Column Frank Kalshoven

Hogere loonstijgingen zijn een kwestie van macht

Wil premier Mark Rut­te naar Europa? Afgelopen weekeinde leek het er eerder op dat de oud-personeelsman van Unilever solliciteert naar een functie bij de vakbeweging. Op een VVD-partijbijeenkomst riep de voorman van de liberalen ‘grote ondernemingen’ op lonen steviger te verhogen, en wel ‘omdat het geld daar tegen de plinten klotst’. Blijven loonstijgingen uit, dan moet de aangekondigde verlaging van de vennootschapsbelasting maar achterwege blijven.

Ruttes oproep tot hogere loonstijgingen was qua toonzetting opmerkelijk, maar past inhoudelijk in een jarenlange traditie, waarin ambtsdragers de lonen omhoog proberen te praten. Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, doet hier ook opgewekt aan mee, deze week nog in de Volkskrant.

Economen zijn er intussen nog niet uit waarom de lonen niet ‘vanzelf’ omhooggaan. De officiële werkloosheid is laag; het aantal banen groeit; er staan veel vacatures open; en normaliter veroorzaakt dergelijke krapte op de arbeidsmarkt loonstijgingen. Waarom nu dan (nog) niet? Het is gissen.

Bij dat giswerk staat ook als een paal boven water dat de aloude formule om de ruimte voor loonstijgingen vast te stellen niet wijst in de richting van loonsprongen. Deze formule, die ook sinds jaar en dag door vakbonden gebruikt wordt, is als volgt. De loonruimte = inflatie plus stijging van de arbeidsproductiviteit. Volgt de loonstijging deze loonruimte precies, dan krijgt de factor arbeid zijn ‘eerlijke deel’, er resteert voor de factor kapitaal ook een ‘eerlijk deel’. De inkomensverhouding tussen arbeid en kapitaal blijft dan gelijk.

Hoe groot is de loonruimte volgens deze formule? Deze week publiceerde het Centraal Planbureau zijn juni-raming, dus we kunnen recente cijfers gebruiken. In 2018 nam de arbeidsproductiviteit met iets meer dan een half procent toe; de inflatie beliep 1,7 procent; de contractlonen bij bedrijven stegen in 2018 met 2 procent. Dat is een stijging (op een paar tienden na) conform formule. Voor dit jaar verwacht het CPB een contractloonstijging (2,5 procent) die nagenoeg gelijk is aan de inflatie (2,6 procent). En de arbeidsproductiviteit dan? Nou, die daalde in het eerste kwartaal van dit jaar met 0,3 procent. Het CPB geeft geen raming van de arbeidsproductiviteit voor het hele jaar. Maar ook in 2019 geldt dus dat de loonstijging ongeveer conform formule zal verlopen.

Wie zich zorgen maakt over beperkte loonstijging moet zich dus vooral bekommeren om die lage groei van de arbeidsproductiviteit. Daar zit de sleutel voor de wat langere termijn.

Kunnen de lonen dan op korte termijn niet sneller stijgen dan de loonruimte? Zeker wel. Maar loonstijgingen die hoger zijn dan de loonruimte gaan ten koste van de winst (en vice versa). En hierbij gaat het dus om macht. Zijn vakbonden sterk, dan kunnen ze zich voor werkenden een groter deel van de koek toe-eigenen; zijn werkgevers sterk, dan pakken zij voor hun aandeelhouders juist een groter deel dan hun ‘legitieme’ portie.

Het is geen geheim dat de macht van vakbonden de afgelopen decennia is afgenomen, en het is dan ook niet verwonderlijk dat aandeelhouders erin slagen te ontsnappen aan een ‘winstklem’ door de vakbonden, zelfs in een krappe arbeidsmarkt.

Wie zelf weinig in de melk te brokkelen heeft, heeft machtige vrienden nodig. En machtiger dan de premier vind je ze niet makkelijk. Diens koppeling van loonstijgingen aan verlaging van de winstbelasting was dan weer wat ongelukkig: we waren er toch net achter dat de ‘grote ondernemingen’ in Nederland helemaal geen winstbelasting betalen?

Frank Kalshoven is directeur van De Argumenten­fabriek. Reageren? frank@argumentenfabriek.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden