Opinie Onderwijs

Hokjesonderwijs? Kom als gemeente in actie

Het onderwijsstelsel versterkt de sociale ongelijkheid en bevordert segregatie. Toch kan het anders, menen twee Rotterdamse schooldirecteuren. 

Leerlingen op de Agoraschool in Groesbeek, waar leerlingen tussen de 10 en 15 jaar van alle niveaus bij elkaar in de klas zitten. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

‘Het onderwijs is de motor van groeiende kansenongelijkheid’, verzuchtte econoom Barbara Baarsma laatst in een interview in deze krant (O&D, 20 september). Keer op keer laat onderzoek zien dat de schoolkeuze op ongeveer 11-jarige leeftijd in het nadeel werkt van leerlingen die meer tijd nodig hebben om het niveau te bereiken dat past bij hun mogelijkheden. Dat is verspilling van talent. Vaak is taalachterstand de oorzaak. ‘We zouden leerlingen niet zo snel in een hokje moeten stoppen’, is een veelgehoorde mening.

Je zou dus denken dat directeuren en bestuurders massaal overgaan tot langere brugperiodes waar geen of minder selectie vooraf plaatsvindt. Het tegendeel gebeurt. Ouders van potentiële havo/vwo-leerlingen vrezen dat brede schoolklassen niet gunstig zijn voor hun kind en zijn zeer gewild bij directeuren, ‘status’en ‘niveau’ zijn immers goed voor het imago. Dus aparte vwo-klasjes of ten minst aparte havo/vwo-klasjes.

Mooi voor havo/vwo-leerling

Mooi voor de havo/vwo-leerlingen, lelijk voor de kinderen die meer tijd nodig hebben om hun potentieel tot bloei te laten komen. Een stelselwijziging dan maar? Verplichte heterogene brug­perioden of toch weer een soort middenschool? Dat lijkt in het huidige maatschappelijke- en politieke klimaat kansloos. De discussie leidt tot polarisatie en de winnaar staat van tevoren vast: degenen die baat hebben bij het huidige stelsel.

Het systeem van schoolverandering met 11 jaar, gekoppeld aan een ­divers scholenaanbod, blijkt de al toenemende segregatie (zeker in de grote steden) in de hand te werken. Soort zoekt soort, een menselijke eigenschap op alle niveaus, in alle lagen. En hier geldt hetzelfde: we vinden het allemaal ongewenst, maar in ons (directeuren- en bestuurders-)gedrag doen we er niets aan. Diversiteit geldt eerder als een risico dan als een kans. Al weten we dat kinderen, behalve van hun ouders en leraren, vooral leren van andere kinderen, met een andere culturele bagage of andere talenten.

Verkeerde kant

Als we het op zijn beloop laten, ontstaan parallelle samenlevingen. Dat zouden we niet moeten willen. Het ­ingewikkelde is dat alle ‘natuurlijke’ krachten de verkeerde kant op bewegen: de concurrentie tussen de scholen, de invloed van hoogopgeleide, ­assertieve ouders, de bestuurders, de leraren en de directeuren.

Bestuurders doen goed werk, maar velen blijken zich meer als ondernemers te gedragen dan als hoeders van optimale maatschappelijke ontwikkelingen die verder reiken dan de omvang en de kwaliteit van de eigen scholen. En het zijn juist de bestuurders die in Nederland de bevoegdheid hebben hun scholen in te richten zoals hen dat goeddunkt.

Als een landelijke stelselwijziging er niet in zit, moet het lokaal gebeuren, zonder wetswijzingen die jaren in beslag nemen en vaak leiden tot inadequate compromissen. Er is ook een gelukje: waar de nood, wat betreft segregatie en kansenongelijkheid, het hoogst is, in de grote steden, blijken onderwijswethouders extra subsidies te verlenen aan schoolbesturen om gemeentelijke onderwijsprioriteiten te realiseren. Een gemeente die subsidies verleent, kan er voorwaarden aan verbinden. Dit gebeurt al.

De gemeente Amsterdam is van plan subsidies te korten bij scholen die een te hoge ouderbijdrage vragen. Rotterdam heeft grote invloed op het scholenaanbod en de inrichting ervan op Zuid met als uitgangspunt het tegengaan van segregatie. De besturen gingen overstag door de worst van miljoenen euro’s voor nieuwe schoolgebouwen. Het kán dus. En heeft vele voordelen: democratische legitimering en transparante koppeling van gemeentelijk geld aan lokale belangen.

Eigen beleid

De oplossing ligt voor ons dus op ­lokaal niveau. Gemeente, formuleer voor het tegengaan van segregatie en kansenongelijkheid eigen beleid en dwing dat af met voorwaarden aan onderwijssubsidies. Schoolbestuurders vinden dat vast niet leuk: liever zo min mogelijk gemeentelijke bemoeienis, wel financiële ondersteuning. Ertegenover staat dat zij hebben laten zien prima in staat zijn voldoende onderwijskwaliteit te bieden, maar dat het dienen van andere belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen bij hen niet in goede handen is. Amsterdamse en Rotterdamse wethouders laten zien dat zij durven. Een welkom lichtpuntje in deze donkere onderwijstijden.

Bram van Welie en Paul Scharff zijn beiden directeur in het Rotterdamse voortgezet onderwijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden