje van de regen in de drup. Waarbij Hongarije als hekkensluiter van Europa steeds de klappen te verduren kreeg, of het nu ging om de Tataren, Ottomanen of Russen.

Maar de Hongaarse geschiedenis, waar juist nationalistische leiders als Orbán naar believen mee schermen, is er ook eentje van aansluiting zoeken bij Europa. Het is dankzij Stefan de Eerste, het eerste staatshoofd van Hongarije, die in het jaar 1000 door de paus tot koning werd gekroond, dat het land überhaupt bestaat. Hij zag destijds in dat, als Hongaren in het toenmalige Europa wilden overleven, ze zich moesten conformeren, en dat ze hun eeuwenoude, paganistische geloof en rondzwervende bestaan moesten laten varen en het christendom en het feodaal stelsel moesten omarmen.

Als de geschiedenis de Hongaren dus iets heeft geleerd, is dat aansluiting bij eigentijdse Europese inzichten niet ten koste hoeft te gaan van de eigen identiteit. Whatever that might be.

Erzsó Alföldy is freelance journalist. Zij is geboren in Hongarije en woont sinds haar 13de in Nederland.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.