Column Arnon Grunberg

Hoewel ik na mijn dood afgesneden ben van de wereld, kan ik de gebeurtenissen blijven volgen

Op donderdag 17 maart 2022 word ik tijdens een bijeenkomst in De Rode Hoed over de toekomst van de psychiatrie doodgeschoten door een man, die de politie aanvankelijk als ‘verward’ omschrijft. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) had me gevraagd als buitenstaander mijn licht te laten schijnen over de toekomst van het vak.

Ik ben juist bezig mijn licht te laten schijnen over die toekomst als een man in een blauw pak op de derde rij opstaat en roept: ‘Bek houden.’ Dan pakt hij een wapen, ik denk aan een grap, ik denk zelfs aan een grap in scène gezet door de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, maar de man vuurt drie keer. Het is geen grap. Ik overlijd in de ambulance op weg naar het ziekenhuis.

Hoewel ik na mijn dood afgesneden ben van de wereld en van de mensen, althans zo voelt het, op een andere manier afgesneden dan daarvoor, kan ik de gebeurtenissen blijven volgen. De verwarde man is niet verward, maar lid van een extreem-rechtse terreurgroep en die terreurgroep had een Belgische socioloog op het oog die naar de naam Aaron Grumberg luistert. Kennelijk konden ze bij de terreurgroep niet goed lezen en was het verschil tussen Aaron Grumberg en Arnon Grunberg niet tot hen doorgedrongen.

Hoewel ik me nooit voor bovenmatig ijdel heb gehouden, steekt het me dat ik het slachtoffer ben van een persoonsverwisseling. Ik zit verder over die persoonsverwisseling na te denken als ik een mail ontvang, kennelijk gaat e-mail gewoon door na de dood, het is een bericht van Corto Blommaert, mijn lievelingseindredacteur bij de Volkskrant, die op 18 juni 2019 een prachtig stuk in de Volkskrant publiceerde over zijn tournee met de band Mozes and the Firstborn door Amerika.

‘We wachten op je column’, schrijft Corto.

‘Corto’, antwoord ik, ‘ik ben dood, ik kan geen columns meer schrijven. Ik ben het slachtoffer van een persoonsverwisseling, ze moesten Aaron Grumberg hebben, die neonazi’s kunnen niet lezen.’

‘We zijn allemaal dood’, luidt het korte antwoord van Corto.

Hij stelt voor me te ontmoeten in het Vondelpark nabij het voormalige Filmmuseum om het uit te leggen.

Corto en ik wandelen door het park en hij vertelt dat hij tijdens zijn reis met Mozes and the Firstborn door Amerika het onomstotelijke bewijs heeft gezien dat we in een computersimulatie leven. Sterker nog, we zijn een soap voor buitenaardse wezens, die de hele tijd naar ons kijken en zich met ons lijden vermaken.

‘Maar Corto’, antwoord ik, ‘al die verschrikkingen uit de vorige eeuwen, was dat allemaal alleen maar vermaak voor buitenaardse wezens?’

Corto schudt zijn hoofd. ‘Ik kan het je niet precies uitleggen, maar de computersimulatie begon op 14 augustus 1984.’

14 augustus 1984, toen was ik 13. Ik vraag me af wat ik die dag deed.

‘Eigenlijk’, zegt Corto, ‘zitten we met zijn allen in een soort Truman Show, maar de buitenaardse wezens houden van sommige personages en daarom gaat het na de ‘dood’ gewoon verder. Vandaar dat ik je mailde over je column. Je leeft in een andere maar identieke realiteit, een identieke simulatie.’

‘Dit is immoreel’, roep ik, ‘en het humanisme? Is dat ook gewoon het zoveelste ingrediënt van de soap?’

‘We kunnen het humanisme spelen’, zegt Corto, ‘dat vinden sommige buitenaardse wezens prachtig.’

‘Hoe weet jij dat allemaal?’, vraag ik.

‘Ik ben een boodschapper’, zegt Corto. ‘Om het extra spannend te maken hebben ze me voor die rol gecast. Ik weet dingen die niemand mag weten.’

We zijn het Vondelpark uit. ‘En de opwarming van de aarde? Trump? Soap voor buitenaardse wezens?’

‘De buitenaardse wezens vinden Trump heerlijk, daarom is hij ook herkozen. En die opwarming van de aarde heeft te maken met de spanningsboog van de soap, het is een dramaturgische ingreep, de buitenaardse wezens moeten wel blijven kijken. Ook daar zijn kijkcijfers.’

Omdat ik verward ben door dit alles mag ik een tijdje bij Corto en zijn vriendin in de logeerkamer wonen.

Soms word ik midden in de nacht wakker, dan sla ik zachtjes met mijn vuist tegen de muur en roep ik: ‘Ik weet dat jullie naar me kijken, maar op een dag zal ik ontsnappen aan jullie dramaturgische ingrepen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden