Hoezo zou vechtlust helpen?

Kanker is immuun voor verkrampt positivisme

Sanne Bloemink

'Depressie beïnvloedt genezing’, kopte deze krant afgelopen vrijdag naar aanleiding van de recente oratie van hoogleraar ziekenhuispsychiatrie Adriaan Honig.
‘Vechters hebben hogere overlevingskansen’, wordt in het begin van het artikel gesteld, en dit leidt vervolgens tot de conclusie: ‘Het is van belang chronisch zieke mensen te motiveren. Dat heeft echt zin. Ze moeten hun ziekte niet lijdzaam ondergaan.’

Twijfel
In de Verenigde Staten, waar ik woon, trekt een groep wetenschappers en publicisten dergelijke stellingen in twijfel. Ze noemen zichzelf de negateers en vragen zich af in hoeverre chronisch zieke patiënten gebaat zijn bij dergelijke aansporingen tot het tonen van meer vechtlust. Meer in het algemeen ergeren zij zich aan een cultuur waarin positief denken als antwoord op verschillende kwalen de norm is.

Zo ondervond negateer Barbara Ehrenreich, publiciste en schrijfster van verschillende bestsellers, na haar diagnose met borstkanker aan den lijve hoe de aansporingen tot vechtlust kunnen gaan voelen als ‘een tweede ziekte’. Haar legitieme gevoelens van angst en woede werden bestempeld als ‘negatief’ en zelfs als een belemmering voor haar herstel. Een soort blaming the victim mechanisme, constateert ze.

Geen onderbouwing
Ehrenreich onderzocht voor haar laatste boek Brightsided: how the relentless promotion of positive thinking has undermined America (2009) de mogelijke weldadige effecten van positief denken op het herstel van borstkanker. Ze vond geen enkele onderbouwing.
Hoogleraar psychologie aan Penn University, negateer James Coyne, is tevens als directeur verbonden aan het Abramson kanker instituut in Philadelphia. In 2007 deed hij een systematisch overzichtsonderzoek naar de invloed van psychotherapie op kanker. Hij vertelt dat er nauwelijks bewijs is dat psychologische interventies het immuunsysteem werkelijk kunnen beïnvloeden. Een van zijn recente papers heeft dan ook als titel Positive psychology in cancer care: bad science, exaggerated claims, and unproven medicine.

Coyne: ‘Het is natuurlijk erg spannend, het idee dat de geest het lichaam kan beïnvloeden.’ Coyne stelt dat het onderzoek naar houding en overlevingskans bovendien gedragswetenschappers in staat stelt om mee te liften op al het geld voor kankeronderzoek. ‘Wat kunnen ze anders doen? Onderzoek naar hoe je mensen ertoe kunt brengen zonnebrand op te doen? Dat is niet echt sexy.’

Niet gedwongen
Ook Mark Pettigrew, verbonden aan de faculteit Volksgezondheid en Beleid aan de universiteit van Londen, schreef onlangs een systematisch overzicht over het verloop van kanker en de houding ten opzichte van de ziekte, inclusief het effect van vechtlust. Hij constateerde dat er nauwelijks invloed was van psychologische factoren op het verloop van kanker en de overlevingskans en concludeerde. ‘Mensen met kanker moeten zich niet gedwongen voelen om een bepaalde houding ten aanzien van hun ziekte aan te nemen om zo hun overlevingkansen te vergroten of het risico dat de kanker terugkomt te verkleinen’, schreef hij.

Karin Spaink, recent toegetreden negateer, schreef al in 1992 in Het strafbare lichaam over de relatie tussen depressie en kanker en over het gevaarlijke blaming the victim mechanisme dat op de loer ligt bij ideeën over hoe de geest het lichaam ziek kan maken.

Spaink: ‘Vaak is vechten nutteloos. De kanker is al te ver ontwikkeld. Je kunt beter de tijd die je nog rest stoppen in het op orde brengen van je leven en zoveel mogelijk tijd doorbrengen met de mensen van wie je houdt.’

Vraag
Het voorgaande gaat alleen over kanker. Maar zelfs als bij andere ziekten wel sprake zou zijn van een aantoonbaar verband tussen vechtlust en overlevingskans, dan blijft het de vraag of het helpt om patiënten aan te sporen tot meer vechtlust. Professor Honig zegt in deze krant: ‘Het hangt dus af van je persoonlijkheid.’ Lezing van de oratie van Honig maakt overigens duidelijk dat vechtlust en overlevingskans, in tegenstelling tot wat het artikel doet vermoeden, niet het onderwerp is van zijn oratie.

In hoeverre is die persoonlijkheid beïnvloedbaar? De vraag is of het aansporen tot vechtlust, als deze niet vanzelf wordt gevoeld, contraproductief zou kunnen werken.

Negateer Barbara Held, als hoogleraar psychologie verbonden aan Bowdoin Universiteit in Maine, vermoedt dat het motiveren tot vechten vaak voor de omgeving prettig is, maar patiënten zelf psychologisch kan schaden.
‘Als de omgeving onvoldoende ruimte heeft voor negatieve gevoelens en de patiënt in kwestie telkens wordt aangespoord om positief te zijn en te vechten, dan kan dit net zo goed een uiting zijn van desinteresse, van onvoldoende empathie. Een gebrek aan ruimte voor andermans problemen. De patiënt kan zich daardoor geïsoleerd en depressief gaan voelen.’ Held verzet zich al jaren tegen wat zij omschrijft als de ‘tirannie van de positieve houding’.

Ehrenreich is inmiddels genezen, maar kan zich nog steeds woedend maken over alle onderzoeken naar vechtlust en een positieve houding. Ze leiden de aandacht af van belangrijke vragen, zoals: ‘Waarom is er geen betere behandeling voor kanker dan het simpelweg doden van alle cellen, inclusief de gezonde? Dáár zou de discussie over moeten gaan.’

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden